Wachten

In Groningen is een man overleden omdat hij na een hersenbloeding anderhalf uur op een huisarts moest wachten. De dood houdt niet van te lange wachtlijsten. Het belooft weinig goeds nu wachten in Nederland dé nationale kwaal is geworden. Of je een versleten heup hebt, slechte ogen of dementia senelis – wachten zúl je, eventueel tot de dood erop volgt.

Inmiddels begint het wachten zich ook al naar gebieden buiten de gezondheidszorg uit te breiden. Wie telefonisch contact zoekt met een bedrijf of instantie van zelfs bescheiden omvang, moet onherroepelijk `de wacht' in. Lid worden van een tennisclub? ,,We zetten u op de wachtlijst.'' Een leuke, betaalbare huurwoning? ,,Dat gaat heel lang duren.'' Een etentje in een goed stadsrestaurant? ,,We zijn de volgende week helemaal vol, wilt u op de lijst?''

We beginnen het volkomen vanzelfsprekend te vinden. De files op de wegen zijn de symbolen van ons eeuwige wachten geworden.

In Amsterdam, waar men in ongunstige ontwikkelingen nu eenmaal graag vooroploopt, is gisteren een belangrijke nieuwe stap gezet. Ik doel op het Centraal Station. Het wachten is daar al geruime tijd tot ontaarde kunst verheven. Heeft u wel eens een transactie proberen te verrichten aan de loketten van het Grenswisselkantoor? Neem er een dagje voor. Het boeken van een internationale reis? Men kan beter eerst de reis maken en hem dan boeken.

Toen ik gisteren bij het Centraal Station aankwam, heerste er een euforische stemming. Wethouder Köhler van Verkeer liet zich met tal van genodigden opgewekt rondleiden, er waren trommelaars, vrouwelijke steltlopers die de mannelijke treinreiziger onder de kin kietelden en er werden dure brochures verspreid met de titel `Naar een nieuw reizigerseiland'.

Werd er misschien een nieuwe vleugel geopend? Was er een periode van ingrijpende verbouwingen afgesloten? Zoiets moest het zijn. Ik begon met veel animo de brochure te lezen.

,,Beste reiziger'', schreef de wethouder, ,,18 september is een bijzondere dag: het officiële startmoment van een groot aantal bouwwerkzaamheden die Amsterdam Centraal, haar directe omgeving en het openbaar vervoer een nieuw gezicht gaan geven; het project Stationseiland Amsterdam Centraal.'' De metro en de bus worden beter bereikbaar, het station wordt veiliger en aan de IJ-zijde komt voor het ophalen en afzetten van mensen een `kiss & ride'-mogelijkheid (er was daar al een `ride & fuck'-mogelijkheid).

Na de verbouwing, beloofde de wethouder, zal het station weer `helemaal van deze tijd zijn'. Prima. Prachtig. Maar van wélke tijd zou de wethouder precies bedoelen? Het gaat `een aantal jaren' duren, voorspelde hij, maar de hele onderneming heeft `in elk geval een duidelijk begin- en eindpunt'.

Elders in de brochure konden we lezen waar het eindpunt ligt: 2010. Tien jaar dus maar. Tien jaar een station als één grote bouwput. Wie zou daar niet graag op willen wachten?