VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Kosten

De zorgsector kost volgend jaar 81,6 miljard gulden, 3,7 miljard meer dan in 2000. De kosten voor de gemiddelde burger nemen daarmee toe tot 5.100 gulden. Dit jaar was dat nog een kostenpost van zo'n 4.850 gulden, een stijging met ruim 5 procent. Het regeerakkoord had al voorzien in een stijging van de uitgaven met bijna 1,7 miljard gulden. Het kabinet voegt daar dus nog eens ruim 2 miljard gulden aan toe. Minister Borst en staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn) kregen er dit voorjaar al bijna 1,4 miljard gulden bij voor de zorgsector.

Veel extra geld voor de zorg kortom, maar misschien te weinig personeel om aan uit te geven, zo luidde de boodschap van Borst en Vliegenthart bij de toelichting op de Zorgnota 2001, de `begroting' voor de zorgsector.

Het grootste deel (61 procent) van de extra 3,7 miljard gulden steken ze in de aanpak van wachtlijsten en dan vooral in de vergroting van de capaciteit. Voor de aanpak van de `ervaren werkdruk' trekken ze 690 miljoen gulden uit. Van de 3,7 miljard gaat 900 miljoen naar de `cure' (huis- en tandartsen, ziekenhuizen en fysiotherapeuten) en 1,3 miljard gulden naar de `care': verpleeg- en verzorgingshuizen, thuiszorg. Voor medicijnen en medische hulpmiddelen is 1,1 miljard gulden meer beschikbaar.

Personeel

Personeel wordt voor de zorgsector geleidelijk aan een groot probleem, voorspellen Borst en Vliegenthart. Om de sector aantrekkelijk te maken is het van belang er in positieve termen over te berichten, aldus Borst. Goed management en een behoorlijk personeelsbeleid zijn van belang in de strijd tegen het ziekteverzuim, de werkdruk en de wachtlijsten.

In 1999 waren 950.000 mensen werkzaam op 660.000 fulltime arbeidsplaatsen. Daarmee neemt de zorg 12 procent van de werkgelegenheid en 10 procent van het arbeidsvolume in Nederland voor haar rekening. In 1995 werkten er honderdduizend mensen minder in de zorg. De omvang van het personeel is sinds 1995 veel sterker gestegen dan de vraag naar hulp.

Het ziekteverzuim blijft toenemen en lag vorig jaar boven de 7,5 procent tegen 5,4 procent in de rest van werkend Nederland. Vooral het langdurig verzuim neemt toe. In 2004 dreigt een tekort van 44.000 mensen in de zorg. Dat komt neer op 13 procent van het benodigde personeel.

Huisartsen

De huisartsen krijgen volgend jaar 20 miljoen gulden (en in 2002 40 miljoen) voor de financiering van de `dienstenstructuur': de regeling van de diensten buiten de kantooruren. De financiering van de huisartsenzorg zelf gaat op de schop.

Volgens Borst is die financiering niet alleen versnipperd, maar bovenal gaat die nog te veel uit van een solistisch werkend huisarts. Die is ,,niet meer van deze tijd''. Huisartsen moeten groepspraktijken opzetten of liever nog vanuit gezondheidscentra gaan werken.

Premies

De premie voor de AWBZ, de volksverzekering tegen onverzekerbare `zorgrisico's zoals verpleeghuishulp of gehandicaptenzorg, blijft volgend jaar gelijk aan 2000: 10,25 procent. De centrale kas van de AWBZ (het Algemeen Fonds) is weer goed gevuld, dit jaar wordt een overschot van twee miljard gulden verwacht.

Het tekort dat in de jaren negentig ontstond is weggewerkt. Daartoe werden in 1998 en 1999 de premies fors verhoogd. De premie zou nu wel weer omlaag kunnen, aldus Borst. Maar dat ligt volgens haar ,,gezien de stand van de economie niet in de rede''. De premie voor het ziekenfonds daalt wel iets: met 0,15 procent tot 7,95 procentpunt.