Tony Blair lijdt politieke schade in dieselcrisis

De Britse brandstofcrisis heeft tot politieke schade geleid voor premier Blair. Opiniepeilingen geven Labour nu een achterstand op de Conservatieve oppositie, voor het eerst sinds 1992. Blairs persoonlijke populariteit heet ,,in vrije val'', terwijl het kabinet verdeeld lijkt over de vraag met welke maatregelen de brandstofprijs het best kan worden aangepast.

De Conservatieve oppositie zou met 38 procent van de stemmen een voorsprong van vier procentpunten op Labour boeken, terwijl de Liberal Democrats van vijftien naar 22 procent zouden klimmen, aldus de maandelijkse peiling van dagblad The Guardian en het instituut ICM.

De uitslag is nog pijnlijker voor Blair dan die van twee eerdere peilingen, afgelopen zondag, uitgevoerd in opdracht van het weinig regeringsgezinde weekblad Sunday Times en het roddelblad News of the World. Die wezen op respectievelijk een gelijk spel en een voorspong van twee procentpunt van de Conservatieven op Labour.

Tory-leider William Hague en `LibDem'-leider Charles Kennedy hebben opnieuw geëist dat de regering de belasting op brandstof verlaagt, respectievelijk voor vijf jaar bevriest. Hague noemde zondag de demonstrerende vrachtrijders die het land verlamden `flinke burgers', kennelijk zonder het law and order-imago van zijn partij te beschadigen. Kennedy, die in Bournemouth met zijn partij congresseert, zei vanochtend tegen de BBC dat Blair ,,arrogant'' is en ,,de voeling met het land heeft verloren''.

Volgens de ICM-peilers danken de twee oppositiepartijen hun voorsprong niet alleen aan ontevreden zwevende kiezers, die Labour in theorie makkelijk kan teruglokken. Ook strekt de onvrede verder dan alleen de brandstofkwestie.

Gordon Brown, de minister van Financiën, suggereerde vanochtend dat hij bij een tussentijdse begroting in november een aantal maatregelen bekend zal maken om boeren en beroepsvervoerders te helpen, zoals een verlaging van de wegenbelasting. Maar de algehele verlaging van de accijnzen die vrachtrijders hebben geëist, is uitgesloten, aldus Brown in een vraaggesprek met The Times. Vrachtrijders hebben de regering daartoe vorige week zestig dagen de tijd gegeven toen ze hun blokkades bij raffinaderijen ontmantelden. ,,We gaan geen beslissingen nemen op basis van zulk soort ultimata'', ze Brown. Hij voegde er aan toe na de brandstofcrisis een algemeen debat over openbare uitgaven en belastingen toe te juichen.

De lichte versoepeling in Browns standpunt komt na felle kritiek van anonieme collega-ministers die hem ervan beschuldigden ,,oncollegiaal'' te zijn door de teugels strak te houden. Sommigen zagen in Browns onverzettelijkheid een verdieping van de rivaliteit tussen Blair en Brown, die Blair nooit vergeven zou hebben dat hij in 1994 partijleider werd.