Singapore eert zakenhelden

Philips-directeur Frans Bastiaanssen mag zich voortaan `Zakenvriend van Singapore' noemen. Daarmee eren de Singaporezen zakenlieden die aan de basis hebben gestaan van de stormachtige economische ontwikkelingen die de stadsstaat heeft doorgemaakt.

Dertig jaar geleden was het eiland Singapore economisch een achtergebleven gebied dat leek voorbestemd om meegezogen te worden in de armoedeval van Azië. In plaats daarvan heeft Singapore zich de afgelopen dertig jaar ontwikkeld tot de economische hoofdstad van het Verre Oosten. De mannen en vrouwen die aan de basis van dat economische succes hebben gestaan worden in Singapore tot op de dag van vandaag geëerd.

Een van hen is de Philips-directeur Frans Bastiaanssen, op dit moment belast met de leiding van de vijfentwintig Philips Machine Fabrieken in de wereld. Hij mag zich voortaan officieel `Zakenvriend van Singapore' noemen. Bastiaanssen werd in 1974 in Singapore gestationeerd als directeur van de kort daarvoor gebouwde Philips Machinefabriek. Dat hij daarmee een stormachtige ontwikkeling inzette voor Singapore vervult de Singaporezen nog steeds met dankbaarheid.

Kortgeleden werden Bastiaanssen daarvoor de versierselen omgehangen die bij de onderscheiding horen door de Singaporese Minister George Yeo van Handel en Industrie. De prijs reflecteert niet alleen een deel van de industriële geschiedenis van Singapore, maar ook van Nederland. Want de overwegingen op grond waarvan Philips in 1968 besloot de vleugels in Azië uit te slaan, golden voor meer Nederlandse bedrijven, zoals Shell en Heineken. De voornaamste factor bij die overwegingen was dat Singapore een lage-lonenstaat bij uitstek was.

Het einde van de Nederlandse textielindustrie had de Philips-top al geleerd dat kostenfactor `loon' net als water het laagste punt zoekt. Dertig jaar geleden was dat laagste punt Azië. De Nederlandse werknemer was begin jaren zeventig te duur geworden om louter strijkijzers, lampen en radio's in elkaar te zetten en dus zocht Philips naar een plek in Azië waar goedkope arbeidskrachten konden worden opgeleid om dat werk te doen.

,,Hoewel Singapore een Derde Wereldland was zonder industrie en grondstoffen, geloofde Philips toch in dat eiland'', blikt Bastiaanssen terug. ,,Het bleek achteraf een juiste keus. Want als de basis hier niet zo gezond was geweest hadden we ons als bedrijf hier nooit zo voorspoedig kunnen ontwikkelen als nu het geval is.''

Singapore hoorde tot 1965 bij Maleisië dat in dat jaar de banden met het eiland verbrak. Het kleine kwetsbare Singapore werd daardoor gedwongen op eigen benen te staan. Dat deed het onder leiding van minister-president Lee Kuan Yew, een autoritaire etnische Chinees met een eenvoudige filosofie: het beste ter wereld moet Singapore beter kopiëren. Haven, vliegveld, onderwijssysteem en infrastructuur; alles werd mooier en beter gekopieerd dan door de concurrentie en Singapore heeft nu een hoger nationaal inkomen dan het vijfhonderd keer grotere Maleisië.

Philips kreeg met dezelfde argumenten te maken als waarmee Singapore zichzelf vandaag de dag ook verkoopt: gunstige geografische ligging, politiek stabiel en ,,niet alleen maar praten over hun visie, maar ook echt wat doen'', zegt Bastiaanssen.

In 1971 stond dan ook de eerste Philips Machinefabriek buiten Nederland in Singapore. ,,Nu kampt Singapore met ruimtegebrek, toen was er plek zat '', vertelt Bastiaanssen. De keuze voor de bouw van de Machinefabriek viel op een moeras vol krokodillen en slangen, maar met een paar heuveltjes vlakbij. De heuvels werden in het moeras geschoven en de bouw kon beginnen. Doordat Singapore nauwelijks over adeauate infrastructuur beschikte moest Philips zelf de lopende banden, gereedschappen en mallen voor de nog te bouwen fabrieken te maken. Bastiaanssen was de drijvende kracht achter een opleidingscentrum voor vaklieden, dat Philips opzette om de verlegen en onzekere Singaporese werknemer van toen klaar te stomen voor het werken in een Philips-fabriek. Die opleiding bestaat nog steeds, maar de Singaporezen zijn volgens Bastiaanssen enorm veranderd. ,,Toen ik in 1974 begon, durfden de werknemers me niet aan te kijken of vragen te stellen. Nu barsten ze van trots en zelfvertrouwen.''

Bastiaanssen heeft zijn prijs echter niet alleen aan het opzetten van het opleidingscentrum te danken, zegt de Singaporese Economic Development Board die hem de prijs gaf. Het in een vroeg stadium geloven in het succes van Singapore en het hebben van dezelfde lange termijnvisie als de leiders van de stadsstaat heeft de Philips-directeur evenzeer aan de prijs geholpen. En zijn vondst om twee soortgelijke kleine televisietuner-fabrieken in Singapore en in Amerika samen te voegen tot één grote die daardoor ook aan onderzoek en ontwikkeling kon gaan doen. De locatiekeuze viel op de Aziatische stadsstaat. ,,Die fabriek bleek achteraf ontzettend belangrijk te zijn voor Singapore bij het opzetten van mobiele telefonie-industrie. Want voor een tv-tuner - die het signaal dat uit de kabel komt, omzet in televisiebeeld - heb je dezelfde technische kennis nodig als voor de radiofunctie in mobiele telefonie. Die kennis was in Singapore al jaren voorhanden. Daar profiteerde zowel Philips als Singapore van. Kennelijk is men dat hier nog niet vergeten en weten ze nu nog steeds dat ik daarachter zat.''