Paarse zonneschijn

DERDE DINSDAG wordt ook inhoudelijk eentonig. De boodschap die de regering vandaag in de Troonrede en de Miljoenennota uitdraagt, wijkt nauwelijks af van voorgaande jaren: het gaat goed en het blijft goed gaan. De diverse kerngegevens voor het jaar 2001 zien er allemaal even prachtig uit. Voor het eerst sinds 1949 wordt er weer een begroting gepresenteerd die een overschot te zien geeft, voor het zesde achtereenvolgende jaar zal de economie met meer dan drie procent groeien, de schuldquote daalt ruim onder de Europese norm, de werkloosheid neemt verder af, de werkgelegenheid groeit en de koopkracht zal als gevolg van het nieuwe belastingstelsel voor de meeste mensen explosief toenemen.

De paarse coalitie kan terecht tevreden zijn. Als het gaat om de macro-economische indicatoren neemt Nederland binnen Europa een sterke positie in. Dat geldt in het bijzonder de werkgelegenheid, wat behalve een economische ook een maatschappelijke factor is. Volgens de vandaag gepresenteerde stukken zullen volgend jaar 550.000 mensen meer een baan hebben dan bij de start van het tweede kabinet-Kok in de zomer van 1998. De afgelopen jaren nam de werkgelegenheid in Nederland meer dan tweemaal zoveel toe als het gemiddelde van de Europese Unie. Het gevolg is dat Nederland thans een van de landen met de laagste werkloosheid binnen Europa is.

Overigens zeggen deze absolute getallen ook weer niet alles. In volledige arbeidsjaren uitgedrukt, zit Nederland wat participatiegraad betreft (het aantal werkenden ten opzichte van het aantal inactieven onder de 65 jaar) nog onder het Europees gemiddelde. De oudere werknemer blijft een zeldzaam verschijnsel en als het gaat om het aantal arbeidsongeschikten neemt Nederland in Europees verband ook volgend jaar weer een negatieve uitzonderingspositie in.

Dat de buitengewoon voorspoedige economische groei eveneens zijn negatieve kanten heeft, laten de `milieucijfers' zien. Nederland, dit najaar nota bene gastland voor de internationale klimaatconferentie, loopt ten opzichte van Europa als geheel ver achter bij het nakomen van de in Kyoto aangegane verplichtingen om de uitstoot van broeikassen tegen te gaan. Het eufemisme `beleidstekort' dat in de Miljoenennota ten aanzien van dit punt wordt gehanteerd, kan niet verhullen dat Nederland ingrijpende maatregelen moet nemen om die achterstand weg te werken.

DE VOORNEMENS voor het komend jaar die de regering vandaag heeft gepresenteerd bieden, conform de gegroeide praktijk, geen verrassingen meer. Reeds aan het begin van de zomer was duidelijk dat alle drie de coalitiepartners als gevolg van de financiële overvloed hun wensen beloond zouden zien. En zodoende laat de begroting voor 2001 lastenverlichting, uitgavenverhoging en aflossing van de staatsschuld zien. Paarser kan het niet.

De doelstellingen van het pas twee jaar oude regeerakkoord zijn ruimschoots gehaald. Om die reden zou het interessant zijn te weten hoe de paarse combine de resterende twee jaar verder denkt te regeren. Temeer omdat de overvloed ook zijn schaduwzijden kent. Allereerst zijn de gevaren van een oververhitting van de economie met alle kwalijke gevolgen van dien reëel aanwezig. Waar de inflatie gemiddeld in de rest van Europa terugloopt, neemt deze in Nederland fors toe. In de stukken komt de regering niet verder dan de mededeling dat waakzaamheid geboden is.

Daarnaast wordt het verschil tussen erkende probleemterreinen zoals het onderwijs en de zorg en `de rest' van Nederland schrijnender naarmate de welvaart toeneemt. Langzamerhand kent iedereen wel iemand in zijn omgeving die te maken heeft met een wachtlijst of een lerarentekort. Voorts blijft mainport Nederland worstelen met zijn infrastructuur.

De publieke gevoeligheid van al deze thema's is groot. Maar afgezien van het doneren van enkele miljarden voor de knelsectoren, schiet het kabinet danig tekort bij het tonen van een structurele en inventieve aanpak van deze problemen. Halverwege de rit is de paarse beleidsmachinerie stilgevallen. Alsof er sprake is van geheel nieuwe vraagstukken stelt de Miljoenennota dat voor het ,,verantwoord bepalen van een beleidslijn een gedegen voorbereiding nodig is''. Daarom zal het kabinet ,,nadere verkenningen voor onder meer de zorg, het onderwijs en de infrastructuur in ruime zin opstellen''. Niet eerder was er zo veel geld en zo weinig beleid. Daardoor dreigt het gevaar van bodemloze putten.

VOLGENS DE wetmatigheid van de Haagse politieke kalender heeft het kabinet-Kok met de begroting voor 2001 de begroting voor het oogstjaar ingediend. Geoogst wordt er zeker met de prachtige statistieken en ook nog een belastingverlaging van ruim zes miljard gulden. En het einde is nog niet in zicht. Als de conjunctuur zich maar conform de voorspellingen in opwaartse richting blijft bewegen. Daar draait het allemaal om. De weinig inspirerende Troonrede van vandaag heeft het nog eens bewezen. Voor de glans moet paars het niet van zichzelf hebben, maar van de economische zonneschijn die van buiten komt.