ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN

Lerarentekort

Het kabinet trekt 250 miljoen gulden extra per jaar uit om het lerarentekort aan te pakken. Door carrièreperspectieven van leraren te verbeteren, werkdruk en ziekteverzuim te bestrijden en kinderopvang uit te breiden, moet het weer aantrekkelijk worden om voor de klas te staan.

Dit geld komt bovenop de 1,7 miljard gulden die de onderwijs-CAO per jaar extra kost. De arbeidsvoorwaarden voor leraren worden gemoderniseerd. De carrière van leraren hoeft niet meer vanaf de eerste werkdag vast te liggen, maar het salaris kan afhankelijk worden van bijscholing, talent en extra taken.

Schoolbudget

Basisscholen, middelbare scholen en scholen voor middelbaar beroepsonderwijs krijgen met ingang van dit jaar een eigen `schoolbudget' om een zo aantrekkelijk mogelijk personeelsbeleid te voeren. Hiervoor is 240 miljoen gulden per jaar beschikbaar .

Schoolbesturen kunnen met het budget leraren die extra taken op zich nemen of bijzondere kwaliteiten hebben, extra belonen. Het bestuur kan tegemoet komen aan `moderne eisen', zoals een sabbatical year. Ook kunnen ze extra niet-onderwijzend personeel aantrekken.

Zwarte scholen

Jaarlijks zal 30 miljoen gulden worden uitgegeven om lerarentekorten op achterstandsscholen (lees zwarte scholen) aan te pakken. Hier zijn de tekorten nog nijpender, omdat het werk, gezien de problematiek van de kinderen, vaak als zwaarder wordt beschouwd. Door leraren extra te belonen of een bonus toe te kennen, zouden deze scholen zittende leraren kunnen behouden en nieuwe kunnen aantrekken.

Ziekteverzuim

Het ziekteverzuim moet in drie jaar tijd met 1 procent worden teruggedrongen. Dat lijkt weinig, gaf minister Hermans op de persconferentie toe, maar gezien het tempo waarmee het verzuim momenteel stijgt, zou dat een hele prestatie genoemd kunnen worden. De bedoeling is dat daarmee 50 miljoen gulden wordt bespaard.

Dit geld vloeit via de `eigen' schoolbudgetten weer terug naar de scholen.

Hoger onderwijs

Universiteiten en hogescholen worden gecompenseerd voor het groeiende aantal studenten waarmee ze de afgelopen jaren zijn geconfronteerd. Hiervoor is 354 miljoen gulden beschikbaar, oplopend tot 583 miljoen in 2004. Van dit bedrag gaat in 2001 80 miljoen gulden naar het beroepsonderwijs, oplopend tot 115 miljoen gulden in 2004. Naar de universiteiten gaat in 2001 35 miljoen gulden, oplopend tot 69 miljoen gulden in 2004. Naar de studiefinanciering gaat in 2001 60 miljoen gulden, oplopend tot 110 miljoen gulden in 2004. Om hogescholen en universiteiten meer armslag te geven om lectoren en assistenten in opleiding (aio's) te werven, is jaarlijks 55 miljoen gulden beschikbaar.

Probleemleerlingen

Het kabinet investeert vanaf 2001 220 miljoen gulden per jaar in extra zorg voor leerlingen op basisscholen. Het gaat hierbij om hulp aan kinderen met een handicap en kinderen met een leerachterstand. Kinderen met een handicap kunnen als dat mogelijk is naar een reguliere basisschool. Ze krijgen dan een `rugzakje' met geld mee, zodat de school de extra hulp en aanpassingen die ze nodig hebben kan bekostigen. Voor de `regionale expertise centra' die de hulp moeten leveren, voor een betere beoordeling van probleemleerlingen en voor onderwijskundige ontwikkeling is ook extra geld beschikbaar.

Voorschool

Jaarlijks gaat 100 miljoen gulden naar de zogenoemde voorschool. Peuters met een (dreigende) achterstand, bijvoorbeeld omdat er bij hen thuis geen Nederlands wordt gesproken, kunnen vanaf hun tweede jaar naar een voorschool. Om de onderwijsachterstanden van, veelal allochtone, kinderen op basis- en middelbare scholen te verkleinen is in 2001 45 miljoen gulden beschikbaar, oplopend tot 20 miljoen in 2005. Voor de stijging van het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs trekt het kabinet vanaf 2001 10 miljoen gulden uit, oplopend tot 20 miljoen in 2005.

Computers

Vanaf 2002 investeert het kabinet jaarlijks 120 miljoen gulden in computers in het onderwijs. In 2001 komt daar eenmalig 80 miljoen gulden bij. Dit geld is voor computers, software en `kennisnet', het elektronische onderwijsnetwerk onder de hoede van het ministerie. Jaarlijks zal 20 miljoen gulden worden ingezet voor de ontwikkeling van educatieve lesprogramma's en informatieve websites. In 2001 is 50 miljoen gulden extra beschikbaar voor aanschaf en onderhoud van computers. Daarnaast komt er een flinke bijdrage van 130 miljoen gulden in 2001 en 100 miljoen gulden vanaf 2002 uit het Fonds Economische Structuurversterking voor computers in het onderwijs.

Beroepsonderwijs

Extra aandacht besteedt minister Hermans dit jaar aan de verbetering van het beroepsonderwijs. Meer samenwerking tussen de Regionale Opleidingscentra (ROC`s) en gemeenten en bedrijfsleven moet leiden tot een breder en gevarieerder onderwijsaanbod. Hermans streeft naar minder landelijke regelingen. Hij wil de ROC's de ruimte bieden om eigen beleid te voeren. Dat staat in de beleidsnota Koers BVE die vandaag tegelijk met de begroting is gepresenteerd. Hermans betreurt het dat na tien jaar reorganiseren het beroepsonderwijs nog steeds worstelt met een slecht imago. Bijna tweederde van de jongeren, 420.000, kiest jaarlijks voor het beroepsonderwijs en daar komen nog eens bijna 200.000 volwassen en nieuwkomers bij. Juist voor die laatste groepen wacht de ROC een belangrijke taak, vindt Hermans: ,,Door de snelle ontwikkeling van kennis dreigen groepen mensen achterop te raken en kan een maatschappelijke tweedeling ontstaan.''

Cultuurnota

De Cultuurnota 2001-2004 betekent een aanzienlijke verhoging van het cultuurbudget: uit verschillende bronnen komt 220 miljoen gulden extra beschikbaar, waarmee de cultuurbegroting stijgt tot 1,3 miljard per jaar. Het extra geld zal worden besteed aan zeven prioriteiten van staatssecretaris Van der Ploeg: versterking van de programmering, meer aandacht voor minderheden, jongereneducatie, betere presentatie en digitalisering van cultureel erfgoed, culturele planologie en een bijdrage aan de restauratie van het Rijksmuseum. In grote lijnen volgt Van der Ploeg de adviezen van de Raad voor Cultuur.

Einde subsidie

Bij 38 bestaande instellingen wordt de subsidie stopgezet. Conform het advies van de Raad voor Cultuur gaat het hierbij vooral om theatergezelschappen: De Appel, BEWTH, Bonheur, Fact, de Gebroeders Flint, Griftheater, Maatschappij Discordia en de jeugdtheatergroepen Teneeter en Sirkel. In sommige gevallen, zoals De Appel uit Den Haag en Teneeter uit Nijmegen, zal gemeentelijke subsidie waarschijnlijk uitkomst bieden. Muziektheatergezelschap Orkater, dat zich de afgelopen maanden ontwikkelde tot boegbeeld van de belaagde toneelsector, krijgt dankzij de extra middelen 1 miljoen gulden subsidie, aanzienlijk minder dan de huidige twee miljoen en de gevraagde drie miljoen gulden. Van der Ploeg volgt de negatieve raadsadviezen voor Felix Meritis, Vormgevingsinstituut, Huis Doorn en filmdistributeur Cinemien. Het door de Raad voor Cultuur kritisch bejegende Holland Festival ontvangt nog één jaar de huidige subsdie van bijna 2,5 miljoen gulden, daarna moet een nieuw beleidsplan uitsluitsel bieden.

Beleggen in film

Individuele beleggers die in Nederlandse filmproducties investeren, verliezen vanaf 2002 hun fiscale voordeel. De filmbedrijven zelf zullen op een andere manier dan nu een subsidie danwel een fiscaal voordeel krijgen. Volgend jaar, als het Belastingplan 2001 wordt ingevoerd, vervalt de huidige regeling voor investeren in film. Staatssecretaris Bos (Financiën) heeft voor 2001 een overgangsregeling opgesteld, zodat de voordelen nog een jaar lang gehandhaafd blijven. Daarna is het echter afgelopen voor de beleggers.