Mausoleum in jungle voor megalomaan Mobutu

Midden in het oerwoud van Noord-Congo bouwde president Mobutu zijn `Versailles', een monument van decadentie. Sinds zijn dood worden de paleizen overwoekerd door de jungle. Veel dorpelingen dragen Mobutu nog steeds in hun hart.

Geschrokken springen de geiten van de marmeren eettafel. Gele vogeltjes met lange staarten vliegen kwetterend uit de keuken. Een groene slang glijdt weg langs een slingerplant die in de slaapkamer is doorgedrongen. De geduldige jungle neemt gestaag bezit van de buitenissige decadentie in het oerwoud van Congo.

Menig Afrikaans staatshoofd bouwde zichzelf een grotesk imperium. Enkele presidenten, zoals Houphouet Boigny van Ivoorkust, keizer Bokassa van de Centraal-Afrikaanse Republiek of Kamuzu Banda van Malawi, verloren ieder gevoel voor proportie en omgaven zich met een onwezenlijke grandeur. De kroon van de Afrikaanse decadentie spant echter de voormalige leider van Zaïre (nu Congo), Mobutu Seso Seko. Hij stichtte voor zichzelf en zijn familie een `Versailles' in zijn geboortestreek in Noord-Congo. Gbadolite was jarenlang een gesloten stad. Pas sinds kort, sinds rebellen van de Congolese Bevrijdingsbeweging (MLC) het gebied bezetten, krijgt de buitenwereld een idee van de omvang van Mobutu's hebzucht. Plunderaars legden de hand op alles wat los en vast zat. In Mobutu's privé-residentie hangen nog een paar ongrijpbare kroonluchters aan het plafond. Het goudkleurige, in Italiaans marmer ingebedde bad viel niet los te rukken. Van het Delfts Blauw in de keuken herkende schijnbaar niemand de waarde.

In de talrijke fonteinen rond dit paleis kwaken dikke kikkers. Vroeger dansten de waterstralen ritmisch op muziek. Olifantengras bedekt het terras met uitzicht op een verlaten landschap. De slaapkamer boven kijkt uit op een landingsbaan, een kilometer verderop. Op het dak van de aankomsthal zaten diamanten geplakt.

Gbadolite was een gehucht van lemen hutten, zonder wegen, gevangen in het oerwoud. Met miljarden guldens toverde Mobutu het om tot een stad met leidingwater, elektriciteit, geasfalteerde wegen, villa`s voor zijn medewerkers en zijn vriendinnetjes, supermarkten, scholen. Alles voor zijn eigen familie, zijn eigen kliek, zijn eigen stam. Niet één maar vele paleizen liet hij voor zichzelf in zijn geboortestreek bouwen. In sommige heeft hij zelfs niet één nacht doorgebracht.

Even buiten het stadscentrum ligt het mausoleum van zijn eerste echtgenote Marie-Antoinette. Het marmeren deksel is van haar graf geschoven. Mobutu nam de stoffelijke resten in 1997 mee in ballingschap, evenals de as van zijn vermoorde vriend, de Rwandese president Habyiramana. Iets verderop legde hij een Afrikaans dorp aan met ieder pand in de bouwstijl van een ander Afrikaans land. Terwijl Mobutu zelf in zijn Versailles woonde, ontving hij hier zijn Afrikaanse collega's in traditionele huizen.

In zijn kolossale officiële residentie deed iemand zijn behoefte op de onderbuik van een gevallen bronzen standbeeld. Opnieuw overal fonteinen. Mobutu hield van groen en van water, gelijk het oerwoud en de rivieren van zijn land.

Zijn hebzucht kende geen grenzen. Tegenover dit potsierlijke gebouw stampte hij nog een groter paleis uit de grond. De ontvangsthal heeft de omvang van een half voetbalveld, met een wijde marmeren wenteltrap die naar grote feestkamers leidt. De tuin bestond uit een wildpark waarvan de dieren inmiddels verdwenen zijn.

Het crescendo van de rondgang door het Versailles van Mobutu komt in de Chinese stad. Een paleis voor Assepoester. Voor zijn kinderen bouwde hij hier veertig Chinese appartementen van hout, omgeven door beekjes en plantsoenen. Chinese kunstenaars werkten 24 uur per dag aan de delicate tekeningen op de pilaren, de muren en de plafonds. Draken steken hun gekrulde tongen van de dakgoten. De plunderaars wisten hier geen raad mee en lieten de Chinese stad onbeschadigd over aan de woekerende jungle.

Een plunderaar schreef op de muur: `l'Homme est né bon, mais c'est la nature qui lui rend mauvais', `De mens wordt goed geboren, maar de natuur maakt hem slecht'. Mobutu liet zijn volk wegzakken in de blubber van de armoe. Vanaf 1974 werd in Congo geen enkele weg meer aangelegd. Toén al ontbrak het hem aan plannen en een visie voor Zaïre en concentreerde hij zijn inspanningen op Gbadolite. Het Internationale Monetaire Fonds, met steun van de grote Westerse mogendheden, bleef hem echter miljoenen dollars verschaffen, in de volle wetenschap waar het geld aan werd besteed. Van de nieuwe regering in Congo wordt geëist dat zij de opgelopen staatsschuld van bijna vijftien miljard dollar afbetaalt.

Menig inwoner van Gbadolite praat nostalgich over de Mobutu-jaren. ,,Mobutu betaalde twee jaar lang mijn schoolgeld', vertelt een jongeman. ,, Hij wandelde zonder bewaking 's middags door de straten en schudde ons de hand', zegt een ander. Soms deelde hij geld uit op de markt. ,,Mobutu was een goed mens, hij was onze vader', zegt een marktvrouw.

De geest van Mobutu waart nog steeds rond in Gbadolite. De strijders van de toenmalige rebellenleider Laurent Kabila namen in 1997 wraak op de bewoners. Een nieuwe opstand volgde een jaar later waarbij de Congolese Bevijdingsbeweging (MLC) de kans schoon zag Kabila's soldaten te verdrijven. Het MLC wordt geleid door Jean-Pierre Bemba, de zoon van één van Mobutu's naaste medewerkers. Bemba stelt zich politiek correct op en probeert afstand te nemen van zijn verleden. Hij noemt Mobutu een dief, maar de bewoners willen daar niets van weten. Zij dragen Mobutu mee in hun hart. Iedere zaterdag vegen ze het mausoleum schoon in een aandoenlijke poging om de jungle op afstand te houden.

En Mobutu? Toen de rest van Congo hem had uitgespuwd, trok hij zich terug in Gbadolite en liet zich nauwelijks meer zien in de hoofdstad Kinshasa. Hunkerend naar liefde van zijn onderdanen, waarmee hij overladen was in de beginjaren van zijn regime, mengde hij zich onder stamgenoten. Van iedere aanhankelijkheid, van ieder applaus, van iedere steunbetuiging genoot hij met volle teugen. In zijn laatste uren in Congo in mei 1997 kon echter zelfs Gbadolite hem niet meer beschermen tegen de werkelijkheid. Nooit had hij voorzien dat hij zijn Versailles in de jungle moest verlaten. Hij bleef weigeren te vertrekken. Tót het moment dat zelfs zijn elitesoldaten van zijn stam zich tegen hem keerden. Toen hij opsteeg, schoten ze op zijn vliegtuig. Op het nippertje wist hij te ontkomen. Enkele maanden later stierf hij in Marokko als balling.