Gebruik embryo's voor onderzoek toegestaan

Levensvatbare embryo's die overblijven bij een reageerbuisbevruchting mogen worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek of bij andere vrouwen worden ingeplant.

Op zijn vroegst over drie jaar is het ook toegestaan dat er speciaal voor onderzoek embryo's worden gekweekt, zij het dat dit onderzoek dan tot enkele nauwkeurig omschreven terreinen wordt beperkt.

Dit blijkt uit het voorstel voor de Embryowet die de ministers Korthals (Justitie) en Borst (Volksgezondheid) binnenkort naar de Tweede Kamer zullen sturen. De wet bepaalt onder welke voorwaarden onderzoek met `restembryo's', die anders teloor zouden gaan, is toegestaan.

De onderzoekers mogen deze embryo's niet langer dan veertien dagen laten groeien. Alleen volwassen donoren kunnen (schriftelijk) toestemming geven voor het gebruik van de restembryo's. Dit geldt zowel voor het gebruik bij wetenschappelijk onderzoek als voor het inplanten bij anderen.

Het wetsvoorstel regelt ook onder welke voorwaarden onderzoek aan de foetus (een embryo in het lichaam van de vrouw) is toegestaan. Dit man alleen als het achterwege blijven ervan schade voor de vrucht of de vrouw oplevert en niet tot na de geboorte kan worden uitgesteld.

Volgens minister Borst is er op dit moment nog geen `maatschappelijk draagvlak' voor het speciaal ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek kweken van embryo's. Maar zij verwacht dat er binnen enkele jaren wel voldoende steun voor zal zijn en dat het apart kweken, gezien de stand van de wetenschap, ook noodzakelijk is. Daarom worden in het wetsvoorstel de voorwaarden daarvoor vastgelegd met de bepaling dat over drie tot vijf jaar een beslissing wordt genomen over het geven van het groene licht voor het kweken van deze embryo's. Maar ook dan zal het verboden zijn een menselijk embryo in een dier in te brengen (of omgekeerd) of een meercellige hybride te kweken. Ook mag er niet met de geslachtscellen of het embryo worden gemanipuleerd.