FINANCIËN

Begrotingsoverschot

Het rijk verwacht volgend jaar 362 miljard gulden uit te geven. De staatsschuld zakt volgend jaar onder de 500 miljard gulden (499 miljard ofwel circa 31.000 gulden per Nederlander). Naast de al afgesproken extra uitgaven uit het regeerakkoord (7,1 miljard) komt er volgend jaar nog eens 7,7 miljard gulden aan meevallers bij. Onderwijs en zorg profiteren hiervan het meest, met respectievelijk 1,5 en 1,6 miljard. Het kabinet houdt voor 2001 rekening met een overschot op de collectieve uitgaven van 0,7 procent van het bruto binnenlands product, ofwel 6,3 miljard gulden. Voor het eerst sinds 1951 heeft het rijk een begroot overschot, van 3,5 miljard gulden.

Inkomsten

De inkomsten zijn geraamd op 364,4 miljard gulden (165,4 miljard euro): 228,3 miljard aan belastingen, 132 miljard aan premies en 4 miljard aan aardgas-baten. Het bruto binnenlands product (de totale omzet aan goederen en diensten) bedraagt in 2001 naar verwachting 945 miljard gulden (433 miljard euro). Dat is ongeveer 61.550 gulden per inwoner.

Laatste keer guldens

De begroting 2001 is om meerdere redenen historisch. Het is voor het eerst sinds 1951 dat een begroot overschot in de boeken staat. Tevens is het de laatste keer dat de begroting in guldens wordt gepresenteerd. In september 2001 wordt de begroting van 2002 gepresenteerd en die wordt in euro's opgesteld. Ten slotte is het de laatste keer dat de begroting in `oude stijl' is opgesteld. Volgend jaar zal de wirwar van begrotingsartikelen worden vervangen door grote thematische `blokken' (zorg, veiligheid, klassenverkleining). Hierdoor kunnen prestaties van departementen op een bepaald beleidsgebied beter worden gemeten.

Baten/lastenbegroting

Er wordt een begin gemaakt met het overschakelen op een integrale baten- en lastenbegroting. Doel is een meer `resultaat-georiënteerde' aanpak van de begroting. In de toekomst moeten publieke diensten net als bedrijven werken met balansen van inkomsten en uitgaven, met langjarige investeringen en reserveringen voor afschrijvingen. Nederland hoopt daarmee, in navolging van Nieuw-Zeeland, Australië en het Verenigd Koninkrijk, beter te kunnen inspelen op contacten met het bedrijfsleven. Kort gezegd hanteert de overheid nu de stelregel dat een project beter goedkoop kan worden aangelegd, om het daarna duur te onderhouden. Het bedrijfsleven redeneert meer vanuit de lange termijn en past een integrale kosten- en batenanalyse toe bij grote projecten.