De bewindsman van 445 miljoen

De gevestigde cultuur komt er in de Cultuurnota beter vanaf dan de kunst voor en door allochtonen. Staatssecretaris Van der Ploeg lijkt zich daarmee te hebben verzekerd van een plaats in de vaderlandse geschiedenisboeken.

Spinnend van genoegen zat de directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam, Ronald de Leeuw, afgelopen vrijdag naast de staatssecretaris voor Cultuur, Rick van der Ploeg. Daar had de museumdirecteur ook alle reden toe. Want de grote verrassing in de Cultuurnota 2001-2004, die toen alvast aan de pers gepresenteerd werd, was een spectaculair `cadeau' aan het Rijksmuseum.

Het kabinet wil de komende zes jaar 445 miljoen gulden investeren in de grootscheepse vernieuwing en renovatie van het Rijksmuseum. Dat is een voor Nederland ongekend groot cultureel project – het is een `grand projet' zoals de Franse presidenten dat graag uitvoeren. Van der Ploeg en De Leeuw plaatsen hun plannen van bijna een half miljard ook in die context. Zoals het Franse nationale museum het Louvre in Parijs een geweldige opknapbeurt kreeg, zo moet ook onze `nationale schatkamer' gemoderniseerd en voor jong en oud toegankelijk gemaakt worden.

Alle kritiek die de afgelopen dagen (maanden, jaren) op Van der Ploeg geklonken heeft, als zou hij een staatssecretaris zijn die geen eerbied voor gevestigde, kwalitatief hoogstaande kunst hebben, komt in een ander licht te staan door dit mega-project. Dat wordt bovendien begeleid door een evenement dat sterk de signatuur van deze staatssecretaris heeft, die hamert op publieksparticipatie: Van der Ploeg wil een `maatschappelijk debat' over de rol en positie van het Rijksmuseum in Nederland. Volk en elite – schrijvers, filmers – zullen worden uitgenodigd mee te praten over architecten- en inrichtingsplannen. De voorzitter van deze brede cultureel-maatschappelijke Rijksmuseumdiscussie werd vrijdag ook bekend gemaakt: schrijver en tv-presentator Adriaan van Dis.

Van der Ploeg zal de geschiedenis ingaan als de staatssecretaris die het Rijksmuseum 445 miljoen schonk, niet als de bewindsman voor `jongeren- en allochtonencultuur', zoals zijn critici denken. In de vandaag aan de Tweede Kamer aangeboden Cultuurnota komen de woorden `jongeren' en `allochtonen' nauwelijks voor. Na zijn aantreden, en na zijn eerste nota Ruim baan voor culturele diversiteit, leek Van der Ploeg van `jong' en `allochtoon' zijn handelsmerk te maken. Dit is geen cultuurbeleid maar welzijnswerk, luidde de kritiek. ,,Dit is een heel evenwichtige Cultuurnota'', benadrukte Van der Ploeg afgelopen vrijdag herhaaldelijk. Van de aanvankelijk scherpe stellingname over multiculturele deelname aan het cultuurleven is weinig terug te vinden. Van der Ploeg schrijft dat hij onder culturele diversiteit niet louter aandacht voor culturele minderheden verstaat, zoals hij wel deed in zijn eerdere nota. ,,Hier hanteer ik een ruimere opvatting'', stelt hij in de nota. Het gaat niet alleen om jongeren en allochtonen, nu wil hij ook graag dat kunst toegankelijker wordt voor `vrouwen en mensen buiten de Randstad'.

De bedragen in de Cultuurnota spreken boekdelen: aan een eerbiedwaardige cultuursector als monumentenzorg besteed hij ruim 700 miljoen. Aan het Nieuwe Rijksmuseum 445 miljoen. De ruim 100 miljoen die hij voor jong, allochtoon, nieuw en anders ter beschikking heeft, steekt daar mager bij af.