Commissie moet lot van bedreigde orkesten bepalen

De drie met opheffing bedreigde orkesten betreuren dat staatssecretaris Van der Ploeg in zijn vandaag naar de Tweede Kamer gestuurde Cultuurnota geen afstand heeft genomen van het advies van de Raad voor Cultuur om hun subsidie stop te zetten.

Van der Ploeg wil dat een commissie in februari rapporteert over tal van muziekproblemen, onder andere de uitvoerbaarheid en de gevolgen van opheffing voor het Nederlands Kamerorkest, het Noordhollands Philharmonisch Orkest en het Radio Symfonie Orkest. Het CNO, de organisatie van de orkesten, wil eerst het negatieve advies van de Raad van tafel en klaagt dat tijdens het werk van de commissie allerlei voorgestelde verbeteringen voor het Popinstituut, een aantal orkesten en de ensembles niet worden geëffectueerd. Het CNO pleit verder voor stimulering van klassieke muziek en het bedienen van een groeiend publiek.

Het Nederlands Kamerorkest vindt dat de Tweede Kamer meer financiële ruimte moet eisen voor de commissie, die anders alleen kan bezuinigen en geen recht kan doen aan artistieke kwaliteiten en taken van de orkesten. Net als het Noordhollandse orkest klaagt het NKO dat het na een slecht onderbouwd advies van de Raad voor Cultuur nu wordt geconfronteerd met een onzorgvuldig geformuleerde Cultuurnota. Daarin wordt voor 1 januari 2002 de stopzetting van het Kamerorkest aangekondigd, halverwege het seizoen dat al goeddeels is gepland. Bovendien blijft het na het nieuwe commissieadvies tot half 2001 onduidelijk wat de Raad voor Cultuur, de staatssecretaris en de Tweede Kamer daarvan zullen vinden. Het orkest noemt dat ,,onacceptabel'' omdat het ,,zowel de organisatie als het cultuuraanbod grote schade toebrengt.''

De voorzitter van de Ondernemingsraad van het Noordhollands Philharmonisch Orkest, R. van der Heide, wraakt de benoeming van Lieuwe Visser, lid van de Raad voor Cultuur, als commissielid. Visser is ook bestuurslid van het Nederlands Balletorkest en volgens Van der Heide zijn onafhankelijkheid en integriteit wegens die dubbelfunctie ,,nauwelijks mogelijk.''