Begrotingsoverschot

Het gaat de goede kant op met de staatsschuld. Voor het eerst sinds jaren neemt de schuld niet alleen af in procenten van het bruto binnenlands product (bbp), maar ook nominaal, in guldens. Premier Kok is er trots op: "Het kost heel veel moeite om het omslagpunt van een groeiende naar een dalende schuld te bereiken", zei hij. "Maar als je dat punt eenmaal hebt bereikt, gaat het snel." Volgens Kok was dit niet een politiek probleem, maar eerder een mathematische kwestie.

De schuld – 499 miljard gulden in 2001, ofwel 52 procent van het bbp – kan nu snel omlaag. Alleen door de jaarlijkse rentelasten op de staatsschuld drastisch naar beneden te brengen, kan het kabinet zijn belofte waarmaken om deze lasten niet volledig door te geven aan toekomstige generaties.

Er is de laatste maanden veel gezegd over de noodzaak de staatsschuld al dan niet versneld af te lossen. Maar sinds afgelopen zaterdag ook de PvdA zich achter volledige aflossing van de schuld in 25 jaar heeft geschaard, staat niets deze reductie nog in de weg.

Internationaal vergeleken bevindt Nederland zich nu ruim binnen de Europese criteria voor de staatsschuldquote. De Europese Monetaire Unie hanteert als richtlijn dat de totale schuld niet meer mag zijn dan 60 procent van het bbp en het financieringstekort niet meer dan 3 procent.

Het zal nog wel even duren voordat Nederland Luxemburg heeft verslagen: een ambitie die minister Zalm bij herhaling heeft uitgesproken. Luxemburg heeft een staatsschuld van minder dan 20 procent bbp en een overschot van bijna 3 procent.