Begroting 2001 toont overschot

De Rijksbegroting 2001 vertoont een overschot. Dat is voor het eerst sinds 1950. Het kabinet heeft de meest rooskleurige begroting sinds decennia ingediend.

De belastingen gaan omlaag en de uitgaven omhoog. Niettemin is er een begrotingsoverschot. De Rijksbegroting 2001 is de allerlaatste die in guldens is opgesteld. In de begroting voor 2002 staat de euro centraal, omdat op 1 januari 2002 de Europese munt als betaalmiddel wordt ingevoerd.

De fracties in de Tweede Kamer maken zich zorgen over een toenemend personeelsgebrek in de publieke sector. De meeste fracties vragen meer en duidelijker maatregelen van het kabinet om meer leraren, verpleegkundigen en politiemensen te werven.

Het kabinet rekent in 2001 op een overschot van ruim 6 miljard gulden. Dat is 0,7 procent van het bruto binnenlands product. Een overschot was er al in 1999 en ook in 2000 wordt dit verwacht. Maar het is de eerste keer sinds een halve eeuw dat een begroting met een overschot wordt ingediend.

De rijksuitgaven gaan volgend jaar met 14,8 miljard gulden omhoog. De extra bestedingen zijn vooral te danken aan lagere uitgaven op andere begrotingsposten en minder uitkeringen uit de sociale fondsen. De collectieve lasten (belastingen, premies) dalen volgend jaar per saldo met 6,6 miljard gulden. Dit is grotendeels het gevolg van het nieuwe belastingstelsel.

Premier Kok roept op tot aanhoudende loonmatiging. Hij is beducht voor `oververhitting' van de economie. Snelle loonstijging en oplopende inflatie zouden een einde kunnen maken aan de periode van hoogconjunctuur die Nederland doormaakt.

Het kabinet verwacht volgend jaar 3,5 procent inflatie, een procentpunt meer dan de prognose voor dit jaar. De geldontwaarding houdt verband met krapte op de arbeidsmarkt, met hogere lonen tot gevolg. De inflatie kan ook oplopen door verdere stijging van de consumptieve bestedingen. De gemiddelde koopkracht stijgt met 5,25 procent door de belastingherziening.

Naar verwachting werken er volgend jaar 550.000 mensen méér dan in 1998. Het kabinet houdt rekening met 230.000 werklozen. Vooral in de collectieve sector wordt het personeelsgebrek nijpend.

De PvdA-fractie in de Tweede Kamer verlangt van het kabinet een ,,diepgravende analyse'' van de problemen in de publieke sector. D66 mist ,,een overtuigende aanval'' om de problemen in onder meer de zorgsector en het onderwijs aan te pakken. De VVD ziet problemen in de collectieve sector als een mogelijke bedreiging voor de economische ontwikkeling. Het CDA onderstreept dat ,,goede plannen'' op dit moment belangrijker zijn dan extra geld voor publieke diensten: ,,Geld is er genoeg.'' GroenLinks wil maatregelen om het dalende maatschappelijk vertrouwen in de kwalitieit van zorg en onderwijs te keren.

NOTA MONARCHIE, ADVIES RAAD VAN STATE, REACTIES, pagina 3

HOOFDARTIKEL,`VERNIEUWENDE' ECONOMIE pagina 9