Arbeidsmarkt domper op feestje

De nadruk in de economische en sociale rapportages ligt steeds meer op de arbeidsmarkt. Deze potentiële handrem op de economie moet er weer af, maar hoe?

Bijna elk rapport of elke nota die het kabinet voor Prinsjesdag heeft uitgebracht, begint op dezelfde juichende toon. ,,De Nederlandse economie draait goed'', aldus de Sociale Nota. ,,Prima zelfs'', wordt er in eerste zin van de Macro Economische Verkenningen (MEV) aan toegevoegd. Maar al snel wordt dan in alle stukken het grootste economische probleem van nu aangehaald: de krapte op de arbeidsmarkt.

Minister Zalm (Financiën) gaf er een positieve draai aan. ,,We hebben goud in handen'', zei hij, doelend op de vele werklozen, arbeidsongeschikten en vrouwen die willen herintreden. ,,Alleen moeten we dat goud wel delven en dat kost de nodige inspanning.''

Minister Vermeend (Sociale Zaken) zei dat de aanpak van het krapte-probleem hét motto moet worden voor de resterende twee jaar van Paars II. `Werken aan werk' moet dat motto zijn. Want de werklozen die nu nog langs de kant staan vormen de echte harde kern.

Het gebrek aan personeel leidt er niet alleen toe dat bedrijven de vraag van hun klanten niet aankunnen en dat de overheid steeds meer moeite heeft haar voorzieningen op peil te houden, het heeft ook een forse loonstijging tot gevolg, dit jaar naar verwachting 3,5 procent. Het kabinet maakt zich hier, evenals uiteraard de werkgevers, grote zorgen over. Het leek op een geregisseerde actie: premier Kok, minister Vermeend en minister Jorritsma waarschuwden alle drie bij hun afzonderlijke begrotingspresentaties voor een loonexplosie. ,,We moeten de loonontwikkeling in de gaten houden met het oog op de internationale concurrentiepositie'', zei Kok. Vermeend: ,,Ik wil de feestvreugde over de juichende stukken niet bederven, maar er zal bewolking komen.'' Jorritsma gaf meteen maar een concreet advies aan de vakbonden en de werkgevers. ,,Mij lijkt het reëler om een loonstijging van maximaal 2,5 procent aan te houden.''

Door de loonstijging verspeelt Nederland zijn voorsprong, aldus de ministers. De arbeidskosten per eenheid product stijgen daardoor sneller in vergelijking met omringende landen. Dit effect is nog niet zichtbaar geworden, omdat Nederland, dankzij zijn omvangrijke export, de stijgende kosten tot nu toe heeft weten te maskeren dankzij de hoge dollarkoers.

Maar de dollarkoers fluctueert. De Europese Centrale Bank doet er inmiddels alles aan om de euro te versterken, anders gezegd, om de dollarkoers te drukken. Als de euro meer waard wordt, komt het Nederlandse arbeidsmarktprobleem pas echt goed aan het licht. Snelle oplossingen zijn dus geboden. Maar dat is niet eenvoudig.

Volgens de MEV lopen er in Nederland nog zoveel `inactieven' rond dat er in totaal 3,5 miljoen voltijdbanen vervuld kunnen worden. Ongeveer de helft van hen heeft een uitkering, de andere helft niet. Op basis van enquêtes concludeert het CPB dat in totaal 0,9 miljoen van hen een baan wil van minstens 12 uur.

Het kabinet heeft al veel maatregelen genomen om de inactieven te prikkelen weer aan het werk te gaan. Werklozen die niet meewerken zullen (weer) worden beboet, werkgevers die ouderen en arbeidsongeschikten in dienst nemen krijgen bonussen, vrouwen in de bijstand met kinderen jonger dan 5 jaar moeten solliciteren.

Het meest wordt verwacht van de grootscheepse stelselherziening van de sociale zekerheid. Met name de grote groep arbeidsongeschikten (in 2002 947.000) moet daardoor drastisch worden beperkt.

Binnen een jaar of drie moeten de vijf organisaties die de WW en WAO uitvoeren (zoals GAK en Cadans) fuseren tot één uitkeringsfabriek. Volgens Vermeend wordt dit het meest efficiënt werkende overheidsorgaan. ,,Deze gaat de Belastingdienst naar de kroon steken.''

Ook de aanpak van de armoedeval, het typisch Nederlandse verschijnsel dat uitkeringsgerechtigden die een baan accepteren er niet of nauwelijks op vooruitgaan, moet bijdragen aan het vergroten van het arbeidspotentieel. Maar de aanpak van de armoedeval blijkt ingewikkelder dan gedacht. Door het afschaffen van inkomenafhankelijke regelingen worden te veel minima te hard getroffen. Het kabinet besloot wel tot een subsidieregeling voor mensen die gaan werken en tot een lichte verhoging van de arbeidskorting, een aftrek van de belasting voor alle werkenden. Maar hiermee is de armoedeval nog steeds niet echt weggewerkt.

Verregaande gunstige regelingen voor werknemers met lage inkomens kunnen ook niet zomaar worden doorgevoerd. Want dat betekent nog meer lastenverlichting. En dat zou de toch al bijna oververhitte economie verder aanjagen.

De VVD pleitte dit voorjaar weer voor de afschaffing van de koppeling tussen lonen en uitkeringen. Ontkoppelen is de eenvoudigste oplossing voor de armoedeval, maar als de uitkeringen achterblijven worden ook uitkeringstrekkers getroffen die niet kunnen werken. Feitelijk is de huidige aanpak van de armoedeval een ontkoppeling in de nettoinkomsten. Maar Vermeend wil dat pertinent geen ontkoppeling noemen. Het al dan niet beperken van de kloof tussen werken en niet-werken wordt vooral voor de PvdA een dilemma. Want blijft het verschil beperkt, dan is het risico van een stagnerende economie aanwezig. Immers, het arbeidsaanbod zal niet afdoende toenemen wegens het ontbreken van voldoende prikkels. Coalitiepartners PvdA en VVD hadden al geregeld botsingen over de koppeling. En het heeft de potentie om, als opmaat naar de verkiezingen in 2002, tot een nieuwe ruzie te leiden.