Angst regeert bij hockeysters

Het olympisch toernooi is nog geen drie dagen onderweg of de Nederlandse hockeysters maken zich al op voor de terugreis. Na het gelijkspel tegen Zuid-Afrika (2-2), vandaag in de tweede speelronde in Homebush Bay, mag de Europees kampioen slechts hopen op een wonder, met duels tegen Nieuw Zeeland (morgen) en Duitsland (vrijdag) in het vooruitzicht.

Angst heeft de hockeysters in een ijzeren wurggreep, zo wist bondscoach Tom van 't Hek vandaag. ,,We spelen te afwachtend'', concludeerde de oud-international, die zondag al met 2-1 verloor van het modale China. ,,Het is niet zozeer het resultaat dat mij ontevreden stemt, maar vooral de wijze waarop dat gebeurt. Het lijkt alsof we zo snel mogelijk de Olympische Spelen willen verlaten.''

Zover is het nog niet, al mogen Nieuw Zeeland en Duitsland aanzienlijk hoger worden aangeslagen dan China en Zuid-Afrika, respectievelijk de nummers elf en zeven van het laatste WK, twee jaar geleden in Utrecht. Daar haalde Nederland de finale, waar het uiteindelijk nederig het hoofd moest buigen voor Australië, sinds '93 heer en meester in het vrouwenhockey.

In Sydney zouden de hockeysters, vier jaar geleden in Atlanta winnaar van het brons, de regerend wereld- en olympisch kampioen van de troon stoten, zoals drie maanden geleden bij de Champions Trophy. Dat zei Van 't Hek en hoopten de speelsters. Maar daarbij werd gemakshalve vergeten dat nagenoeg alle ploegen, titelverdediger Australië in het bijzonder, het toernooi in Amstelveen als een veredelde oefenstage beschouwden in de aanloop naar de Olympische Spelen in Sydney.

Maar de gedachte aan olympisch goud, of beter: wensdroom, kan het zieltogende gezelschap na de wanvertoningen tegen China en Zuid-Afrika maar beter uit het hoofd zetten. Een plaats in de volgende ronde, de zogeheten medaillepoule, zou een prestatie van wereldformaat zijn. Hoop kunnen Van 't Hek en de zijnen wellicht putten uit de opmerkelijke puntendeling van topfavoriet Australië, die vandaag in groep A op 1-1 bleef steken tegen Spanje.

Van de vijf landen uit groep B gaan de eerste drie met behoud van het onderling resultaat door naar de volgende ronde. Na twee speelronden bezet Nederland met Zuid-Afrika de laatste plaats. ,,We hebben alles nog in eigen hand, maar er is geen weg terug meer. We zullen twee keer moeten winnen'', besefte Van 't Hek.

Diens analyse klonk opvallend realistisch. Veel keuze had Van 't Hek ook niet, want zelfs de grootste hockeyleek kon vandaag zien hoe Nederland in de eerste tien minuten van geluk mocht spreken dat het 0-0 bleef. Toen de aanvalsgolven van Zuid-Afrika luwden, kregen de hockeysters ,,de 2-0 in de schoot geworpen'', in de woorden van Van 't Hek. Doelpunten van Ageeth Boomgaardt (strafbal) en Minke Smabers, na een fraaie actie van spits Suzan van der Wielen, leken de rust ten goede te komen.

Het tegendeel gebeurde evenwel na rust, toen Zuid-Afrika, verrast door de terugtrekkende bewegingen van Nederland, het initiatief hernam en dankzij Pietie Coetzee (strafcorner) en Alison Dare (tip-in) langszij kwam. Nederland bleef het antwoord schuldig en mocht volgens Van 't Hek van geluk spreken dat de tegenstander genoegen nam met een puntendeling.

Van 't Hek moet zo langzamerhand gillend gek worden van de vormcrisis die te pas en te onpas te kop opsteekt. Als verdoofd stond zijn ploeg vandaag op het kunstgras van het State Hockey Centre, op een toernooi waar zo lang naar is toegewerkt en uitgekeken. ,,Olympische Spelen roepen normaal gesproken een speciaal gevoel op'', wist Van 't Hek. ,,Helaas is dat bij onze tegenstanders wel zichtbaar en bij ons niet.''

Om de vrouwen nu reeds af te schrijven is verleidelijk, maar niet verstandig. Zo vaak al is het elftal uit de dood opgestaan (Kaapstad '95 en Atlanta '96) dat die wetenschap onderhand de laatste strohalm is waar Van 't Hek zich aan vast kan klampen. Al deed de berusting die routiniers Carole Thate en Van der Wielen uitstraalden, ditmaal het ergste vrezen.

Van 't Hek rest slechts de hoop dat de praatsessies, in het verleden al vaker een beproefd recept bij de hockeysters, vruchten zullen afwerpen. De kwaal die hij moet bestrijden is een aloude vijand: een gebrek aan mentale hardheid. ,,We zijn fysiek wel fit, maar mentaal niet fris'', wist Van 't Hek.