Alles blijft bij het oude

hom de Graaf zal gisteren met meer animo het Olympische nieuws hebben gelezen dan de lang verwachte notitie van de regering over de grondwettelijke positie van het koningschap, die hij in april van dit jaar aan het kabinet heeft gevraagd. Premier Koks zeven pagina's tellende beschouwing bevat niets dat onder de door De Graaf verlangde staatsrechtelijke vernieuwing van het koningschap zou kunnen worden begrepen.

Er komt geen enkel nieuw gezichtspunt over deze eeuwenoude materie in voor, laat staan begrip voor de door D66 gewenste inperking van de armslag van de koningin. De minister-president is wars van elke gedachte de koningin naar de rand van de constitutionele praktijk te dringen. Als het aan Kok ligt blijft alles bij het oude.

Die houding kan niemand verbazen. De PvdA-premier mag een ongemakkelijke relatie met de monarchie hebben, van nature is hij geen veranderaar. Zijn partij is dat evenmin. De PvdA heeft hoegenaamd geen concrete opvattingen over de staatsvorm en doet nauwelijks mee in de discussie over een andere vormgeving van het koningschap. Daar komt nog bij dat een premier frère en compagnon is met het paleis en een functioneel bondgenootschap vormt met de koningin. Hij is dus de laatste van wie men herzieningsvoorstellen zoals door De Graaf beoogd kan verwachten.

De minister-president wil niet tornen aan de grondwettelijke positie van de koningin als lid van de regering of sleutelen aan haar formele bevoegdheden in het wetgevingsproces. Dat betekent dat de koninklijke handtekening onder wetsontwerpen en wetten geen kans maakt te sneuvelen. De Kamer moet er ook niet op rekenen dat de regering zelfs maar de zoom van de sluier over het geheim van het Noordeinde bereid is op te tillen. De praktijk van de ministeriële verantwoordelijkheid van het koningschap geeft naar het oordeel van Kok geen aanleiding tot een schaalverkleining van het koninklijke ambt. De klassieke formule de Koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk, (artikel 42, tweede lid van de Grondwet) ,,drukt kernachtig uit dat de koning niet beschikt over zelfstandige staatsrechtelijke bevoegdheden.'' De Tweede Kamer, zo lijkt Kok daarmee te willen zeggen, hoeft niet bang te zijn dat de ministers zich door de koningin de kaas van het brood laten eten. De koningin heeft immers geen gebiedende, maar alleen adviserende rechten. Het recht namelijk om `geraadpleegd te worden, aan te moedigen en te waarschuwen', ook wel genoemd de drie R's, naar het woord van de negentiende eeuwse Engelse auteur Walter Bagehot (die geen staatsrechtgeleerde was, zoals Kok hem noemt, maar eerder een satiricus; in het dagelijks leven een economische journalist, oprichter van het nog steeds bestaande, in heel de wereld gelezen weekblad The Economist).

De oude regel dat de ministers het doen en laten van de koningin voor hun verantwoordelijkheid hebben te nemen waarborgt volgens Kok nog altijd een sluitend stelsel van ministeriële verantwoordelijkheid en parlementaire controle. Bovendien mag de wijze waarop koningin Beatrix invulling geeft aan haar verantwoordelijkheden zich volgens Kok verheugen in brede instemming van de bevolking.

Premier Kok ziet de papieren van het koningsambt als gevolg van de politieke ontwikkelingen in Europa de komende jaren zelfs nog in waarde stijgen. Dat is een optimistischer kijk op de toekomst dan de Oranje's zelf lang hebben gehad. Waar sommigen in dat verband meer dan eens twijfel geuit hebben aan het voortbestaan van de `firma' bij voortgaande Europese integratie, ziet premier Kok de belangrijkste symbolische functie van het koningschap in een verenigd Europa nog aan gewicht winnen.

Die symbolische functie openbaart zich van oudsher op momenten dat het koningschap zoals Kok het omschrijft uitdrukking geeft aan de eenheid van het land en de samenhang van de samenleving onderstreept. Volgens die opvatting is het Europese eenwordingsproces voor de monarchie dus eerder een stimulans dan een levensbedreiging.

De voortschrijdende Europese integratie is aldus Kok `gebaat bij een nationaal gedragen besef van het belang van Europese samenwerking en de handhaving van onze identiteit'. Koks notitie is geen politieke beschouwing over het koningschap en zeker geen bespiegeling over een gemoderniseerd koningschap, waarover hij in een interview met Elsevier in december vorig jaar nog luchtig filosofeerde. Het is eerder een verhandeling die ruikt naar het handboek theorie. Luie Kamerleden, die de Grondwet slecht kennen en zich nog nooit in de geschiedenis ervan hebben verdiept, kunnen er misschien hun voordeel mee doen, maar parlementariërs die thuis zijn in de materie van de Grondwet zullen er weinig of niets aan hebben.

Van het parlementaire front zal het koningschap in het nieuwe seizoen niet veel te duchten hebben. De Tweede Kamer zal de republiek niet uitroepen. De Graaf zal proberen concessies in de marge binnen te slepen, maar de parlementaire steun waarop hij kan rekenen is zo te zien niet groot genoeg om de regering nerveus te maken. Premier Kok zal zich aan zijn notitie vastklampen en verder geen vinger voor De Graaf uitsteken.

Meer grond voor nervositeit daarentegen is voor de regering gelegen in de voorbereiding van het huwelijk van prins Willem-Alexander. In de eerste plaats door de actie van harer majesteits voormalige ambassadeur M. Mourik, die gedreigd heeft een strafvervolging wegens medeplichtigheid aanhangig te maken tegen Jorge Zorreguieta, de vader van Maxima, oud-bewindsman in de kabinetten van de Argentijnse dictator Videla, die in de jaren zeventig ontelbare politieke tegenstanders uit de weg heeft laten ruimen. Over Mouriks kans van slagen verschillen de juridische geleerden van mening maar het neemt niet weg dat zijn actie voor de regering een grote politieke hinderwaarde kan krijgen.

In de tweede plaats kan schoonvader Zorreguieta zelf de Nederlandse regering nog knap nerveus maken. Hij heeft nog steeds niet bewilligd in de wens van politiek Den Haag (en de koninklijke familie) om de huwelijksfestiviteiten niet te verstoren maar thuis te blijven. Zolang hij daarover geen zekerheid geeft blijft de impasse bestaan. Dat betekent dat de trouwkaarten al die tijd niet gedrukt kunnen worden en Kok cum suis niet rustig kunnen slapen.