Ziekenhuizen en specialisten eens met reorganisatie

Ziekenhuizen en medisch specialisten stemmen in met reorganisatie van de ziekenhuiszorg. Daarbij ontstaan er een beperkt aantal `kernziekenhuizen' waar de wat ingewikkelder klinische ingrepen worden gedaan. Meer gespreid komen of blijven er kleine ziekenhuizen of poliklinieken voor de eenvoudige ingrepen.

Dit blijkt uit de `Nota positionering algemene ziekenhuizen', die minister Borst (Volksgezondheid) vandaag naar de Tweede Kamer heeft gezonden. De nota is een gezamenlijke productie van het ministerie en belangenorganisaties van ziekenhuizen en medisch specialisten. Borst kondigde eerder al aan dat er in de toekomst nog maar plaats is voor zo'n veertig volledig uitgeruste ziekenhuizen.

Naar verwachting kan 90 procent van de patiënten in de resterende ziekenhuizen of in nog op te zetten `buitenpoliklinieken' worden afgehandeld. Deze hoeven niet meer te beschikken over een omvangrijk beddenhuis omdat ze zich moeten concentreren op poliklinische behandelingen waarvoor met dagverpleging kan worden volstaan. Een fusie van deze `satellieten' met de kernziekenhuizen is niet nodig. Wel moeten ze er intensief mee samenwerken, een samenwerking die formeel moet zijn vastgelegd.

Ziekenhuizen en specialisten gaan ook akkoord met het plan van Borst om de zorgverzekeraars een veel grotere rol te geven. Die worden er verantwoordelijk voor dat in een regio voldoende zorg wordt geboden zolang de kosten daarvan binnen het budget blijven. De huidige budgettering van de ziekenhuizen wordt opgeheven op het moment dat de zorgverzekeraars volledig zijn gebudgetteerd. Aan dit laatste wordt al enige jaren gewerkt.

De ziekenhuizen en specialisten gaan nu ook haast maken met de invoering een nieuw tarievensysteem.

Dat gaat uit van alle kosten (inclusief medicijnen en hulpmiddelen) die aan de diagnose en behandeling van een bepaalde aandoening zijn verbonden. Voor de kosten van de specialisten wordt daarbij uitgegaan van een uniform uurloon.