Testrit: BMW M Coupé

In de klasse boven de 300 pk is het dringen geblazen door steeds dezelfde merken. Vergelijkbaar met en net zo zwaar gesubsidieerd als de vaderlandse voetbalcompetitie, maar dan mondiaal. Ik heb mezelf de onredelijk zware taak opgelegd om in elk van die sportwagens te rijden. Waarom ze eigenlijk zo hardnekkig sportwagens worden genoemd? Iedereen die zich mechanisch voortbeweegt heeft geen enkel recht om zichzelf de term sportman of -vrouw toe meten – goed, wielrenners dan, maar door al het EPO, Andrélon en bedorven kippenvlees wordt het tijd om ook daar maar niet meer over sport te spreken. Echt, deze boeteprediker doet het voor u. Maar ik merk het al, laat ik er maar over zwijgen, u gelooft me toch niet.

De jaarlijkse persconferentie van de BMW AG te München. Honderden autojournalisten uit alle windstreken zijn door het machtige familiebedrijf ingevlogen en ondergebracht in de meest luxueuze hotels in de omgeving. Eten en drinken: superieur. De losjes uitgereikte welkomstpresentjes: van grote klasse. Wie durft nog een kritische vraag te stellen of opmerking te plaatsen na zo'n ontvangst? Achter de door blauw neon verlichte tafel zit de raad van bestuur, tanige mannen van middelbare leeftijd, gehuld in glimmende, grijze pakken, allemaal een frameloos brilletje op de neus.

De voorzitter leest de jaarcijfers voor die alweer bovengemiddeld zijn en kondigt de komst van alweer een nieuw model aan. En dat alles in het Engels dat, tot grote ergernis van hem en al zijn landgenoten, toch de wereldtaal blijkt te zijn geworden. 's Mans zware accent doet me denken aan de dr. Strangelove-creatie van Peter Sellers, aan ons aller Rudi Carrell, aan quizmaster en drankorgel Lou van Burg, das Goldene Schoss. Geen vragen? Toch een. Een met wat kritiek, de zaal wordt muisstil. Of de ontwerpafdeling eens wat meer diversiteit wil aanbrengen in de modellenreeks. Groot en klein, goedkoop en duur, ze beginnen ondertussen toch wel erg op elkaar te lijken.

Gekuch, de voorzitter steekt zenuwachtig een sigaretje op, wat hem waarschijnlijk over een uur zijn baan zal gaan kosten. Uiterst links van de tafel grijpt iemand naar de microfoon; ,,Heren, heren, wacht u toch alstublieft nog enkele maanden, dan zijn we klaar met iets heel extravagants.''

Die aangekondigde verrassing staat nu voor me en inderdaad, extravagant is een zwakke uitdrukking voor het monster dat vals voor zich uitstaart. Een recept voor het maken van een monster op BMW-wijze: men neme een Z3 cabriolet uit eigen huis – de kappersauto bij uitstek, het astmatische kindje van de Z1, helaas veel te vroeg overleden na een kort maar zeer krachtig leven. Maar goed, niet langer getreurd, men neme dus de Z3 cabriolet en zaagt hem ter hoogte van de denkbeeldige B-stijl tot op de bodemplaat doormidden. Daarna last men er de stationwagenachterkant van de BMW Touring aan vast.

Bij de Motorsportdivisie werken er dan al tientallen bankwerkers-fijnmetaal aan het zo meteen te monteren motorblok. Met de tongen uit de mond en eerlijk zweet op de voorhoofden wordt er gevijld, geboord en gepolijst en een kameraadschappelijk liedje gezongen misschien. Resultaat: het uit de Z3 cabriolet verwijderde motortje is een potente zes-cilinder geworden die er nu grommend en fluitend een forse 321 pk uitperst. Leer, metaal en een orgie van extra's uit de magazijnschappen maken dit amper vier meter lange monster compleet.

Voor het vertrek lees ik de inrijdinstructies op de voorruit: Einfahrhinweis! Bis 2.000 Kilometer: kein Vollgasbetrieb. Maximale Fahrzeuggeschwindigkeit 170 Kilometer pro Stunde. Bis 5000 Kilometer: Maximale Fahrzeuggeschwindigkeit 220 Kilometer pro Stunde. Hochstgeschwindigkeit 271 Kilometer pro Stunde. (Nur kurzzeitig!)

De cockpit is klein en donker, bijna krap, het uitzicht naar buiten beperkt, zo moet een Duitse herder zich voelen in zijn zomer- en winterverblijf. Mijn rechterbeen leunt tegen de forse middentunnel. De leren stoelen zijn daarentegen weer ruim, raken bijna de binnenbekleding van het dak en omvatten me als een baseballhandschoen. Alles is hier trouwens van of bedekt met rood en zwart leer: Gemütlich! De forse banden laten af en toe een klotsend geluid los, de motor onder de gewelfde motorkap gromt en slist.

Achter mijn rug de ruime kofferbak en als ik nu op de pedalen ga staan kan ik de achterruit aanraken, wat ik u bij voorbaat tijdens het rijden niet zal aanraden. De wagen – of moet ik zeggen het wagentje? – stuurt als een mes, accelereert des duivels en plakt aan het ZOAB, fluit en huilt boven de wettelijk toegestane snelheden. Dat alles doen al die concurrenten toch ook zult u meewarig opmerken. Maar deze agressief ogende bastaard van BMW AG heeft een niet te kloppen voorsprong: hij is verpletterend goedkoop ten opzichte van zijn Duitse en Italiaanse concurrenten.

Jawel, en denk nu niet achterdochtig dat ik door BMW AG word betaald voor deze tekst, u brengt me trouwens op een idee. Nee, deze conclusie trek ik na lang en eerlijk rekenwerk. Heeft u anderhalve ton aan een auto te besteden – en dat hebben verrassend veel lezers van dit rubriekje – loop of rij dan ook eens naar die fijne, overal in den lande op A-locatie geplaatste gebouwen van de familie Quant, om aldaar uw blik te verruimen. Verkopers met lederhozen en pullen met bier zullen u ontvangen en in de juiste stemming brengen. Prosit!