Column

Supporter

Vanochtend om tien over tien zag ik gewoon mensen op straat lopen. Een auto reed langs. Er zat een man op een bankje. Mijn telefoon ging zelfs. Ik liet hem lekker rinkelen. Op het pleintje tegenover mijn huis ging de bloemenmarkt gewoon door. Ik hoorde een tram bellen, zapte langs de andere netten en zag dat er in Koffietijd gezellig doorgekakeld werd. Bij café Marcella zaten nog mensen op het terras. Twee cappuccino alstublieft? Er ging een bootje door de Prinsengracht. Twee suffe vutters in een strak gelakte sloep. Ik telde zeventien fietsers, twee stadswachten, een junk, een moeder met een kind bij de wipkip en een dame met een heel speels hondje. Het hondje neem ik niks kwalijk. Twee toeristen loerden op een plattegrond en een koerier zette om elf over tien de gracht vast. Achter hem toeterden zeven auto's. Geen Amsterdammers. Die toeteren namelijk pas na een kwartier. Ik realiseerde me dat mijn kinderen gewoon les hadden, sommige huwelijks- en begrafenismissen elf minuten oud waren, chirurgen stonden natuurlijk gewoon te opereren, ergens brak brand uit en de wachtkamers in de ziekenhuizen zaten natuurlijk gewoon vol. Toch begreep ik er niks van.

Klein kikkerland, alleen met een loep te vinden op de wereldbol, hoekje van Europa ging na jaren zwemgeschiedenis schrijven. Mijn held Pieter van den Hoogenband nam het op tegen die andere wereldster Ian Thorpe, de gedoodverfde winnaar. En iedereen wist: Pieter gaat winnen. Getergde leeuw in het hol van Australiërs. En als hij dat doet, dan leg je even het werk neer. Stoplichten op rood, televisies in de klassen en collegezalen, iedereen de kroegen in, hondjes blaffen hun baas naar binnen. Pieter gaat namelijk zwemmen, goud halen, minimaal zijn wereldrecord evenaren. Op zo'n moment werk je niet. Ik wens u veel plezier bij de herhaling. Dan wint hij weer.