Succesjes in strijd tegen ETA

Na de arrestaties van vermeende aanhangers verijdelde de politie zaterdag een aanslag van de ETA op de Spaanse koning. Maar de vraag is of de ETA echt een slag is toegebracht.

Acht granaten lagen te wachten om afgevuurd te worden toen de Spaanse koning Juan Carlos afgelopen zaterdag Baskenland bezocht. De koning was in het stadje Hernani om samen met zijn vrouw het nieuwe museum, gewijd aan het werk van de Baskische beeldhouwer Eduardo Chillida, te openen. En hoewel de ceremonie al lang op de agenda stond was de koninklijke aanwezigheid voor de Baskische afscheidingsbeweging ETA meer dan ooit een provocatie: de koning aller Spanjaarden in Hernani, een van de bastions van de ETA-aanhang, daags na het oppakken van een van hun topmannen in Frankrijk en in dezelfde week dat twintig veronderstelde medewerkers uit de politieke leiding van de terreurbewging werden gearresteerd.

De granaten werden tijdig ontdekt en onschadelijk gemaakt, zodat de ceremonie ongehinderd plaats kon vinden. De koning en de koningin kuierden genoegelijk door de beeldentuin in het bijzijn van de kunstenaar en de Baskisch-nationalistische regio-president Juan José Ibarretxe.

Met de granaten veilig op het politiebureau bleef de onrust beperkt tot de gebruikelijke straatterreur van de ETA-aanhang. Er werd wat geprotesteerd in de straten van Hernani, een stadje waar de politieke ETA-aanhang de gemeenteraad beheerst. Vervolgens werd een socialistisch raadslid dat net boodschappen had gedaan gestenigd door ETA-jongeren.

De socialisten moeten het de laatste tijd vooral ontgelden. Afgelopen donderdag werd in San Sebastián de voormalige Baskische onderwijsminister José Ramón Recalde (70 jaar) door zijn kaak geschoten. De kogel was duidelijk bedoeld voor zijn hersens. Recalde's vrouw María Teresa Castells drijft in de oude binnenstad van San Sebastián de boekhandel Lagun, wat vriend betekent in het Baskisch. Lagun, ooit een verzamelpunt van dissidenten tegen het Franco-regiem, werd later een dankbaar mikpunt voor de radicale aanhang van de ETA die met regelmaat de ruiten ingooide en de zaak plunderde.

Aanleiding voor de aanslag van donderdag was eerst en vooral de politie-actie van woensdag, waarbij in één klap twintig vermeende leden van het politieke apparaat van de ETA werden opgepakt. Dat de vergelding zich op een socialist richtte, lag ook voor de hand: de ETA ziet met gepast wantrouwen hoe de socialistische PSOE toenadering zoekt tot de Baskisch-nationalistische partij PNV om deze los te weken uit de strategische pacten met de ETA.

Ondertussen is het vooral de ETA zelf die klap na klap krijgt. De Spaanse regering, enigszins lamgeslagen na het zomeroffensief van de terreurbeweging, kon wel een succesje gebruiken. Al enige tijd werd door premier Aznar en minister van Binnelandse Zaken Jaime Mayor Oreja gesuggereerd dat er wat op het vuur stond voor de ETA en het publiek begon ongeduldig te worden.

In hoeverre hebben de recente arrestaties de slagkracht van de terreurbeweging aangetast? Het meest spectaculair was het vasthouden van Ignacio Gracia Arregi, alias Iñaki de Rentería, afgelopen vrijdag in het Franse Bidart. Gracia Arregi werd door de regering afgeschilderd als de nummer één binnen het apparaat van de moordbrigades van de ETA. Zeker is dat deze oudgediende de teugels overnam toen – ook in Frankrijk – de ETA-top werd opgepakt in 1992. De vraag is alleen of Gracia Arregi deze functie nog steeds bekleedde.

Minister Mayor Oreja hield in zijn toelichting dan ook een slag om de arm: met Gracia Arregi is vooral een symbool van de ETA geraakt. De cellenstructuur van de commando's maakt van de ETA een meerkoppig monster dat nu eenmaal moeilijk te bestrijden is.

Wellicht pijnlijker voor de organisatie is dan ook de arrestatie van de twintig veronderstelde ETA-leden afgelopen woensdag. Onder hen bevonden zich al dan niet voormalige voorlieden van de politieke aanhang van de ETA en een ex-woordvoerster van de jeugdbeweging Jarrai. De operatie, die onder leiding staat van Spanjes onderzoeksrechter Baltasar Garzón, had duidelijk tot doel om de lijntjes door te knippen tussen de terreur-commando's en het politieke, sociale en financiële netwerk waarbinnen de ETA opereert. Volgens zegslieden op Binnenlandse Zaken zijn het vooral dit soort acties die de ETA in het hart raken: zonder de achterban die de organisatie voorziet van strategische en financiële steun vallen de moordcommando's in een vacuüm.

Uit de stukken die in beslag werden genomen zou andermaal blijken dat de politieke aanhang zich rechtstreeks bemoeit met de zogenaamde straatoorlog, waarbij groepjes jongeren worden ingezet om politieke tegenstanders af te tuigen en hun woningen, bedrijven en auto's in vlammen te zetten met brandbommen. Onder het kopje `Strijdmethoden' wordt droogjes geconstateerd dat de straatterreur een uitstekend middel is om de schrik er in te houden bij de Baskisch-nationalistische PNV. De laatste partij heeft bij monde van regio-president Ibarretxe tot dusver geweigerd haar pact met de ETA definitief op te zeggen. De PNV bevindt zich in een uiterst ongemakkelijke positie: haar hele strategie om de ETA te pacificeren is een faliekante mislukking geworden en zij vormt thans in Baskenland een minderheidsregering met onvoldoende steun om te regeren. Ibarretxe weigert niettemin verkiezingen uit te schrijven.