Saddam lacht om `slimme' sancties

Het Nederlandse parlement heeft zich voor `intelligente' sancties tegen Irak uitgesproken om zo het regime van Saddam Hussein harder te kunnen treffen en tevens het Iraakse volk te ontzien. Maar aan de gevolgen voor de regio is niet gedacht, meent Carolien Roelants.

De Tweede Kamer heeft vorige week besloten dat een meer humanitair sanctieregime tegen Irak moet worden ingevoerd. De Kamer, begaan met het lijden van de Iraakse bevolking onder het huidige internationale handelsembargo, denkt met `intelligente sancties' het regime van president Saddam Hussein harder te kunnen raken en tegelijk zijn volk te ontzien. Tijdens het debat, dat aan het besluit vooraf ging, werden genoemd het bevriezen van bankrekeningen van de Iraakse leiders, het afsnijden van smokkelroutes, het niet meer verlenen van visa en het instellen van een tribunaal dat diezelfde Iraakse leiders wegens schendingen van de mensenrechten vervolgt.

Langs die weg zouden Saddam Hussein en de zijnen ertoe moeten worden bewogen met wapencontrole in te stemmen. Want het is niet zo dat de Kamer de goede bedoelingen van Saddam Hussein vertrouwt. Integendeel, ook de Kamer gelooft dat Saddam, sancties of niet, zijn bevolking veel beter had kunnen verzorgen – als hij dat tenminste had gewild – met het geld uit het olie-voor-voedselprogramma, waaronder hij tegenwoordig onbeperkt, zij het onder strikt toezicht, olie mag exporteren om levensmiddelen en medicijnen te kopen.

Kunnen `intelligente' sancties, die de bevolking zouden sparen, een regime onder controle houden dat met hardere sancties tot geen enkele medewerking kon worden gedwongen? Zou dat lukken?

Want die slimmere sancties zijn, afgezien van het voorgestelde tribunaal, in feite allang van kracht. En Saddam en de zijnen waren om veiligheidsredenen toch al niet zo reislustig. Nog zijn al hun bankrekeningen niet gevonden en bloeit de smokkel, dat is waar, met name maar lang niet alleen – via Turkije. Maar de geschiedenis het olie- en wapenembargo tegen Zuid-Afrika – leert dat sanctiebrekers altijd wel een weg vinden. Het is te betreuren, maar de werkelijkheid is hard.

En ach, aan de Koerden van het autonome, internationaal beschermde Noord-Irak, heeft de Tweede Kamer even niet gedacht. De tol die zij op de doorgevoerde illegale olie heffen, vormt een welkome bron van inkomsten, naast het geld uit het olie-voor-voedselprogramma.

Natuurlijk kunnen die `slimme sancties' Saddam niet tot inkeer brengen. Omdat het een primeur in de wereldgeschiedenis zou zijn een weerspannig regime met een verlichting van sancties tot medewerking te bewegen. En Saddam wil onder geen beding controle op zijn bewapeningsprogramma's. Anders zou hij allang zijn gaan samenwerken met de nieuwe wapeninspectie van de Verenigde Naties, UNMOVIC. Volgens resolutie 1284 van alweer driekwart jaar geleden worden namelijk binnen vier maanden de sancties opgeschort als Irak meewerkt met UNMOVIC een feit waar de bezorgde actiegroepen en parlementariërs luchtig overheen stappen.

De Iraakse vice-premier Tariq Aziz, de trouwe boodschappenjongen van Saddam Hussein, heeft de afgelopen weken bij herhaling en met zoveel woorden gezegd dat UNMOVIC het land niet inkomt. ,,Ik heb gezegd dat Irak nooit zal meewerken met resolutie 1284'', zo zei hij.

Een loos gebaar meer of minder uit een onbetekenend land zou niet zo'n probleem zijn, als het voor Saddam Hussein geen bewijs vormde dat de mede door hem georganiseerde uithongering van zijn bevolking succes heeft: dat zijn campagne aanslaat om zonder wapeninspectie van de sancties af te komen. Het is een aanmoediging voor Saddam om daarmee door te gaan. Het gaat hem erom van de controles op zijn inkomsten en uitgaven af te komen die de sancties en het olie-voor-voedselprogramma meebrengen. Wapens wil hij. Niets heeft hij geleerd van de twee vernietigende oorlogen (1980-'88 en 1991) die hij geëntameerd heeft, en die in Irak nog steeds als overwinningen worden gevierd.

Saddam blijft streven naar regionale hegemonie. Dat is geen uit de lucht gegrepen beschuldiging. De voortdurende Iraakse dreigementen tegen Saoedi-Arabië en Koeweit, de schending van het Saoedische luchtruim door een Iraaks gevechtsvliegtuig, de troepenbewegingen aan de grens met het autonome Koerdistan, tonen dat Saddam nog steeds zijn tanden wil laten zien.

Juist de afgelopen week hebben Iraakse regeringsvertegenwoordigers Koeweit er opnieuw van beschuldigd Iraakse olie te stelen, en met actie gedreigd om hieraan een eind te maken. ,,Irak zal gepaste maatregelen nemen die zijn rechten en die van de Arabische natie waarborgen om zijn olierijkdom te gebruiken in het belang van de hele Arabische natie, in plaats van de boosaardige Amerikaanse politiek te dienen'', zei de Iraakse minister van Olie, Amir Muhammad Rashid. Let wel: Koeweitse diefstal van Iraakse olie was één van de beschuldigingen waarmee Irak in 1990 de invasie van Koeweit rechtvaardigde.

De Iraakse televisie toonde zaterdag beelden van Saddam Hussein in gesprek met legerofficieren. Niet minder opmerkelijk is dat de Iraakse media vorige week melding maakten van een ontmoeting tussen Saddam Hussein en een groep Iraakse kerngeleerden. Koeweit en andere landen in de regio maken zich dan ook ernstige zorgen.

Het is uitermate bevreemdend dat uitgerekend onder deze omstandigheden het Nederlandse parlement zich voor een verzachting van de sancties uitspreekt, zonder ook maar aan de gevolgen voor de regio te denken. Als de sancties uiteindelijk sneuvelen omdat Westerse parlementen achter actievoerders aanlopen en niet door de televisiebeelden van zieke Iraakse kinderen durven heen te prikken, lopen heel wat meer bevolkingen straks gevaar.

Carolien Roelants is redacteur van NRC Handelsblad.