PROKOFJEV

In vergelijking met meesterstukken als Oorlog en Vrede en De vurige engel is Prokofjevs opera Semyon Kotko (1939) een weinig verheffend werk. De personages blijven flets, een nadrukkelijke toegankelijkheid kenmerkt de melodieën. Voor Prokofjev was die `nieuwe eenvoud' het muzikale antwoord op het patriottistische onderwerp van zijn opera. Zijn keuze voor laagdrempeligheid leek aan te sluiten bij de voorkeuren van het Stalinistisch regime, maar bij de première in 1940 oogstte Semyon Kotko bijval van publiek noch autoriteiten. Tot voor kort was er ook slechts één, veertig jaar oude opname van het werk op het label Melodya.

Met de Kirov Opera uit het Mariinski Theater in St Petersburg werkt Valery Gergjev aan een discografische Prokofjev-cyclus met al eerder vastgelegde minder bekende werken als De speler en De verloving in een klooster. Met Semyon Kotko bestendigt Gergjev de historische waarde van zijn serie in een opnieuw smaakmakende en onstuitbaar energieke weergave van Prokofjevs muziek. Gergjev laat koor, solisten en orkest zinderen met een donkere, exacte klank. De verzets- en liefdesdaden van soldaat Semyon worden door Prokofjev geschetst in hemelbestormende koren, ferme marsen en pompeuze melodieën, maar door de onversneden perfectie van deze uitvoering klinken ook de gezwollen passages primair aansprekend en uitdrukkingsvol. Die indruk wordt nog versterkt door de zonder uitzondering uitstekende cast. Komend weekend is Gergjev met solisten, koor en orkest van het Mariinksi Theater te gast in het Concertgebouw voor concertante opvoeringen van Sjostakovitsj' opera Lady Macbeth van het district Mtsensk en Tsjaikovski's Iolanta.

Semyon Kotko door Mariinksi Theater o.l.v. Valery Gergjev. (Philips 464 505-2)