Korthals weigert inkoop cannabis bij erkende telers

Minister Korthals (Justitie) blijft bij zijn weigering om coffeeshophouders de mogelijkheid te bieden cannabis in te kopen bij `erkende nederwiettelers'.

De Tweede Kamer had zich daar eerder in meerderheid voor uitgesproken, in navolging van een 25-tal gemeenten die de teelt in eigen hand willen gaan nemen.

Volgens Korthals verdraagt een dergelijk gedoogbeleid zich niet met internationale verdragen noch met onze `open economie'. Dit heeft de minister geschreven aan de Tweede Kamer.

Eerder heeft het kabinet het standpunt betrokken dat de overheid zich niet kan bemoeien met de teelt van cannabis. Tijdens de behandeling van de notitie `Het pad naar de achterdeur' heeft een meerderheid in de Kamer echter aangegeven dat het openbaar ministerie zijn richtlijnen voor de handhaving van de Opiumwet zou moeten wijzigen. Gedoogd zou dan worden dat coffeeshophouders onder stringente voorwaarden hun handel bij erkende nederwiettelers inkopen.

Behalve het probleem dat zich voordoet met de verdragen vraagt een dergelijk gedoogbeleid ook een `onevenredig grote handhavingsinspanning, omdat Nederland economisch en geografisch geen eiland is', aldus Korthals. ,,De vraag hoe te verzekeren dat erkende kwekerijen uitsluitend zullen leveren aan de gedoogde coffeeshops, is net zo moeilijk te beantwoorden als de vraag hoe te verzekeren is dat de rol van de illegale kwekerijen zal zijn uitgespeeld of hoe te voorkomen dat buitenlandse importen toch via coffeeshops of via alternatieve verkooppunten worden verhandeld'', aldus de bewindsman.

Korthals wijst er op, dat de risico's dat zo'n gesloten systeem wordt opengebroken - in de zin dat er toch andere leveranciers zijn, of dat buitenlandse cannabis wordt verkocht - aanzienlijk zijn. Om een en ander te controleren ,,ontbreekt ten enenmale de capaciteit.''