Izaline Calister schrijft historie in het BIMhuis

Overrompelend, aanstekelijk, professioneel en overtuigend: soms past geen zuinigheid met adjectieven. Want wat zangeres Izaline Calister zaterdag in het BIMhuis teweeg bracht, was alleen te vergelijken met het historische concert dat Denise Jannah daar in '93 gaf. Mensen die op stoelen en tafels dansten, vreemden die elkaar in de armen vielen, veel feestelijk brekend glaswerk en we gaan nog lange niet naar huis.

Heel verrassend voor een zangeres die net haar eerste eigen cd heeft afgeleverd, Soño di un Muhé, en met haar band pas één optreden achter de rug had. Daarbij moet worden aangetekend dat de op Curaçao geboren Calister, met de klemtoon op de ie-klank, geen groentje meer is. Ze voltooide een studie bedrijfskunde, ging daarna naar het conservatorium en bouwde daar verder aan een carrière die op Curaçao begonnen was in het kinderkoor Perlitas. Ze maakte cd's en toerde rond met de Duitse wereld-formatie Dissidenten, de band Pili Pili van Jasper van 't Hof en het Antilliaans-Nederlandse gezelschap Zamanakitoki onder leiding van bassist Eric Calmes.

De laatste fungeert in het BIMhuis als de stuurman die de centrifugale krachten van Calisters band soepel maar krachtig in de hand houdt. Want de fusion-muziek van dit sextet leeft bij het zoeken naar evenwicht. Tussen akoestisch en electrisch, diverse `witte' en `zwarte' elementen, tussen simpel volks en hoog verheven. Op contrabas helt Calmes met sonore noten over naar de rechtervleugel met gitaar en toetsen, en soms een altviool. Maar als hij de basgitaar ter hand neemt schuift hij grijnzend op naar links waar de drie percussionisten zitten.

Het boegbeeld van de band, de inspirator en de kapitein, is zonder twijfel Izaline Calister. Zij schreef bijna alle teksten en de helft van de muziek. Een deel daarvan ligt zo goed in het gehoor ligt dat ze er mondiaal mee zou kunnen oogsten, mits ze de rechten degelijk regelt en wind een beetje in de rug krijgt.

Want ambachtelijk zit bij Calister alles goed: zowel op de punten intonatie en timing, als wat betreft dictie en dynamiek. Doorslaggevend is echter of men van haar specifieke `kleur' houdt. Haar stem is niet die van een bitch met haar op de tanden, eerder vederlicht en lenig en daardoor erg geschikt voor ballads. Bijvoorbeeld het door haarzelf geschreven Soña, een advies om vooral heel veel te dromen. Calister zingt het net als de rest in het Papiamento, een taal die afkomstig uit haar mond vooral doet denken aan Portugees.

Dat zij een echte performer is blijkt uit de manier waarop zij blootsvoets op het podium staat: als een trotse, zelfbewuste dame die zonder reserve achter haar zaak staat. Maar meer nog doordat ze live nog beter presteert dan op de cd, waaraan zij een jaar lang heeft gewerkt. Zo krijgt het door Calmes geschreven Mazurka Erotika met bezonken pianospel van Randal Corsen nog een extra vleugje drama mee en zorgt zij in Corsens tekstloze Tumbabo voor nog wat fellere accenten. Het BIMhuis stond dus terecht helemaal op zijn kop bij wat uitgroeide tot een historisch concert.

Izaline Calister, die tot nu toe alles zelf doet, verdient een eerlijke en alerte impresario en een ijverige distributeur. Want dat héél Curaçao inmiddels van haar houdt is mooi, maar niet genoeg voor haar talent. Op dat zonnige maar gekwelde eiland wonen immers minder mensen dan in de stad Groningen, waar zij sinds haar 18de resideert.

Concert: Izaline Calister & band. Gehoord: 16/9 BIMhuis, Amsterdam.