Israeli's op koopjesjacht in de Gaza-strook

Gloednieuwe hotels symboliseren de snelle opmars van de economie in de Gaza-strook. De Palestijnen moeten voor echte voorspoed niettemin samenwerken met de Israeli's in de high tech, joint ventures en industrieparken, die al ,,kraamkamers van de vrede'' heten.

Het gloednieuwe hotel-restaurant Alwala is een van de vele Palestijnse pronkstukken die verrijzen aan de lange kust van de strook van Gaza aan de Middellandse zee. ,,In het weekeinde komen hier groepen Israelische toeristen'', zegt de zwaar gebouwde Palestijnse bewaker van het Alwala. ,,Ze luieren in de zon, dineren in ons voortreffelijke restaurant en stropen de grote markt af in de stad Gaza.'' Ongeveer 100.000 Israeli's doen elke week inkopen in de Palestijnse gebieden en geven er per jaar ruim een miljard gulden uit.

De koopjesjacht van de Israeli's is een teken, dat de Gaza sinds de komst van de Palestijnse bestuursautonomie aan een opmars bezig is. Dr Sa'idi Al-Krunz, de Palestijnse minister voor industrie, voorspelt: ,,Het Israelisch-Palestijnse geschil is het hart van het conflict in het Midden-Oosten. De oplossing ervan zal vrede en voorspoed in het Midden-Oosten brengen.'' Sinds 1993 is het aantal vakantievierders in de strook van Gaza, waar 1,25 miljoen Palestijnen op 350 vierkante kilometer hokken, flink gegroeid en inmiddels neemt het toerisme al bijna vier procent van de economie voor zijn rekening.

De architecten hebben het Alwala de vorm gegeven van een immens grote rechtop staande glazen schelp. Niet verfrissende zeewind koelt de ruimte, maar een nog niet werkend hoog aangebrachte luchtkoeling moet dat doen. Dat de architecten niet naar een wat natuurlijkere koeling hebben gezocht, is kenmerkend voor de wil van de Palestijnse leiders om supermodern te zijn. In een klap willen zij de decennia van Israelische en Egyptische bezetting en van verwaarlozing (tot 1967) achter zich laten.

Het stadsbeeld van Gaza is sedert de Israeli's de stad hebben verlaten en de Palestijnse leider Yasser Arafat er zich vestigde, dan ook drastisch veranderd. De Palestijnen hebben zichtbaar vertrouwen in de toekomst. Overal wordt gebouwd. In de vieste stegen van de vluchtelingenkampen worden moderne verdiepingen gezet op oude fundamenten. Veel wegen zijn verbeterd. Op de belangrijkste kruispunten staan verkeerslichten. Er is al een geruime tijd een modern vliegveld open, terwijl de werkzaamheden aan de haven voorzichtig zijn begonnen met financiële hulp van onder meer Nederland.

Israelische cijfers laten eveneens een betrekkelijk optimistisch beeld zien van de opleving van de Palestijnse economie. Dagelijks werken 120.000 Palestijnen in de Israelische economie. Twee miljard gulden vloeit daardoor per jaar naar de Gaza. De werkloosheid onder de Palestijnen is van 25 tot 11 procent gezakt, mede door de versoepelde toegang tot de Israelische arbeidsmarkt. Dagelijks komen ook 30.000 Palestijnse zakenlieden en handelaren naar Israel.

Hoe indrukwekkend deze cijfers ook in psychologisch opzicht zijn, de Palestijnse economie is nog zo hulpbehoevend dat de Palestijnen voor lange tijd nog zijn aangewezen op internationale hulp. De tegenstelling tussen de drang naar het moderne en de erfenis van het verleden is in schrijnend. Een paar kilometer ten zuiden van de lange reeks van nieuwe restaurants en hotels die Gaza tot een toeristenattractie moeten maken, komt in het grote Beach-kamp aan de kust de stank van de open riolering de bezoeker tegemoet. Veel straten en stegen zijn in en rond de stad Gaza zijn ongeplaveid en rotzooi ligt overal tussen het zand, dat na regens een modderpoel wordt. Ezels trekken hun karren naast dure Mercedessen.

Economische samenwerking met Israel is belangrijk voor de Palestijnse economie en tegelijkertijd voor het scheppen van vertrouwen tussen Israeli's en Palestijnen. Dat is precies waar het Peres vredescentrum in Tel-Aviv op mikt. Het naar de Nobelprijswinnaar voor de vrede en ex-premier Shimon Peres vernoemde instituut probeert economische bruggen te slaan tussen Israel en de toekomstige Palestijnse staat. Vorige week kwamen meer dan 200 afgevaardigden uit onder meer Egypte, Jordanië en Westerse landen naar een conferentie van het instituut. De nadruk lag op de samenwerking tussen Israel en de Palestijnen bij de high tech, het scheppen van industriële parken en het samenbrengen van Israelische en Palestijnse ondernemers in joint-ventures.

Op de grens van Israel en Gaza groeit al een hypermodern industrieel park als kool. Over enkele maanden wordt ook het eerste high tech-gebouw in een nieuw industrieel park, Kadoeri, in gebruik genomen. Het Peres centrum heeft plannen om 2.000 Palestijnen in de hightech op te leiden en zoekt naar sponsors om beurzen aan de Palestijnse studenten te kunnen verstrekken. De plannen voor een nog groter industrieel park bij Jenin (niet ver van de Israelische stad Afula) zijn in vergevorderd.

In het industriële park Karni zijn reeds verschillende Israelisch-Palestijnse joint ventures actief. Tweeduizend Palestijnen uit de strook van Gaza hebben er werk gevonden. In de toekomst zullen het er 15.000 zijn. In Karni zijn nu 38 ondernemingen, waarvan de meeste gezamenlijke Israelisch-Palestijnse initiatieven werkzaam. Als het park klaar is zullen er op 2.500 vierkante meter 350 ondernemingen staan die water en elektriciteit van op het terrein staande generatoren en waterzuiveringsinstallaties krijgen.

In een joint-venture wordt in een grote bedrijfshal Israelische textiel door goedkope Palestijnse arbeid — 23 gulden per dag — genaaid tot lakens en handdoeken. Ook wordt op badstof de naam Benneton gestikt. In een andere bedrijfshal verwerken Palestijnse vrouwen, sommigen gesluierd, textiel tot kleding. Het is een sociaal project van de Palestijnse bestuursautonomie om vrouwen werkgelegenheid te verschaffen

Het Karni-park ligt als een scharnier tussen Israel en Gaza. De verbinding wordt gevormd door twee grote hekken aan Israelische en Palestijnse zijde van het park. In theorie moet dat veiligheidsobstakels uit de weg ruimen. Lion Bar een Israelische ondernemer in het Karni-park die producten maakt voor de aanleg van de haven in Gaza, beklaagt zich. De Israelische militaire autoriteiten maken er geen bezwaar tegen dat hij zijn zware machines naar Karni brengt, maar het is niet zeker dat hij dit kostbare materieel er weer uit kan krijgen. Misschien worden er explosieven in verstopt, zo redeneren de militairen.

Deze industriële parken op en bij de grens tussen Israel en de toekomstige Palestijnse staat zullen volgens Israelische en Palestijnse ondernemers een belangrijke rol spelen in de industrialisering en modernisering van de Palestijnse samenleving. Uit deze parken zal kennis, kapitaal en arbeid zich over de westelijke Jordaan-oever en strook van Gaza kunnen verspreiden. Het zijn daarom in de visie van Peres ,,kraamkamers van vrede''.