Herman van Veen zet oud en nieuw naar zijn hand

Alweer vier jaar geleden maakte Herman van Veen voor het laatst een tournee door Nederland, en hij gaat verder waar hij was gebleven. Titels hebben zijn programma's allang niet meer; telkens heeft hij nieuw repertoire, maar ook schuift hij er, naar het hem uitkomt, nummers tussen die hij al eerder zong, of nummers die tot dusver alleen door anderen werden vertolkt. Nieuw of oud maken eigenlijk bij hem geen verschil; alles wat hem past, zet hij naar zijn hand – en alles vloeit samen in de stemmingen die hij op zo'n avond oproept.

De show waarmee de meest internationale van alle Nederlandse kleinkunstenaars terug is, heeft veel van een ingetogen recital. Hij zingt liedjes op kousenvoeten, wiegt mee met de meeslepende samenklank van viool, sax, gitaar, bas en piano, en kijkt in een paar verhaaltjes uit zijn recente bundel Het badhuis vertederd terug op de jongen die hij was.

Meer dan ooit lijkt Willem Wilmink inmiddels zijn lijfschrijver te zijn geworden. Het evenwicht is dan ook ideaal: Wilminks uitgewogen eenvoud tegenover de associatieve grilligheid van Van Veen. Een paar keer doet de zanger de tekst te niet door er een flauw grapje of een onnodig effect op te laten volgen, maar meestal laat hij de woorden hun werk doen: ,,Bewondering voor de Lieve Heer / die bloemen bloeien laat / en vogeltjes doet fluiten / terwijl Hij niet bestaat!''

Alle eer bewijst hij verder aan het bitterzoete Rivierenbuurt van Ischa Meijer en de Brel-hommage Mijn vlakke land, terwijl elders in de voorstelling opeens ook I got plenty of nothin' opklinkt – ik bedoel maar: dit is een optreden dat veel uiteenlopende flarden van muziek en tekst verenigt tot één geheel.

De bokkensprongen die de lyrische kant van Herman van Veen altijd een krachtig tegenwicht gaven, komen ditmaal pas laat. Als hij een sjofele goochelaar speelt, is dat nog een weemoedige verwijzing naar het ouderwetse variété dat hem lief is. Maar als hij voordoet met hoe veel vocale tierelantijnen een sterfscène in een opera gepaard gaat, en allengs steeds wildere danspassen ten beste geeft, is hij ook weer even de jonge hond van vroeger. Alsof hij nooit weg is geweest.

Voorstelling: Herman van Veen, m.m.v. Thomas Dirks, Edith Leerkes, Maria-Paula Majoor, Nard Reijnders en Erik van der Wurff. Gezien: 15/8 in de Schouwburg, Gouda. Tournee t/m 2/12. Inl. (0343) 460144.