Henry Brant geeft in Concord Symphony visie op Charles Ives

,,My God! What has sound got to do with music!'' verzuchtte Charles Ives in het voorwoord van zijn Second Pianoforte Sonata `Concord, Mass., 1840-1860' uit 1909-1915, voor het eerst op de lessenaars bij het Concertgebouworkest in de fraaie orkestratie van Henry Brant (1913) getiteld A Concord Symphony.

Voor Ives ging aan goede muziek altijd een spiritueel idee vooraf. Bij de Concord sonate was dat de sfeertekening van de Amerikaanse transcendentalisten uit het midden van de negentiende eeuw. De sonate, soms op drie systemen genoteerd, is labyrintisch complex, bijzonder rijk aan ideeën. Het eerste deel gaat terug op een Emerson Concerto, onlangs in Utrecht gepresenteerd in de reconstructie van David Porter. Het tweede deel ontstond vanuit de schetsen voor het Hawthorne Concerto, terwijl het derde deel gebaseerd is op de Orchard House Overture.

Er valt dus veel voor te zeggen om naar die oervorm terug te keren. Het was een gigantische klus – de orkestversie duurt 53 minuten – waaraan Brant werkte van 1958 tot 1995. Een probleem vormde het snel wisselende, nerveus jachtende tempo, even grillig als de lezingen moeten zijn geweest van de hier geportretteerde filosoof Waldo Emerson, die zich nooit aan zijn tekst hield.

Waar maatstrepen ontbreken, had Brant die toe te voegen. Maar een soepele puls bleef toch behouden, waarbij hij werd geholpen door de plastische directie van Dennis Russel Davies. Bovendien klikte het uitstekend met het orkest, al die golvende bewegingen behielden hun Ives-achtig naturel.

Een dirigent die houdt van Ravel (wiens Tweede suite uit Daphnis et Chloé hier ook klonk, zal zich vooral aangetrokken voelen tot het tweede Hawthorne-deel, zo elegant als het door Brant was geïnstrumenteerd voor piccolo's met xylofoon, vibrafoon, celesta en harpen. Beeldschoon, zij het geenszins morbide, en dansen hier niet de demonen? Daarop volgde het wat argeloze, om niet te zeggen naïeve portret van Nancy Alcott, die graag Beethoven speelde. Overal duikt Beethoven op, alleen op deze plek klinkt het citaat onverminkt. En weer wonderschoon was het laatste Thoreau-deel als `a shadow of a thought colored by the mist and haze over the pond'.

Hooguit kon men stellen dat Ives' muzikale tovertuin te zorgvuldig was gewied, alle modder en zand verdwenen. Op die manier ontstond niet zozeer een nieuwe Ives-symfonie dan wel Brants eigen en onvervreemdbare visie op Ives' Tweede pianosonate. Niet meer en niet minder.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Dennis Russel Davies m.m.v. Joshua Bell (viool). Programma: L. Bernstein: Serenade; Ives/Brant: A Concord Symphony. Gehoord:1 15/9 Concertgebouw Amsterdam.