Gerookte zalm

Delhi: Brahma, Shiva, Vishnu, Bill Gates; wie hoort niet in dit rijtje? Het klinkt als een vraag uit `Weekend Miljonairs', een tv-quiz die in zijn Indiase variant gans het volk – en dat is een zesde van de wereld – in zijn greep houdt. Maar het heeft hier dan ook veel meer zin. Het decor is hetzelfde, de presentator is net zo irritant als Robert ten Brink, maar je kunt er in dit arme land echt rijk van worden. Als je tenminste de antwoorden weet, en bij de vraag wie niet in het rijtje hoort zie ik bij menig moderne Indiër het angstzweet uitbreken. Wie zal het zijn, toch niet Bill Gates?

Want Bill Gates wordt ontvangen, vereerd en bezongen als iedere andere Godheid. Hij bracht deze week een bezoek aan India, voor een enkele dag, en alle kranten, alle tv- en radioprogramma's schortten het nieuws van de wereld voor twee dagen op. Hij nam alle plaats in, de miljonair die het deed zonder een quiz, de man die alle harten sneller doet kloppen, al ziet hij er volgens de schaarse en steeds herhaalde tv-beelden uit als een uit zijn voegen gegroeid schooljoch.

Woensdagavond kwam hij aan. Hij was gekleed in een donker pak en een indigoblauw hemd. Om zeven uur tweeënveertig stapte hij uit zijn privé-vliegtuig en verdween, omringd door twaalf lijfwachten, in een zwarte Mercedes. Hij liet zich rijden naar het Sheraton hotel, waar hij om acht uur dertien arriveerde. Hij zag er uitgerust uit.

Het staat allemaal op de voorpagina's van de grootste kranten. Er was al een lift naar boven voor hem gereserveerd en anderhalf uur later ging hij met de plaatselijke autoriteiten aan tafel.

Natuurlijk willen we weten wat hij at: gerookte zalm uit de Grote Oceaan, gebakken aubergineschijven en chocolademousse. In een achtergrondartikel op de binnenpagina komen we te weten dat `Bill' (Goden hebben alleen een voornaam) houdt van de Indiase keuken. Volgens het hotelmanagement krijgt hij in de komende uren Murg Pasanda, Jhinga Kari en Pudina Rumali. Daarbij drinkt hij alleen cherry coke, want Bill gebruikt geen alcohol en hij blijft een Amerikaan.

Op een korte persconferentie vlak voor vertrek vertelde Bill Gates dat hij India een van de belangrijkste landen op de wereld vond. Niet wegens de lage lonen van de software-specialisten maar, eerlijk waar, louter en alleen wegens `het grote natuurlijke talent' dat Indiërs voor de informatietechnologie hebben.

De woorden worden gezien als een zegen. Verschillende hoofden van deelstaten hebben in die enkele uren van zijn aanwezigheid om audiëntie verzocht en ze hebben elkaar daarna publiekelijk zitten aftroeven met wie de beste infrastructuur heeft voor de economische bloei die Bill Gates belooft. Maar hij zat intussen alweer in zijn privé-jet.

Het is allemaal niet zo moeilijk te begrijpen. Indiërs hebben misschien een natuurlijk talent voor technologie, maar ook voor mystiek. Een meisje van zeventien zal drie weken voor haar examens in allerlei moeilijke, exacte vakken, naar de tempel gaan en vervolgens geen vis of vlees meer eten tot de laatste dag van de test. Dat ze juist in deze tijd alle proteïnen nodig heeft die ze kan krijgen weet ze wel, maar de toorn van boven is doorslaggevend.

En o wee als ze niet het maximale aantal punten krijgt. Wie een negen en een half scoort in plaats van een tien, komt thuis met een gezicht van totale verslagenheid.

Het is deze tomeloze ijver en ambitie, de prestatiedwang en faalangst die Bill Gates tot de natuurlijke Indiase talenten rekent. En het is waar: sinds het nut van onderwijs is ontdekt zijn de scholen duurder geworden en de examens moeilijker. Steeds harder moeten de kinderen werken en steeds meer moeten de ouders betalen. Niet alleen het gewone schoolgeld en de bijlessen in de avond, maar ook het geld onder de tafel om je kind überhaupt toegelaten te krijgen op een school met een goede naam. En alleen de besten van de besten zullen uiteindelijk de droom verwezenlijken die door Bill Gates wordt belichaamd.

Wat die droom inhoudt? Vooruitgang, rijkdom, ontsnapping. India droomt nu van een toekomst, in plaats van een verleden. De vroegere idealen van recht en eerlijkheid, kuisheid en fatsoen, vaderlandsliefde en gehoorzaamheid hebben hun kracht verloren. De jonge, moderne Indiër wil geld en zekerheid. Wat nu telt zijn individualisme, zakelijkheid, snelheid, hardheid en ijzige berekening. Opzij met de oude koeien (in een land als India ook letterlijk), weg met obstakels als trouw, eerbied, verwantschap en geloof in voorbestemdheid. Het lot wordt in eigen handen genomen en de voorbeelden van wat dat oplevert nemen toe. Met Bill Gates als het meest ultieme symbool.

Is het niet wat mager, deze zucht naar persoonlijk geluk en fortuin? Er zijn commentatoren die met grote wrevel spreken over deze `Amerikanisering' van de Indiase cultuur. Ze spreken over de Indiase identiteit, over de waarden van het goede dorpsleven, waarin iedereen elkaar bijstond en opving. Verdwenen is de geborgenheid van voor de globalisering. Verdwenen is de schoonheid van het Oosten, het respect, de zorg, de saamhorigheid en de sentimentele omhelzing.

Dat die omhelzing een wurggreep was, dat is wat de jonge Indiërs van nu ontdekken. En namaak Amerikanen zijn ze trouwens ook niet. Bill Gates spreekt hen aan omdat hij tegelijkertijd mathematisch en romantisch is. Hij is rationeel en avontuurlijk, hij is een handelaar en een visionair. Hij begon vijfentwintig jaar geleden met niets en heerst nu over de wereld. Hij is oppermachtig en wenst toch iedereen het beste toe.

Moeiteloos kan hij worden opgenomen in het oneindige arsenaal aan Indiase helden en goden. En het levert iets op, de verering van deze nieuwste God. Iets wat duidelijk en helder is, tastbaar, voelbaar en bereikbaar. Niks geen vaagheid over een beter volgend leven. De moderne Indiërs willen nog in dit bestaan hun stuk gerookte zalm uit de Grote Oceaan. Al moeten ze zich daarvoor drie weken lang vis en vlees ontzeggen.