Correct

De geest van Frits Bolkestein waarde gistermiddag opvallend rond in De Rode Hoed in Amsterdam, waar Ed van Thijn de Abel Herzberg Lezing hield. Bolkestein, het vleesgeworden trauma van een generatie linkse politici? Het lijkt er veel op, want Van Thijn legde een maximum aan schamperheid in zijn stem toen hij over hem sprak in zijn rede over politieke correctheid met de titel: `Correct, nou en?'

,,Is er nog een toekomst voor moreel leiderschap'', vroeg Van Thijn zich in de ondertitel af. Zijn antwoord was bevestigend, maar hij maakte duidelijk dat hij dat leiderschap liever niet in handen zag van politici als Bolkestein of ethici als Heleen Dupuis. Hij hekelde Bolkesteins neiging om zich voor te doen als een jarenlang miskende politicus die het immigratietaboe had proberen te doorbreken. Van Thijn: ,,Welke schade heeft Bolkestein geleden? Welk leed is hem berokkend? Welk onheil heeft hij getrotseerd? Onder zijn leiding is de VVD bijna de grootste partij van dit land geworden. En zelf zit hij nu hoog en droog in Brussel.''

De naam Bolkestein werd deze middag een soort ijkpunt. Hij belichaamde de politieke incorrectheid, Van Thijn de politieke correctheid. Van Thijn sloot de ogen niet voor de uitwassen van politieke correctheid, maar hij vond het begrip waardevol genoeg om het te handhaven. Voor hem staat politieke correctheid in haar zuivere vorm gelijk aan fatsoen in de politiek.

Als coreferent trad de publicist Herman Vuijsje op. Hij was qua toegemeten spreektijd wel erg in het nadeel: tien minuten voor hem, zestig minuten – wat echt te lang was, ook al was zijn rede interessant – voor Van Thijn. De heren bleven op enkele fundamentele punten diametraal tegenover elkaar staan. Voor Vuijsje is politieke correctheid een vorm van conformisme, dat in Nederland vooral een verlammende invloed heeft gehad op het minderhedenbeleid. Uit overdreven angst voor racisme en discriminatie zijn de allochtonen te lang met fluwelen handschoenen aangepakt, vindt hij. Die angst zag hij bij Van Thijn sterk terug, en hij schreef hem toe aan diens oorlogservaringen.

Het was een analyse die Van Thijn emotioneel diep raakte. Het is ,,buitengewoon verwerpelijk'' om dat joodse politici steeds voor te houden, vond hij. ,,Alsof zij zich alleen op 4 mei mogen uitspreken en verder hun bek moeten houden.'' In zijn rede had hij hierover ook Heleen Dupuis gekapitteld die ooit heeft gezegd dat joodse mensen wat haar betreft niet aan het etnische debat hoeven deel te nemen. ,,Wat een hartverwarmende verdraagzaamheid'', hoonde Van Thijn.

En toen waren we weer terug bij Bolkestein. Van Thijn verweet hem effectbejag in verkiezingstijd met zijn uitspraken over de immigratiekwestie, Vuijsje vond dat Van Thijn de schuld te veel bij de boodschapper(s) legt: ,,Is hij vergeten dat Bolkestein door heel weldenkend Nederland door de modder werd gehaald?''

Kortom, een boeiend politiek-ethisch-etnisch debat, zoals je op en rond het Binnenhof (te) weinig meemaakt.