Achteruit spelen

,,De renaissance-stukken voor luit zijn in aanzet heel mooi, maar ze lopen allemaal vrij zoetig uit in een happy end. Je werkt heel voorspelbaar van spanningopbouw naar oplossing en dat wordt steeds herhaald. Toen kwam ik erachter dat vanaf de middeleeuwen varianten zijn bedacht voor de telkens herhaalde melodieën. Een daarvan is het achteruit spelen van de muziek. Vertaald naar mijn visie betekent dat onder aan de bladzijde beginnen met noten lezen in plaats van bovenaan. En dat levert potentieel interessante muziek op. Bovendien is het achteruit spelen conceptueel sterk: in plaats van achteruit de historie in te gaan op zoek naar de oorspronkelijke conventies, ga ik nu achteruit op de luit richting iets nieuws.''

Luitist Jozef van Wissem begon als klassiek gitarist, ging zich in de jaren '80 interesseren voor de industriële muziek van experimentele popgroepen als The Swans en Joy Division, legde zich toe op geluidsexperimenten en ging in New York renaissance-luit studeren. Op zijn cd-debuut Retrograde Renaissance Lute, A Classical Deconstruction geeft hij zijn persoonlijke visie op het tien-korige instrument.

,,Juist in de Verenigde Staten wordt veel geëxperimenteerd met oude muziek. Alleen maar technisch zo perfect mogelijk uitvoeren wekt de muziek niet tot leven, vinden ze daar. In Europa wordt vooral veel getheoretiseerd over hoe je de muziek op een historisch correcte manier kan spelen. Een klein groepje experts bepaalt hoe het toen, drie-, vierhonderd jaar geleden moet hebben geklonken moet hebben. Dat luisteraars van toen een geheel andere beleving hadden van muziek en zelfs een heel ander gehoor, wordt genegeerd. Luit spelen is verworden tot een ritueel, een fetisj. Discussis over het wel of niet knippen van nagels en over opnametechnieken zijn voor een componist zoals ik totaal oninteressant, er zit niets eigens in. Ik ben wel geïnteresseerd in de techniek maar ik vind dat je daaraan een hedendaagse draai moet kunnen geven.

,,Voor mijn onderzoek naar het achteruit spelen, heb ik twee jaar lang honderden stukken uit de periode 1550-1640 gespeeld, omgedraaid en opgeschreven. Uiteindelijk bleven er maar een paar over. Alle stukken in majeur heb ik er uitgegooid omdat ik mineur nou eenmaal mooier vind. En alle composities waarin ritme een belangrijke rol speelde heb ik laten vallen, want die zijn vaak nogal saai. Ik heb dus een redelijk grove, archaïsche zeef gebruikt om uit die enorme rijkdom aan stukken te kiezen wat mij het beste past.

,,Vervolgens heb ik zelf geschreven stukken tussen de originele, omgekeerde melodielijnen geplaatst. De meeste hoofdthema's en intro's zijn van mijn hand, geïnspireerd door contemporaine muziek. De solo's – als je ze zo wilt noemen – komen rechtstreeks uit de originelen. Het hele compositieproces doet een beetje denken aan de cut-up technique van schrijver William Burroughs; ik knip, verschuif, vermeng en plak de delen aan elkaar totdat er een nieuw geheel ontstaat.

,,Veel mensen denken dat achteruit spelen atonale muziek oplevert, maar dat is niet zo. De afstanden tussen de noten blijven per slot van rekening gelijk. Het is eerder een soort modale muziek. Het lijkt een beetje op ambient. Op het eerste gehoor kabbelt het heel gemoedelijk, maar als je goed luistert merk je dat er iets vreemds zit onder het oppervlak.''

Jozef van Wissem: Retrograde Renaissance Lute, A Classical Deconstruction (Persephone, 002) Distr. Challenge Classics (CLA 75064)