42nd Street is een aanstekelijke schuimtaart-musical

De toneellijst van Carré is bijna 14 meter breed – en nooit eerder heb ik die compleet gevuld zien met het chorus van een Nederlandse musicalproductie. Als ik goed heb geteld, staan er in de finale 26 dansmeiden en -jongens in een strakke rij naast elkaar. Het past net. Zo'n spettershow als 42nd Street, met al die massale taferelen en tableaus van klatergoud en tap-kabaal, is hier dan ook nog nimmer geënsceneerd. Het was tot dusver voor Nederlandse begrippen te groot en te veeleisend. Maar daar stonden ze gisteravond, aan het slot van de première, en niet langer is de schuimtaart-musical te hoog gegrepen.

42nd Street is geen Broadway-klassieker, zoals op de affiches van Joop van den Ende Theaterproducties staat, maar een Hollywood-klassieker: het flinterdunne verhaaltje van het prille dansmeisje dat een ster wordt door in te vallen voor de ster van de show, met de aanstekelijke songs van Al Dubin en Harry Warren, werd in 1933 geschreven voor een film. Pas in 1980 werd er op Broadway (en daarna in Londen) een theatersucces van gemaakt.

Mark Bramble, co-auteur van het aangepaste script, fungeerde inmiddels in diverse landen als regisseur. En nu dus ook in Nederland; hij is de vakman achter deze show-in-een-show, en hij zal zich, te oordelen aan het geöliede resultaat, ook vast en zeker hebben gedragen als de fictieve regisseur op het toneel – een man met de macht om de zweep te leggen over zijn ensemble. De betovering van de showdanspatronen naar het voorbeeld van Busby Berkeley uit de film, volmaakt symmetrisch en spiegelend, kan immers alleen ontstaan door dwang en discipline. Maar tegelijk moet alles stralen.

En stralen doet het in deze 42nd Street, al zit de tap nog niet alle dansers zodanig in de tenen dat het ze als vanzelfsprekend af gaat. Voorlopig maken hun massale aanwezigheid, de uitgekiende kleurstellingen van hun aankleding en de bonte afwisseling van de scènes meer indruk dan hun pure techniek. Wat nog ontbreekt, is de vereiste losheid, het ogenschijnlijke gemak waarmee zo'n hele rij dansers de moeilijkste scenografieën uitvoert. Maar dat zal, tijdens de tournee die nu volgt, nog wel groeien. Nu al is deze enscenering een bekwame benadering van de productie die ik een paar jaar geleden in Londen zag.

Veel aandacht gaat hier uit naar de debuterende Angela Schijf als het meisje dat in één show een ster wordt. Ze is die ingénue ten voeten uit, met een poppensnoetje en de opgetrokken schoudertjes van een wicht dat telkens sorry zegt omdat ze in de weg loopt. Ze weet zich bovendien sierlijk en zwierig te bewegen, en ze zendt zulke wervende blikken naar de zaal dat de status van publiekslieveling haar niet kan ontgaan. Ik betwijfel alleen of ze in de slotscène ook de allure van een ster heeft gekregen – daarvoor blijft ze iets te pril. Haar voorgangster, de onwankelbare Mariska van Kolck, is trouwens lastig te evenaren. Zij heeft de wie-doet-me-wat-uitstraling van de ware vedette, die het lastig maakt te geloven dat ze – zoals het verhaaltje vergt – een diva op haar retour is.

Naast hen straalt Bart Oomen het gezag uit van de Broadway-regisseur, terwijl Gerrie van der Klei van haar bijrol als liedjesschrijfster een mooi nummertje komische Alte maakt en Rein Kolpa als een zoete operette-prins de rol van de charmezanger speelt. En in de bak zit een orkest met de volle klank van een big band, die feestelijk schettert en uithaalt, strak in het ritme en vet in het koper.

,,De gaarkeuken is om de hoek!'' dreigt de regisseur in de show zijn chorus, als er niet naar wens wordt gepresteerd. Zo zwart-wit lagen die zaken in het Amerika van de jaren dertig. In het Nederlandse revuebedrijf lag de lat zelfs tijdens de depressie niet zo hoog als daar. Dat deze productie desondanks iets van die sfeer weerspiegelt, is ook te danken aan de voortreffelijk zingbare vertaling van Martine Bijl. Zij heeft van typische Broadway-nummers als We're in the money (,,En nu beleggen!''), Keep young and beautiful (,,Blijf jong en beelderig'') en You're getting to be a habit with me (,,Je zit al een beetje onder m'n huid'') liedjes gemaakt die destijds op het repertoire van Lou Bandy hadden kunnen staan. Een regel als ,,liefde is zon in je gezicht, zomer in je ziel,'' heeft de schoonheid van een chanson.

42nd Street is geen voorstelling die tot diepe gedachten aanleiding geeft. De show is erop gericht het publiek vrolijk te maken. Het onervaren meisje dat zo naïef van Broadway droomt, krijgt van de door de wol geverfde regisseur te horen dat ze zich gedraagt als `een jarig kind met sterretjes in je ogen'. Zo ongeveer moet ook deze show worden bekeken. Mij is dat, in grote trekken, gelukt.

Voorstelling: 42nd Street, door Joop van den Ende Theaterproducties. Spelers: Angela Schijf, Mariska van Kolck, Bart Oomen, Gerrie van der Klei, Rein Kolpa, e.a. Vertaling: Martine Bijl. Decors: Eric van der Palen. Kostuums: Theoni V. Aldredge. Muziek o.l.v. Ruud Bos. Choreografie: Randy Skinner. Regie: Mark Bramble. Gezien: 17/9 in Carré, Amsterdam. Tournee t/m 24/6. Inl. (0900) 3005000.