WATERTEUNISBLOEM 2

In zijn brief in W&O van 26 augustus uit de heer Piël zijn ongenoegen over de exoten in Nederland. Maar de natuur is (als het goed is) een dynamisch ecosysteem dat stabiel en duurzaam is doordat het alleen maar steeds complexer en mooier wordt. Exoten horen daarbij, niet alleen omdat ze iets bijdragen aan de verrijking maar ook omdat het meestal om soorten gaat die sinds de laatste ijstijd nog geen kans gezien hebben in ons land terug te keren, hoewel ze in het huidige klimaat hier van nature thuishoren.

Natuurpuristen als de heer Piël staan op het standpunt dat alles wat er 100 jaar geleden al was hier hoort en de rest automatisch niet welkom is. Veel soorten zijn hier niet aanwezig omdat de mens ruimtelijke structuren heeft geschapen die er voor zorgen dat ze hier nooit meer kunnen komen omdat er te veel onoverkomelijke barrières zijn. Of ze zijn verdwenen omdat de mens ze te mooi of te nuttig vond en ze door de jaren heen heeft geconsumeerd. Tal van geneeskrachtige planten zoals Valeriaan of Koninginnekruid waren door menselijk oogsten teruggedrongen tot de zompigste natuurgebieden, maar zijn nu weer her en der in opkomst.

Voor het nut van exoten mag ik het voorbeeld geven van de Amerikaanse vogelkers of bos`pest'. Toen de bospest in onze bossen verscheen waren de meeste bossen minder dan 50 jaar oud en in deplorabele staat bij gebrek aan humusvorming. Ook de meeste oudere bossen leidden een kommervol bestaan omdat eeuwenlang de boeren elke winter alle vruchtbaarheid eruit harkten als mest voor hun land of als brandhout voor de winter. In zo'n humusloos land gedijt de Amerikaanse vogelkers als geen ander en versnelt het proces van humusvorming, daarbij geholpen door een veranderend beheer.

Pas de laatste 20 jaar zijn veel bijna uitgestorven bosplanten weer in opkomst. Bospest heeft daar belangrijk aan bijgedragen. Bovendien is gebleken dat de verguisde Amerikaanse vogelkers na een of twee generaties (in 30 tot 50 jaar) met het bijbehorende proces van humusvorming zich niet meer kan verjongen en naar de achtergrond verdwijnt om ruim baan te maken voor andere soorten, die dankbaar van de toegenomen vruchtbaarheid profiteren. Waarschijnlijk is het zelfs aan de bospest te danken dat de schitterende goudvink nog in ons land floreert en nu dankzij deze ontwikkelingen weer steeds ruimer in Nederland kan bestaan. Een soortgelijk verhaal geldt voor exoten als Amerikaanse appelbes, klein springzaad of de douglasspar.

Toen waterpest voor het eerst in de Nederlandse wateren verscheen en zich uitbundig uitbreidde, werd gevreesd dat dit ten koste zou gaan van de Nederlandse flora. Inmiddels is gebleken dat waterpest alleen floreert op plekken waar verder weinig leven in de brouwerij was en nu is het zover dat waterpest – door het krachtig herstel van de gezondheid van de wateren – beperkt voorkomt op plaatsen waar weinig anders wil groeien. Ook de Waterteunisbloem (overigens een heel mooie plant) zal zeker een vaste zij het beperkte plek verworven hebben ruim voor hij door het hele land is verspreid.

Veel landschappen die wij waarderen zijn zuiver cultuurlandschappen die van nature niet zouden kunnen bestaan. Zonder voortdurend menselijk ingrijpen zouden ze ook weer binnen een paar generaties opgaan in iets anders. Daar is niks mis mee want de heide bloeit dit jaar mooier dan ooit. Het verschijnen van bospest in de zeereep in de huidige monocultuur van door de mens aangeplant helmgras is echter geen teken van verloedering maar een voorbode van verrijking.