Videobewaking

In deze krant van zaterdag 9 sept. pleit dr. John Blad voor een wettelijke regeling, als het gaat om het gebruik van videobewaking. Hij heeft gelijk dat het toenemend gebruik van camerabewaking een juridische basis behoeft. Terecht wijst hij er op dat er ook zo iets als privacy en grondrechten bestaat. Digitale cameratoepassingen kunnen een inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van hen, die worden gefilmd. Digitale technieken maken in beginsel manipulatie van beelden mogelijk.

De vraag is of voor videobewaking een wettelijke regeling nodig is; en zo ja, hoe die er moet uitzien. De Registratiekamer heeft in 1997 het rapport In beeld gebracht gepubliceerd. Dit rapport bevat privacyregels voor het omgaan met videocamera's voor toezicht en beveiliging. Deze privacyregels en de inmiddels door de Registratiekamer op basis daarvan ontwikkelde jurisprudentie, zijn inmiddels in de samenleving ingeburgerd. Het betreft hier weliswaar geen wettelijke regeling, maar pseudo-wetgeving. Overigens zijn deze privacyregels afgeleid van de Wet persoonsregistraties. Dus in feite is er wel een soort van wettelijke regeling. De bewindslieden van Justitie en Binnenlandse Zaken verwijzen in hun notitie Cameratoezicht ook naar deze privacyregels van de Registratiekamer. Daarnaast kent het Wetboek van Strafrecht enkele artikelen aangaande het gebruik van videocamera's.

Gezien het feit, dat thans voldoende waarborgen bestaan voor een zorgvuldig gebruik van videocamera's, acht ik een wettelijke regeling, zoals Blad voorstelt, overbodig.