VERWAARLOOSDE KINDEREN HERKENNEN MOEIZAAM EMOTIE

Verwaarloosde kinderen tussen drie en vijf jaar hebben meer moeite om verschillende emotionele gezichtsuitdrukkingen uit elkaar te houden dan andere kinderen van dezelfde leeftijd, intelligentie en sociale achtergrond. Ze zien bijvoorbeeld veel minder verschil tussen een vrolijk en een treurig gezicht. Mishandelde kinderen hebben vooral moeite om treurige gezichten en afschuw te herkennen, maar in het herkennen van woede scoren ze net zo goed als `gewone' kinderen. Dit blijkt uit een onderzoek door psychologen van de universiteiten van Wisconsin-Madison en van Rochester. De zwakke herkenning ligt niet aan een onvermogen om fysieke verschillen tussen gezichtsuitdrukkingen te herkennen, kinderen die verwaarloosd of mishandeld worden hebben minder begrip van emoties (Developmental psychology, september).

Het verschil tussen de verschillende categorieën kinderen (verwaarloosde, mishandelde en `gewone' kinderen) verklaren de onderzoekers uit de verschillende emotionele omgeving waarin ze opgroeien. Uit eerder onderzoek is gebleken dat ouders die hun kinderen slecht behandelen minder positieve emotie en meer negatieve emotie tonen aan hun kinderen én dat ze hun gezin meer isoleren van de omgeving, waardoor de kinderen minder contact hebben met andere modellen van `emotionele communicatie'. Voor de hand ligt (en ook vastgesteld in onderzoek is) dat ouders die hun kinderen mishandelen meer interactie met hun kinderen hebben dan ouders die hun kinderen verwaarlozen (bijvoorbeeld door hen slecht te voeden). Aan dat intensievere (agressieve) contact met hun ouders hebben de mishandelde kinderen waarschijnlijk hun goede herkenning van agressie te danken.

Herkenning van emoties is belangrijk voor jonge kinderen omdat die de sociale hinten vormen waarvan kinderen hun interpretatie van de werkelijkheid en ook hun gedrag laten afhangen. Ook later in hun leven kunnen slecht behandelde kinderen grote hinder van deze ontwikkelingsachterstand ondervinden. Het doel van het onderzoek in Developmental psychology was overigens niet om de verschillende slechte uitgangspunten van verwaarloosde en mishandelde kinderen vast te stellen. Psycholoog Seth Pollack c.s. wilde vaststellen of herkenning van emoties wordt beïnvloed door de omgeving waarin kinderen opgroeien. Verschillende groepen slecht behandelde kinderen vormden geschikte proefpersonen.

Een dominante opvatting in de psychologie is dat emotieherkenning wordt aangeboren. Aanwijzingen daarvoor zijn het feit dat zuigelingen al heel vroeg verschillende emotionele gezichtsuitdrukkingen laten zien en dat foto's van typerende gezichtsuitdrukkingen over de hele wereld worden herkend. Dit laatste is het – niet geheel onomstreden – werk van de (daarmee beroemd geworden) psycholoog Ekman, die daartoe onder meer met een helikopter landde in een tot dan toe geïsoleerd gebleven Papoeadorp. Toen na enkele dagen de in paniek gevluchte Papoea's, verleid door giften van stalen bijlen, geleidelijk terugkeerden, begon Ekman met zijn onderzoek, zonder veel succes overigens. Alleen boosheid werd door de onthutste Papoea's herkend. Pollak concludeert uit zijn onderzoek (waarbij hij dezelfde foto's als Ekman gebruikte) dat ervaring – en dus `cultuur' – wel degelijk belangrijk is bij bij de emotieherkenning.