Surprise!

Een verrassing heeft oren nodig – misschien ook wel ogen en een neus en handen en voeten en zo, maar toch vooral oren. Een leven zonder oren is een leven zonder verrassingen. Ik zie dat aan mijn hond.

Mijn hond hoort niet veel meer en dat wat hij nog wel hoort, stelt hem voor raadsels. Als je naast zijn mand gaat staan en hard op je vingers fluit, kijkt hij naar het raam omdat hij denkt dat het uit de tuin komt. En dat heeft dan nog wel iets komisch.

Doorgaans jaagt dat wat hij nog wel hoort hem de stuipen op het lijf. Het dichtslaan van een deur in huis, het scheuren van een brommer op straat, het krijsen van een papegaai bij de dierenwinkel – op dergelijke geluiden reageert hij alsof hij in de rug wordt aangevallen. Zo is het opspringen van verrassing langzaamaan verdrongen door het wegduiken van schrik.

Schrik maakt iemand kleiner dan hij is, terwijl een verrassing hem juist groter maakt.

Met een verrassing bedoel ik hier iets aangenaams. Voor verrassingen moeten er om te beginnen verwachtingen zijn. Verwachtingen berusten op vertrouwen in de wereld en vertrouwen in de wereld is kennelijk in hoge mate afhankelijk van het geluid van de wereld.

Nu mijn verdwijnen en verschijnen nauwelijks meer met geluid gepaard gaat, heeft Rekel zijn greep op dit fenomeen verloren. Hij kijkt nog wel op, hij kwispelt wel, maar meer en meer in het onzekere: ben je terug? Was je weg dan?

Met zijn gehoor heeft hij veel van zijn gretigheid verloren. Hij is lang zo vrolijk niet meer. Als je alles kunt verwachten wordt het verwachten zinloos, als alles bij verrassing gebeurt, is er geen verrassing meer. Wat overblijft is lauwheid, een waas van wantrouwen, een kooi van onverschilligheid.

De verrassing heeft een goed geïnformeerd verstand nodig. Zij ontstaat uit het spel van de mogelijkheden, zij heeft alles met gevoel voor humor te maken. Aan mijn hond kun je zien waarom er geen dove cabaretiers zijn.

Wat je niet aan mijn hond kunt zien: waarom er wel blinde cabaretiers zijn.