Smokkelbaas en zakenman

Een van de Nederlandse wegbereiders van het fatale Dover-transport waarbij 58 Chinezen stikten, was de Rotterdammer Huub van K. Hij is een van de verdachten die volgende week voor de rechter komt. Hoe een zakenman een web van gewelddadige smokkelaars te hulp schoot.

Huub van K. (49) is management consultant in Rotterdam, vertelt hij de politie. Het grootste deel van zijn werkzame leven zat hij bij Price Waterhouse (toen nog zonder Coopers), tien jaar geleden is hij voor zichzelf begonnen. De zakenwereld is zijn terrein. Hij zit in het vastgoed, handelt in bv's, heeft een `wederopbouwproject' in Bosnië gepland: alles pakt hij aan. ,,Ik heb'', vertelt hij de politie op 25 juni, ,,grote industriëlen als relatie. Die zien mij als consultant.''

Ook blijkt dat Huub van K. een van de wegbereiders was van het beruchte transport naar Dover, waarbij in juni 58 Chinezen de dood vonden. Van K. heeft, na weken talmen en draaien, zo blijkt uit het justitiële dossier, alles aan de politie opgebiecht. Volgende week moet hij, samen met een groot aantal andere verdachten, voor het eerst op een openbare terechtzitting verschijnen.

Maar hij is niet zoals zij, klinkt door in Van K.'s verklaringen. De leider van de Dover-bende, Gürsel O., een 34-jarige Nederlander van Turkse komaf, is een `handelaarstype'. Geen echte ondernemer, zoals Huub. En Gürsel, zegt hij tegen de politie, ,,is niet bijster slim. Hij heeft naar mijn inschatting een IQ van beneden academisch niveau''.

Toch weet Gürsel in één opzicht Van K., en alle anderen, de loef af te steken. Maandagochtend 19 juni, circa half tien, net als de vondst van de lijken in Dover wereldnieuws is geworden, ziet Huub bendeleider Gürsel in zijn Mercedes, een zwarte cabriolet, ,,met ware doodsverachting'' voorbij scheuren. Het gebeurt als Huub uit een buurtcafé stapt. Gürsel heeft duidelijk geen tijd voor een groet. De dagen erna worden alle andere verdachten opgepakt. Op Gürsel na. Justitie heeft hem ook na bijna drie maanden nog niet gevonden.

Fanqie

Smokkelbazen werken met katvangers. Ze blijven zelf buiten schot en zorgen ervoor dat anderen formeel te boek komen te staan als de ondernemers die de faciliteiten voor de smokkel hebben verleend. Zo is ook Huub van K. in het web van Gürsel O. terechtgekomen, blijkt uit het dossier met de codenaam `Fanqie' (tomaat) dat justitie voor de zitting van volgende week heeft aangelegd. Vier mensen vormden in Nederland de criminele groep die de organisatie van het fatale transport op zich nam, aldus het dossier. Het gaat om Gürsel O., de eveneens in Turkije geboren Nederlander Haci D., en twee chauffeurs, Perry W. en Lammert N. De anderen, ook Huub, zijn geen organisatoren maar handlangers. Onmisbare handlangers.

Gürsel O. is de onbetwiste leider van de bende, zeggen verscheidene medeverdachten. Hij spreekt gebroken Nederlands, maar ,,maakt een gesoigneerde indruk en komt ontspannen over, [een] zeer sociaal figuur'', vertelt Huub de politie. Dat is de halve waarheid, leert een later verhoor. Gürsel behoort tot de ,,echte `zware jongens' die niet te beroerd zijn hun bedreigingen ten uitvoer te brengen'', aldus Van K.

Diverse andere verdachten (er zijn er zestien, de één is verzekeringsagent en kocht tomaten, een ander drugsverslaafde en katvanger) weten dat Gürsel al jaren in het métier van de mensensmokkel verkeert. Een jeugdvriend, Mark D., die Gürsel op veertienjarige leeftijd in de sportschool in Rotterdam leerde kennen, vertelt de politie dat O. twee jaar geleden in Frankrijk vrijkwam na een veroordeling wegens mensensmokkel.

Hij was maar net uit de cel, blijkt uit het dossier, of hij zette de handel voort. Medio 1998 was hij betrokken bij de overtocht van acht illegale Koerden met het zeiljacht Miss Ellie naar het Verenigd Koninkrijk. Dat blijkt uit een fax van 5 november 1998 van de politie in het Britse Surfolk aan de collega's in Rotterdam.

Jeugdvriend Mark D. is bekend met de mores van de familie van Gürsel, licht hij de politie toe. Gürsel is voortvluchtig en blijft dat voorlopig. Zijn vader heeft ,,de regie in handen'', verklaart Mark. Vader heeft hem verteld, zegt Mark, ,,dat advocaat Doedens met de zaak van Gürsel bezig was en dat hij 50.000 gulden had betaald''. Doedens' advies luidde, vertelt Mark, dat Gürsel ,,zou moeten afwachten tot de vonnissen in deze zaak worden uitgesproken. Doedens zou dan een oordeel kunnen vormen wat Gürsel voor straf kon krijgen. Hij zou dan kunnen bepalen of Gürsel zich bij de politie moet melden, of niet.''

Doedens, die zegt dat hij niets kan meedelen over contacten met zijn cliënt, heeft in ieder geval geen geheim gemaakt van zijn rol als advocaat. In een handomdraai weet hij het voor Gürsel zeer belastende dossier te kantelen, althans in de publiciteit. In eerste instantie via De Telegraaf maakt hij in juli bekend dat justitie het fatale transport van de Chinezen bewust heeft doorgelaten. Kan niet anders, zegt hij. Het justitiële dossier beschrijft immers dat Gürsels rol bij de smokkel van Koerden in 1998, met de Miss Ellie naar Engeland, al aanleiding was voor intensief politieonderzoek. Daarom blijkt Gürsel sinds maart dit jaar door de Rotterdamse politie te zijn geschaduwd. Dan móet bekend zijn geweest dat Gürsel de Dover-tocht van plan was, aldus Doedens.

De politie zegt dat de observaties tot half juni niet duidelijk maakten dat Gürsel een Chinezentransport naar Dover voorbereidde: men zocht naar aanwijzingen voor Koerden-smokkel. Maar nu de recherche – te laat, want na de fatale overtocht – ontdekt dat Gürsel achter `Dover' schuilgaat, is met terugwerkende kracht, dankzij het lange schaduwen, ineens een baaierd aan bewijs tegen hem voorhanden.

Een geluk bij een ongeluk, redeneert de recherche. En nadat alle autoriteiren, tot en met de minister van Justitie, Doedens' these van de doorlating hebben weersproken, biedt het Koerden-dossier een ongebruikelijk gedetailleerd inzicht in de dadergroep van `Dover'. Zodat ook mensen die meestal onzichtbaar blijven na het oprollen van een smokkellijn, handlangers als Huub van K., in beeld kunnen komen.

Sorry, vergeten

Huub is een horecamens, er gaan weinig dagen voorbij of hij pikt ergens in Rotterdam een cafeetje mee. Zijn favoriet is Hotel New York aan de Kop van Zuid. Dat treft. Perry W., de chauffeur van het dodentransport, is ook verzot op Hotel New York, zegt hij in summiere verklaringen bij de Britse politie. En Gürsel komt er ook vaak, leren de observatieverslagen. Hij ontmoet er Huub, of Perry, of een van de anderen.

Perry speelt in zijn verhoren bij de Britse politie het spel zoals het hoort. Hij is bijna alles vergeten. Namen, telefoonnummers, data sorry, even kwijt. Alleen de naam van de 24-jarige Arjen van der S., volgens de Nederlandse justitie een van de katvangers, weet hij meteen te noemen. Dat is de eigenaar van het bedrijf dat die tomaten hierheen wilde hebben, vertelt hij spontaan. Verder weet Perry niks. Van der S. ,,is de baas en ik de werknemer''.

In werkelijkheid is Van der S. een 24-jarige drugsverslaafde, vertelt hij de politie, die zich voor drieduizend gulden laat kopen om 15 juni bij de Kamer van Koophandel een bedrijf op zijn naam te zetten. Ook tekent hij die dag een papier dat hem eigenaar maakt van de vrachtwagen. Van der S. is, aldus het dossier van justitie, nooit van plan geweest een bedrijf te starten.

Perry geeft in zijn eerste verhoren hoog op van de fun die hij beleeft aan het EK-voetbal dat gaande is. Vrijdagavond 16 juni is Nederland-Denemarken 3-0 geworden, hij kan er nu nog om juichen. Hij heeft gekeken met zijn vriend Lammert N., die hij Leo noemt. Perry kijkt alle EK-wedstrijden bij Lammert, zegt hij.

Terwijl Perry de maskerade volhoudt, krijgt Lammert wroeging. Hij zit de week na de ramp ondergedoken bij een vriendin in Schiedam, ziek van ellende door de berichten over de zaak. Bekend wordt dat justitie jacht op hem maakt. Lammert meldt zich na ruim een week bij de politie. Hij begint te praten. En houdt niet op.

Hij heeft Gürsel najaar 1999 leren kennen, via Perry, die hem van het kunstje had verteld. Hij is het ook gaan doen. Opgeven dat je tortilla's rijdt, kaas, of flesjes Yakult – intussen tientallen Chinezen als vracht. Ze rijden allebei, het loopt als een lier, ze vangen duizend gulden per gesmokkelde. Hun infrastructuur is uitstekend. Ze zijn eigen rijder, zoals dat heet, een marginale handel, en worden aan ritten geholpen door TBA, een bedrijf waar Perry's vader werkt. (Die is in juni ook aangehouden, maar in het dossier wordt hem niets ten laste gelegd.) Het gaat fout als Lammert op 5 april in Dover wordt gepakt, met vijftig Chinezen achterin. Ze schreeuwen wegens zuurstofgebrek, bonken tegen de wand. Lammert verklaart aan de politie van niets te weten, wordt zwaar beboet en vrijgelaten – maar mag Engeland niet meer in.

Nu hebben de mannen een probleem. TBA besluit na de ontdekking te stoppen. Lammert kan de boete niet opbrengen, zijn bedrijf gaat failliet. De organisatie is zijn smokkelfaciliteiten kwijt. De chauffeurs zitten zonder bemiddelaar, bedrijf en truck.

Maar Gürsel blijft aandringen op ritten, vertelt Lammert de politie. De chauffeur vangt in een gesprek op dat Gürsels opdrachtgever een Chinese restauranthouder in Rotterdam is, meer komt hij niet te weten over de lui die Gürsel kennelijk heftig presseren. Ook justitie tast op dit punt in het duister. Alleen ,,een klein deel (-) van de [smokkel]organisatie'' is in beeld, aldus het verbaal.

Gürsel benadrukt dat de stroom Chinezen onophoudelijk is, ze moeten door, naar Dover, anders loopt de smokkelroute vast, sommeert hij. Lammert krijgt van hem de opdracht te zoeken naar nieuwe chauffeurs en nieuwe bedrijven die dekmantel kunnen zijn. Perry rijdt, wordt het besluit. Maar nu moeten ze nog een bedrijf vinden, en deklading, en papieren, en een container.

Deals en bijna-deals

Huub van K. leeft achter een façade, wordt in zijn verhoren duidelijk. Met Vendex-international, vertelt hij, is hij in overleg over projectontwikkeling in Vlaardingen, hij heeft een tijdje terug nog ,,een facility deal gemaakt met Volker Stevin'', een ,,bv geleverd aan een registeraccountant'', en zo gaat het maar door. ,,De directeur van Krasnapolsky staat in mijn agenda genoemd'', legt hij de politie uit, in verband met ,,zaken met Cuba en contacten daaromtrent met Buitenlandse Zaken''. En die afspraak op 28 maart? ,,(-) een financieringsmogelijkheid met bierbrouwer Heineken (-).''

Ten slotte komt eruit dat al die deals en bijna-deals niet konden voorkomen dat hij financieel in de penarie zit. Sinds 1990, toen hij vertrok bij Price Waterhouse, en in datzelfde jaar van zijn vrouw scheidde, is het moeilijk. Groeiende schulden, hoge alimentatie. 1993: failliet. Weer opgekrabbeld, teruggekomen, business gemaakt – tot februari dit jaar: opnieuw failliet, schuld ruim vier ton.

Dat hij betrokken is geweest bij de huur van container en loods waarin de Chinezen hebben gezeten, beaamt hij al in zijn eerste verhoor. Maar het vergt anderhalve maand van ellenlange verhoren voordat hij het hele verhaal vertelt: dat hij van de mensensmokkel wist. Hij was angstig. ,,De Turken'', zegt hij, ,,hebben laten weten: wie ons dwarszit gaat er gewoon aan.'' Maar als hij enige tijd in een gesloten cel zit en het benauwd heeft, krijgt hij ,,een idee wat de (-) mensen in de koelcontainer hebben gevoeld'' en wil hij praten.

Dubbelspel

Alles was dubbelspel. Het is de jeugdvriend van Gürsel, Mark D., die Huub in april benadert. Loodsruimte voor drankhandel zoekt hij, ,,voor vrienden met veel geld''. Er volgt een ontmoeting met Gürsel, in Hotel New York. Failliet of niet, Huub regelt een offerte voor een loods aan de Waalhaven, 42.500 gulden voor drie maanden. Als het akkoord is, zakken ze opnieuw door in New York, dan vertelt Gürsel dat hij in mensensmokkel zit, en desperaat een chauffeur op Dover zoekt. Als Huub het kan regelen, vangt hij 50.000 gulden – per week. Later ontmoet hij Perry en Lammert, ook in New York.

Het contract voor de loods wordt getekend door ene C., eveneens van Turkse komaf, volgens justitie opnieuw vermoedelijk een katvanger. Formeel betaalt C. de loods, maar Gürsel geeft het geld. De tomaten worden onder valse bedrijfsnaam gekocht; de echte koper is een Vlaardingse verzekeringsagent die talrijke andere klusjes doet voor Gürsel, maar formeel buiten beeld blijft. Het bedrijf, de vrachtwagen en de container komen op naam van Arjen van der S. Op de vrachtbrief wordt een afnemer ingevuld, het bedrijf LIDL in Bristol, dat niet bestaat. Alle voorwaarden waren geschapen voor handel waar de daders buiten staan, zelfs als het transport misloopt.

Maar zoals de politie klaarblijkelijk niet door had dat het Dover-transport ophanden was, zo wisten de daders niet hoe intensief de politie-observanten er waren. Bij Huub breekt het eerste verzet in de verhoren als hij verneemt dat de politie foto's van hem bij Hotel New York heeft. Dan noemt hij de meest benauwende details.

Bijvoorbeeld dat er in een vergadering discussie ontstaat over hoeveel Chinezen in de container kunnen. Dat Perry zegt: liever minder dan 25, anders gaan ze bonken tegen de wand – zoals bij Lammert, in april. ,,Perry wilde dat er niet te veel gevaar voor de te smokkelen mensen zou zijn'', concludeert Huub. Het wordt in de vergadering toegezegd – maar als zondag 18 juni in Rotterdam de tocht begint, zitten er zestig Chinezen in de container. ,,Volkomen afgrijselijk'', zegt Huub, die zegt 's zondags niet bij de aftocht te zijn geweest.

De politie staakt de observatie van Gürsel vrijdagavond 16 juni. Het gebeurt om acht uur. De verbalisant zoekt ,,bij de bekende adressen'', maar kan hem niet vinden. ,,Geen resultaat'', aldus het verbaal. Daarna begint Nederland-Denemarken. Perry kan niet kijken, en Gürsel en Haci evenmin, vertelt Lammert. Die avond laden ze met z'n vieren de tomaten in, zegt hij, ,,honderd procent zeker''.

Huub wordt voor dit klusje niet ingezet. Voor hem zit het erop. Een handlanger van Gürsel (de verzekeringsagent) komt hem zondagavond half acht het restant van zijn gage betalen. Op dat moment glijdt in Zeebrugge de ferry naar Dover in beweging.