Schermen met brandstofprijzen

Een armetierig bedragje van drie centen, meer zegt Shell niet over te houden aan de verkoop van een liter euro loodvrij. De oliemaatschappij deed eerder deze week in paginagrote advertenties in de landelijke dagbladen uit de doeken hoe de adviesprijzen voor benzine totstandkomen.

De automobilist rekent aan de pomp 2,69 gulden per liter af. Verminder dat met de kosten en een vaste marge van 11 cent voor de wederverkoper en, zo rekende Shell de lezer voor, er resteert een bedrag van 1,72 gulden per liter aan belastingen. Dat bedrag wordt dus stilletjes opgestreken door de overheid. `t Is de staat die ons het beleg van het brood eet!

De advertentie van Shell schoot de ministers Jorritsma van Economische Zaken en Zalm van Financiën in het verkeerde keelgat. Volgens Economische Zaken is er van alles mis met de berekeningen van de marktleider. Zo zou de inkoopprijs bijvoorbeeld veel lager zijn dan Shell beweert. Ook profiteert het olieconcern van de marge voor de wederverkoper, omdat veel benzinestations in bezit zijn van de oliereus. In een reactie op de rekensom van Shell zei minister Zalm zich zorgen te maken om de oliemaatschappij. ,,Als het bedrijf slechts drie cent winst maakt, moet het wel aan de rand van de afgrond staan'', sneerde Zalm. ,,Het verbaast me dat Shell nog niet failliet is.''

Integendeel, het gaat steeds beter met het olieconcern. De hoge olieprijs en een forse besparing op de kosten stuwden de nettowinst in het eerste kwartaal van dit jaar op naar een recordhoogte van 3,3 miljard dollar (8,3 miljard gulden). Wanneer de olieprijs met 1 dollar omhooggaat, levert dat Shell op jaarbasis ruwweg 450 miljoen dollar extra winst op. De olieprijs was in de eerste drie maanden van dit jaar gemiddeld 26,95 dollar per vat. Ter vergelijking: in het eerste kwartaal van 1999 kostte een vat ruwe olie gemiddeld 11,30 dollar. Tel uit je winst.

Ook op het Damrak heeft de hoge olieprijs Shell beslist geen windeieren gelegd. Het aandeel Koninklijke Olie bereikte begin deze week, ook dankzij de zwakke koers van de euro, een koersrecord van 74,94 euro. Daarmee zijn aandelen Koninklijke Olie inmiddels ruim 23 procent duurder dan eind vorig jaar.

Veel slechter gaat het met staal- en aluminiumconcern Corus. Het fusieproduct van Hoogovens en British Steel moet dringend aan het infuus. Het verlies is in de eerste negen maanden na de fusie opgelopen tot bijna 1 miljard gulden. Dat is vooral te wijten aan de hoge koers van het Britse pond, die de export ernstig bemoeilijkt.

De recente stijging van de staalprijzen worden grotendeels tenietgedaan door het valuta-effect. En daar komt de hoge olieprijs nog eens bij. Vooral de productie van aluminium vreet energie. ,,De opgelopen olieprijs heeft zeker effect op de resultaten van Corus, al staat dat effect in geen verhouding tot dat van het dure Britse pond'', aldus Richard Brakenhoff van de Amsterdamse effectenbank Kempen & Co.

,,Corus hoeft de olie niet op de spotmarkt in te kopen, maar beschikt meestal over lange-termijncontracten'', legt Brakenhoff uit. ,,En het bedrijf krijgt een aardige korting omdat het een grote hoeveelheid olie tegelijk inkoopt. De stijgende prijs voor een vat ruwe olie is slechts een nadelig neveneffect. Dat kan het bedrijf niet aanvoeren als een excuus voor de slechte resultaten.''

Beleggers op de Amsterdamse effectenbeurs rekenen ondertussen hard af met het aandeel Corus. De koers van de staalproducent zakte gisteren zelfs even tot onder de 1 euro, terwijl het aandeel Corus begin dit jaar nog op een koers van 2,79 euro stond. De lage beurskoers maakt het op dit moment onmogelijk om de hoog opgelopen schulden, onder meer het gevolg van fusiekosten, door een aandelenemissie te verlichten.

En de olieprijs blijft ondertussen maar stijgen. De prijs ging gisteren opnieuw omhoog door onrust in het Midden-Oosten. Irak wees met een beschuldigende vinger naar buurland Koeweit, dat olie zou stelen van olievelden in het zuiden van Irak. Bagdad sprak ook van ,,sabotage''. Irak maakte Koeweit soortgelijke verwijten toen het de kleine buurman in 1990 bezette. De Verenigde Staten hebben Bagdad inmiddels gewaarschuwd troepen in te zetten als dat nodig mocht zijn. Dreigende blokkade-acties in de Golf dus.

Minister Saoud Nasser al Sabah van Oliezaken van Koeweit zei vanmorgen in de Franse krant Le Figaro dat de producenten de snelgroeiende vraag naar olie niet kunnen bijhouden. De minister riep op tot een serieuze dialoog met de industrielanden over langetermijnoplossingen voor stabilisatie van de brandstofprijs. Hij noemde ook de hoge accijnzen die het westen op brandstof heft als belangrijk element in de recente prijsstijgingen.

Volgens de minister is een productieverhoging door de organisatie van olieproducerende landen (Opec) nauwelijk meer mogelijk: ,,Alleen Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten kunnen op korte termijn de productie nog verhogen.'' De Opec heeft het productieplafond dit jaar al drie keer verhoogd. Daarmee heeft de Opec volgens de minister genoeg gedaan. De bal ligt nu dus weer bij de nationale overheden.