RESTANTEN BESCHAVING VAN VÓÓR ZONDVLOED ONTDEKT IN ZWARTE ZEE

Amerikaanse onderzoekers maakten afgelopen woensdag bekend tekenen van een menselijke beschaving te hebben aangetroffen op de bodem van de Zwarte Zee, 12 mijl buiten de kust ter hoogte van de Turkse stad Sinop. Op een diepte van 100 meter stuitte een onderwaterrobot, Argus genaamd, op de restanten van een rechthoekige constructie van hout en klei, met een vloeroppervlak van 15 bij 4 meter. De expeditie staat onder leiding van dr. Robert Ballard, de man die eerder in 1985 het wrak van de Titanic lokaliseerde.

Volgens Ballard verkeren de aangetroffen voorwerpen in goede staat. Het gaat om gekerfde boomstammen, planken en stenen werktuigen, alles ingebed in modder. Er is nog niets boven water, eerst wil Ballard alles zorgvuldig in kaart brengen en fotograferen. De vijfweekse expeditie was ten tijde van de ontdekking in zijn tweede week.

De expeditie, grotendeels gefinancierd door National Geographic, is onderdeel van een project om de kustwateren boven noordelijk Turkije af te speuren op restanten van menselijke nederzettingen ten tijde van de `Zondvloed'. Die zou zo'n 7.000 jaar geleden hebben plaatsgevonden, toen na afloop van de laatste ijstijd het niveau van de Middellandse Zee zo sterk was gestegen dat het water door de (afgesloten) Bosporus brak en een zoetwatermeer veranderde in een zoute zee. Hierbij kwam de oorspronkelijke kustlijn onder water te liggen en moest de toenmalige bevolking vluchten.

Eerder al is de datering van de oude kustlijn uitgevoerd aan de hand van fossiele schelpen. Schaaldieren van een uitgestorven soort die in zoet water leefde zijn alle ouder dan 7.000 jaar, terwijl soorten die in zout water leefden alle minder dan 6.500 jaar oud zijn. Volgens sommigen gaat het hier om de Zondvloed zoals beschreven in het bijbelboek Genesis, maar ook de Grote Vloed uit het Babylonische epos Gilgamesj is genoemd.

Volgens Ballard is de nu aangetroffen plek hopelijk de eerste in een reeks die inzicht zal verschaffen in de woon- en leefomstandigheden van de mensen die er ooit woonden. Een tweede locatie, veelbelovend vanwege aangetroffen scherven keramiek, bevindt zich op ongeveer tien kilometer afstand.

(Dirk van Delft)