Republikeinen krijgen meeste donaties

Ten minste 465.000 dollar van Nederlandse bedrijven vond dit en vorig jaar zijn weg naar verkiezingsfondsen van Amerikaanse politieke partijen. De Republikeinen zijn favoriet.

`Soft money' noemen Amerikanen de donaties van bedrijven en particulieren aan verkiezingscampagnes. Het geld is `soft' omdat het geen formeel doel heeft. Het gaat naar een fonds en niet naar een politieke partij, want dat is sinds 1907 voor bedrijven verboden en sinds 1974 voor particulieren aan banden gelegd. Sindsdien mag een particulier maximaal 1.000 dollar aan een kandidaat en 20.000 dollar aan een partij geven. Aan `soft money' zijn echter geen grenzen verbonden. Donaties aan fondsen zijn vrij en de commissies die de fondsen beheren, mogen zelf weten waar en aan wie ze het geld besteden. Bijvoorbeeld aan verkiezingscampagnes.

De politieke partijen hebben de `soft money' geldstroom in 1978 `uitgevonden' en vooral sinds 1988 heeft die een grote vlucht genomen. Brachten de presidentsverkiezingen van 1992 nog maar 86 miljoen dollar op, in 1996 was dit bedrag al opgelopen tot 260 miljoen. Dit jaar halen de politieke partijen liefst 750 miljoen dollar op, zo voorspelt Common Cause, een 250.000 leden tellende organisatie die ijvert voor meer openheid rond verkiezingen.

Common Cause is een van de organisaties die het openbare register met alle donaties op internet heeft gezet (www.commoncause.org). De organisatie is uitgesproken tegenstander van `soft money' omdat dit volgens haar ,,corrumperend'' werkt, want: ,,de donateurs van hoge bedragen verwachten daar ook iets voor terug'', bijvoorbeeld in de vorm van hun gunstig gezinde regelgeving.

Andere websites die het register op internet hebben gezet, zijn Opensecrets.org, van het Center for Responsive Politics, Politics.com (een aan de beurs genoteerd bedrijf) en de website van de Federal Election Commission zelf, de Amerikaanse staatstoezichthouder op de verkiezingen (www.fec.gov), die de `soft money' donaties registreert.

Buitenlandse bedrijven kunnen niet rechtstreeks aan de verkiezingsfondsen doneren, maar wel via hun dochterbedrijven. Zo betaalden Aegon USA en Aegon-dochters Monumental Life Insurance, First Ausa Life Insurance en Western Reserve Life Insurance samen zo'n 168.000 dollar aan de Republikeinen. Aegon-dochter Transamerican Insurance maakte 75.000 dollar over aan de Democraten. ,,Wij hebben in de VS teams die het stemgedrag van politici monitoren. Onze bijdragen gaan naar kandidaten die beslissingen nemen die de verzekeringsbranche ten goede komen'', aldus een woordvoerder van Aegon.

Aegon was de grootste Nederlandse donateur. Goede tweede is uitgever Reed Elsevier, die via dochter Lexis-Nexis 60.000 gulden in de partijkas van de Republikeinen stortte. Het concern zelf gaf 25.000 dollar aan de Democraten. In een reactie benadrukt Reed Elsevier dat de donaties ,,legaal en gebruikelijk'' zijn. ,,De reden dat wij geven is omdat we betrokken willen zijn bij de wetgever in Washington. Onze kernwaarde zit immers in intellectueel eigendom, iets wat volledig is gecreëerd door de wetgever'', aldus de woordvoerder. Vermelding op de ,,donorlijst'' vergroot volgens hem verder de naamsbekendheid van Reed Elsevier bij politici. ,,Daar kunnen onze vertegenwoordigers in Washington van profiteren.''

Elektronicaconcern Philips doneerde in totaal 56.000 dollar aan de Republikeinen. ,,De Republikeinen staan erom bekend dat ze de belangen van het bedrijfsleven beter behartigen dan de Democraten'', zegt een woordvoerder van Philips in de VS.

In het `soft money' register staan ook donaties vermeld van chemieconcern Akzo Nobel, oliemaatschappij Shell en voedingsconcern Unilever. Akzo-dochter Organon zou 20.000 dollar aan de Democraten hebben betaald en 40.000 dollar aan de Republikeinen. Shell Oil, het Amerikaanse onderdeel van Shell, staat voor 1.000 dollar aan de Republikeinen geboekt en de vorig jaar overgenomen Unilever-dochter Slim-Fast heeft 20.000 dollar aan de Republikeinen gegeven. Volgens de woordvoerders van Akzo, Shell en Unilever gaat het hier echter niet om donaties van de bedrijven zelf, maar van werknemers die zich in bedrijfsverband hebben georganiseerd en zo geld voor politieke partijen inzamelen. Deze zogeheten `Politcal Action Committees' (PAC's) zijn in de Verenigde Staten een veel voorkomend fenomeen.

De woordvoerder van Akzo benadrukt dat het beleid op concernniveau is dat er ,,absoluut niet'' gedonateerd wordt aan verkiezingscampagnes. ,,Wij geven geen geld aan politieke partijen, en ook niet aan religieuze organisaties.'' De geboekte giften van Organon zijn volgens hem dan ook ingezameld door werknemers. ,,Daar zit geen cent van het bedrijf bij.''

Oliemaatschappij Shell staat volgens de woordvoerder slechts voor 1.000 dollar in de boeken van de FEC ,,omdat wij in principe geen giften doen aan politieke partijen'', zegt de woordvoerder. ,,Onze vestiging in Houston heeft wel een comité van werknemers dat geld inzamelt voor verkiezingscampagnes. Die 1.000 dollar komen dus niet van Shell, maar van werknemers van Shell.'' In het afzonderlijke register van donaties van PAC's staan overigens veel meer donaties van Shell-PAC's vermeld. In 1999 en 2000 gaven Shell-werknemers in de VS 70.000 dollar aan Republikeinse politici en 25.000 dollar aan Democraten.

Ook Unilever zegt in principe geen politieke partijen te financieren. De donatie van 20.000 dollar aan de Republikeinen van de fabrikant van afslankproducten Slim-Fast, die dateert van vlak na de overname door Unilever vorig jaar, is volgens de woordvoerder afkomstig van een PAC van werknemers. In het `soft money' register staat Slim-Fast overigens geboekt als de grootste donateur van de staat Florida, maar ook hier betreft het volgens Unilever een donatie van een particulier: oprichter en oud-directeur Daniel S. Abraham van Slim-Fast. Abrahem gaf in 1999 en 2000 (dus na de overname door Unilever) een miljoen dollar aan de Democratische partij. Hij deed dit uit naam van Slim-Fast. Volgens de Unilever-woordvoerder is Abraham sinds hij Slim-Fast verkocht echter niet meer aan het bedrijf verbonden.

De donaties van de Nederlandse bedrijven, in totaal tenminste 465.000 dollar, vallen in het niet vergeleken bij die van grote Amerikaanse concerns. Zo doneerden softwaremaker Microsoft en sigarettenfabrikant Philip Morris allebei meer dan een miljoen dollar aan de Republikeinen en zit telecomgigant AT&T op bijna twee miljoen. De Democraten konden rekenen op miljoenen bijdragen van de vakcentrales. In Nederland is partijfinanciering overigens nog ondoorzichtiger dan in de VS. Donaties van meer dan 20.000 gulden moeten weliswaar openbaar gemaakt worden, maar donateurs mogen anoniem blijven. De `soft money' registers uit de VS geven evenmin een volledig beeld, omdat bedrijven ook indirect – bijvoorbeeld via een branche-organisatie – geld kunnen geven.

DOSSIER AMERIKAANSE VERKIEZINGEN www.nrc.nl