Prijzig schoon op Parijse antiekbeurs

Op de twintigste Biennale des Antiquaires, die gisteren in Parijs werd geopend, staan 160 antiquairs hun zeer exclusieve kunst aan te prijzen. Van Potters en Renoirs, tot een tafeltje van Eileen Gray met malle groene kwasten.

Het verhaal gaat dat op de vorige Biennale des Antiquaires een man met een baseballpet op zijn hoofd, Nikes aan zijn voeten en met een spijkerbroek aan, informeerde naar de prijs van een 13de-eeuws Italiaans schilderij. De dame in de stand verwaardigde zich niet hem antwoord te geven en deed alsof hij lucht was. Tot ze hoorde wie hij was. Toen schopte ze haar satijnen pumpschoentjes tegen het plafond, gorde haar kokerrok omhoog en rende ze hem achterna om hem alsnog van het in de miljoenen lopende prijskaartje op de hoogte te stellen. Maar Bill Gates was niet meer geïnteresseerd.

Of het verhaal waar is, doet er niet toe: je ziet het tafereel zó voor je, op de jongste, twintigste editie van deze antiek- en kunstbeurs, die gisteren in het Parijse Carrousel du Louvre opende. Er heerst de kathedrale sfeer van topstukken en topprijzen. Ik heb, fluisterend en met droge keel, één prijs durven vragen: van een uitzinnig collier van Cartier – een dikke diamanten slang waarvan kop en staartpunt eindigen in twee vuistgrote smaragden. Dertig miljoen gulden, zei de dame die het Gates-verhaal misschien ook kende, vriendelijk.

De Biennale des Antiquaires is – ook ná de door wel duizend Russische grootvorstinnen, Balkan-prinsessen en industrie-erfgenamen bezochte vernissage – een feest van superlatieven. Honderdzes strenggeselecteerde en uit heel Europa en New York afkomstige antiquairs, tien juweliers en zes tijdschriften hebben er hun stand ingericht.

Driehonderd houtbewerkers, bronsgieters, belichters en tapijtwevers hebben Biënnale-decorateur Christophe Decarpentrie bijgestaan om de trompe l'oeil-wanden, de zes kilometer tapijt en de vijfduizend lichtbronnen in de openbare ruimten aan te brengen. Sommige handelaren hebben ondanks de beperkte duur van de beurs één miljoen gulden aan de inrichting van hun stand uitgegeven. De prijzen van de werken die dit alles moeten rechtvaardigen lopen van een zeldzame tienduizend gulden tot tientallen miljoenen.

Er zijn bijna onbegrijpelijk veel 13de-eeuwse panelen, 17de-eeuwse Vlamingen en Hollanders (Paulus Potters Zicht op Enkhuizen van vijftien bij twintig centimeter kost anderhalf miljoen gulden), Monets, Manets en Renoirs te koop, maar aardig, hoe weemoedig het ook maakt, is te constateren dat ook 20ste-eeuwse klassieken inmiddels nadrukkelijk op deze antiekbeurs aanwezig zijn. Er is werk van Magritte en Vuillard, Léger en Picasso, Dubuffet, Braque en Modigliani. Van Giacometti is er een bronzen lamp met twee frêle figuurtjes met verguld patin te zien: reeds verkocht.

Bij het Londense Oriental Bronzes staat een bronzen paard met wagen (1m70 lang bij 1m20 hoog) uit de late Han-periode (25 tot 220 n.C). De benen staan star en wijd uiteen, het hoekige hoofd mondt uit in realistisch gesperde lippen, de stokkige staart begint te hoog op de kont: het beeld waarvan een vergelijkbaar exemplaar, zonder wagen, onlangs verkocht werd voor ruim tien miljoen gulden – is om in snikken uit te barsten, zo mooi.

Getroffen werd ik ook door enkele, mij slechts van foto's bekende, ontwerpen van een oude liefde, de Iers-Franse architecte Eileen Gray. In de helemaal aan haar gewijde stand van de Parijse Galerie Vallois staat zomaar Le Destin, het in steenrode laqué uitgevoerde kamerscherm dat zij in 1913 voor de mode-ontwerper Jacques Doucet ontwierp. Onwaarschijnlijk gaaf, onwaarschijnlijk kunstwerk. Het andere kamerscherm dat er niet voor onder doet, opgebouwd uit `blokken' van zwart laqué, uit 1922, staat er ook.

De tafel Lotus, uit 1913, die ik nooit anders dan op een uiterst vage interieur-foto gezien had, pronkt er in al zijn glorie van eenvoud, perfectie en relativering, bewerkstelligd door malle, afhangende groene kwasten aan de tafelpunten. Naar de prijs heb ik niet hoeven vragen: geen van de objecten zijn te koop. Galerie Vallois is de chicste van allemaal.

XXe Biennale des Antiquaires, Carrousel du Louvre, tot 1 oktober. Toegang 75 francs. Cat. 400 p. 300 illus. 250 francs.