Popov zwemt met een glimlach op het gezicht

In zijn tweede vaderland Australië staat Alexander Popov (28) voor de ultieme uitdaging: uitgroeien tot de eerste zwemmer die drie gouden medailles op rij wint bij de Olympische Spelen. Hoewel? ,,Ik heb alles al bewezen.''

Zelfs Vladimir Poetin moest een pas op de plaats maken. In een zoveelste verwoede poging de publieke opinie te bespelen, had de Russische president vorige maand voor het oog van talloze camera's en fotografen maar wat graag de hand willen schudden van 's lands beroemdste zwemmer en lid van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Maar wat zei deze toen de uitnodiging vanuit het Kremlin hem ter ore kwam? ,,Sorry, geen tijd.''

Als Poetin zonodig een praatje wilde maken met de viervoudig olympisch kampioen, moest Ruslands sterke man, zo vlak voor de Olympische Spelen in Sydney, maar op het vliegtuig naar Australië stappen. Zo luidde de onomwonden boodschap van de even ondoorgrondelijke als fijnzinninge grootmeester van de sprint. Maar goed, hij is ook niet zomaar iemand. Hij is Alexander Sasja Popov, van 16 november 1971 te Sverdlovsk.

Wie hem ziet lopen en praten, is getroffen door zijn verschijning. Alexander Popov straalt rust uit, en wat belangrijker is: hij straalt klasse uit. Geen wonder dat vrouwen in katzwijm vallen voor de 28-jarige zwemmer die niet voor niets ooit het evenbeeld werd genoemd van de vermaarde balletdanser Rudolf Nurejev.

Wie hem door het water ziet gaan, zou kunnen vermoeden dat zwemmen geen moeite kost. ,,Poetry in motion'', zo verwoordde de Nederlandse teammanager Ad Roskam de gracieuze stijl van Popov eerder deze week nog. Dat was een rake typering: zijn techniek is inderdaad ongeëvenaard. Geen zwemmer die zo weinig slagen nodig heeft om 50 meter te overbruggen als de `Tsaar van de sprint'.

Een plaats in de geschiedenisboeken heeft hij al lang en breed verworven. Vier gouden medailles, keurig verdeeld over twee Olympische Spelen, heeft Popov in zijn bezit. Wie kan hem dat nazeggen? In Barcelona ('92) verbaasde hij vriend en vijand door zowel op de 50 als op de 100 meter vrije slag de gedoodverfde favoriet, the All American guy Matt Biondi, af te troeven. Vier jaar later herhaalde hij die stunt. In het hol van de leeuw, Atlanta, beet local hero Gary Hall junior zijn tanden stuk op het Russische fenomeen.

In zijn tweede vaderland Australië staat Popov, een ingezetene van Canberra, voor de ultieme uitdaging: uitgroeien tot de eerste zwemmer die drie gouden olympische medailles op rij wint. Daarmee zou hij aanstaande woensdag, de dag van de finale van het koningsnummer, in de voetsporen treden van de legendarische Dawn Fraser, de Australische die in eigen land nog altijd op handen wordt gedragen.

Maar al slaagt hij niet in de opdracht, het is Popov om het even. Het heilige moeten heeft hij afgezworen. ,,Het is voor mij niet belangrijk een olympische medaille te winnen. Ik heb alles al gewonnen, ik heb alles al bewezen. Andere zwemmers kunnen mijn succes alleen maar evenaren, niet overtreffen. Neem Pieter van den Hoogenband. Hij is 22 jaar. Als hij in Sydney wint en hij wint in Athene, dan heeft hij twee gouden medailles. Op zijn dertigste zal hij niet nog een medaille winnen.''

Nee, zijn leven is volmaakt. Gelukkig getrouwd, vader van een zoon, een snelle sportwagen voor de deur. Wat wil een mens nog meer? ,,Het doet er niet toe wie straks wint. Mijn leven wordt er niet slechter van. Mijn leven wordt alleen maar beter, met of zonder medaille. Ik heb geen oogkleppen op. Vroeger wel, maar mijn ongeluk heeft veel veranderd. Het is alsof je van een Alfa overstapt in een Mercedes. Daarna ga je nooit meer terug naar die Alfa. Jullie denken altijd dat winnen op de Spelen alles is. Dat is het niet. Ik wil in Sydney deelnemen met een glimlach op mijn gezicht.''

Vier jaar geleden, vlak na de Spelen in Atlanta, kwam de ommekeer, toen Popov in de straten van Moskou na een hoogoplopende ruzie werd neergestoken door een meloenverkoper uit Azerbeidzjan. ,,In het ziekenhuis kwam de grote schoonmaak. Ik realiseerde me plotseling wie een vriend was en wie niet. Op het moment van de steekpartij was ik in het gezelschap van de verkeerde mensen. Zij hebben mij in een gevaarlijke situatie gebracht. Die mensen zijn uit mijn leven verdwenen, terwijl de goeden zijn teruggekeerd.''

Eén van hen is zijn trainer, vriend en leermeester Gennadi Turedski, met wie Popov in 1993 neerstreek in Canberra aan het Australian Institute of Sports. Turedski heeft een dubieuze reputatie, een man die volgens sommigen niet zelden als een dolle stier door het leven stapt en een passie voor de wodkafles koestert. Popov kent die geluiden, maar: ,,Gennadi is een bijzonder mens. Het is moeilijk uit te leggen wat hem zo bijzonder maakt. Het is zijn toewijding, kennis, talent, opleiding, het is alles. Van hem leer ik ook dingen buiten het zwembad. Het is een voortdurend proces.''

Bijzonder is ook zijn vaderland Rusland en vraag hem dus niet waarom hij nooit een Australisch paspoort heeft aangevraagd. ,,Ik ben en blijf een Rus, dat zal niet veranderen. Ook al kom ik er niet zo vaak meer. Ik houd van Australië, omdat het land mij een kans heeft gegeven. Maar ik heb er verder niets of niemand.''

Rusland zit in zijn hart, ook ligt hij voortdurend overhoop met de voorzitter van de nationale zwembond. Stellig: ,,Ik zeg liever niets over hem. Maar in het leven zijn er mensen die je niet wilt kennen en met wie je niet wilt omgaan.'' En Australië? Australië mag Turedski – tevens trainer van medaillekandidaten Matthew Dunn en Michael Klim – en hem dankbaar zijn. ,,Australiërs waren altijd al snel, maar vooral op de lange afstanden. Nu kunnen ze ook sprinten. Dat is niet het werk van hun eigen coaches, maar van Gennadi. Die deelt zijn kennis met anderen.''

Nee, Alexander Popov is Australië niets verschuldigd. De vraag alleen al, zo lijkt hij met zijn norse gezichtsuitdrukking duidelijk te willen maken. Waar hij ook zo moe van wordt: het aanhoudende geleur om quotes van Nederlandse verslaggevers die, veelal met een licht ironische ondertoon, informeren naar zijn mening over Pieter van den Hoogenband. Alsof hij, niet voor niets voorzien van de bijnaam `Alexander de Grote', zich bekommert om het wel en wee van een jongen uit het Brabantse Geldrop. Ook al is dat de zwemmer die hem vorig jaar in Istanbul van de troon stootte op de 100 vrij. Zuchtend: ,,Pieter is a nice guy, he really is. Maar ik denk zelden of nooit aan hem.''