PIEPJONG HEELAL KRIOELDE AL VAN STERRENSTELSELS

Astronomen van de universiteit van Durham, in Engeland, hebben aangetoond dat er nòg vroeger dan men al dacht grote aantallen sterrenstelsels in het heelal waren. Dit blijkt uit een analyse van nieuwe opnamen in rood en infrarood licht, gemaakt met telescopen op La Palma en Calar Alto (in Spanje). Deze twee telescopen fotografeerden veertien uur lang een stukje van de hemel in het sterrenbeeld Vissen, het William Herschel Deep Field, dat tienmaal zo klein was als het oppervlak van de maan. De waarnemingen impliceren dat er maar een heel korte tijd heeft gezeten tussen het ontstaan van het heelal, zo'n veertien miljard jaar geleden, en van sterrenstelsels.

Als gevolg van de eindige snelheid van het licht zien we objecten op zeer grote afstanden zoals zij er heel lang geleden hebben uitgezien, misschien zelfs tijdens hun ontstaansproces. Waarnemingen aan heel verre sterrenselsels zijn daarom belangrijk voor het verifiëren van theorieën waarmee het ontstaan en de ontwikkeling van het heelal worden beschreven. In de jaren tachtig meenden astronomen nog dat de meeste sterrenstelsels pas zo'n 5 tot 7 miljard jaar na de Oerknal (toen het heelal is ontstaan) op het toneel begonnen te verschijnen, maar in de jaren negentig is die `geboorteperiode' steeds meer vervroegd.

Eerst, mede door waarnemingen met de Hubble Space Telescope, verschoof die geboorteperiode naar 3 miljard jaar na de Oerknal en vervolgens, mede dank zij waarnemingen met de 10 meter Keck-telescoop op Hawaii, naar 2 miljard jaar na de Oerknal. En nu hebben astronomen van de universiteit van Durham die grens teruggeschoven naar 1 miljard jaar na de Oerknal. In hun (nog niet verschenen) artikel in de Monthly Notices R.A.S. laten Tom Shanks en zijn collega's zien dat het heelal in die tijd al net zo dicht met sterrenstelsels was bevolkt als nu.

De nieuwe waarnemingen impliceren dus dat het proces van het ontstaan van sterrenstelsels al binnen één miljard jaar na de Oerknal moet zijn begonnen en dat is weer een belangrijk feit voor de theorieën die een antwoord willen geven op de vraag hoe het heelal zich vanuit de `structuurloze' Oerknal heeft weten te ontwikkelen tot wat we nu waarnemen.

De Britse onderzoekers menen uit hun sterrenstelsel-statistiek te mogen afleiden dat zich eerst grote sterrenstelsels hebben gevormd en pas later kleinere.