Opec negeert schuldvraag

Het oliekartel Opec besloot deze week de productie te verhogen. Maar niet omdat het zich schuldig voelt aan de hoge benzine- en dieselprijzen. ,,Wij hebben geen invloed op de speculanten, geen invloed op de belasting en accijnzen'', zegt de Iraanse minister van olie.

Er is geen tekort aan olie. Waar praten we eigenlijk over? Er is een overschot aan olie. Of nauwkeuriger: er is een overschot aan zware olie en er is een tekort aan lichte olie. De secretaris-generaal van de Opec, Rilwanu Lukman, liet eerder deze week in Wenen niet na het te herhalen. Maar als er geen tekort aan zware olie is, waarom besloot het oliekartel, dat vrijwel alleen zware olie produceert, dan zijn productie met 800.000 vaten per dag te verhogen?

Terug naar dit voorjaar. De olieprijzen waren tot 30 dollar per vat gestegen. Opec besloot tot een productieverhoging van 1,5 miljoen vaten per dag. De termijnmarkten in Londen en New York (die maatgevend voor de olieprijzen in de wereld zijn) antwoordden met een prijsdaling. Te laat voor de benzinemarkt in de VS. Er was – niet alleen door de bedrijfseconomische politiek van de oliemaatschappijen, maar ook door een ongelukkige samenloop van omstandigheden zoals een breuk in een belangrijke pijpleiding – een acuut benzinetekort ontstaan, dat op zijn beurt de prijzen van ruwe olie weer opdreef tot 30 dollar per vat.

In juni reageerde de Opec met een tweede productieverhoging (708.000 vaten per dag). En afgelopen zondag met de derde (800.000 vaten per dag). Te laat voor de stookoliemarkt in de VS. Daar is nu een tekort ontstaan, ernstiger dan deze zomer bij benzine. En weer dreigt een olieproduct (nu geen benzine, maar stookolie) op zijn beurt de prijs van ruwe olie wereldwijd op te drijven. Daarbij komt nog dat de voorraden ruwe olie tot een verontrustend laag peil zijn geslonken – ondanks de drie productieverhogingen in zes maanden tijd door de Opec. De jongste verhoging is volgens analisten door de extra, eenzijdige productie van Saoedi-Arabië overigens al lang een feit. Een strenge winter in de VS, en er breekt een recessie uit, voorspellen analisten somber.

Afgelopen maandagmiddag, een paar uur na de ministersvergadering, op de veertiende verdieping van een hotel in Wenen. De zachtjes pratende Iraanse minister van olie, Namdar Zangeneh, verheft zijn stem. ,,Wij hebben alles gedaan wat we konden doen. We hebben onze productie in de afgelopen zes maanden met 3,3 miljoen vaten [per dag] verhoogd. Wat kunnen we nog meer doen?''

Hij kijkt de bezoeker aan alsof hij op zijn beurt wil vragen: kunnen wij – Opec – het helpen dat benzine en diesel bij u zo duur zijn? De minister: ,,Wij hebben geen invloed op de speculanten, geen invloed op de belasting en accijnzen, geen invloed op de raffinaderijen, geen invloed op milieumaatregelen, geen invloed op de Amerikaanse presidentsverkiezingen.''

De Opec heeft amper instrumenten in handen om invloed op de prijs uit te oefenen, zegt hij. De Opec heeft maar een beetje over de grote en gecompliceerde oliemarkten te zeggen.

Op zijn persconferentie had secretaris-generaal Lukman het bijna net zo gezegd: Opec heeft op de prijs van ruwe olie maar een geringe invloed. Hoe? Door meer of minder olie op de markt te brengen. Lukman: ,,En dan lees ik dat we niet genoeg doen, dan lees ik dat zelfs een miljoen vaten extra niet genoeg is, dat misschien zelfs drie miljoen vaten extra niet genoeg zijn. Maar wat is genoeg en wat is niet genoeg?''

Hij schiet er bijna van in de lach. Dan, ernstig: ,,de Opec-ministers hebben in hun wijsheid besloten dat 800.000 de juiste hoeveelheid is.'' Is de secretaris-generaal er zeker van dat deze wijsheid een recessie zal afwenden? Lukman: ,,Wilt u een kort antwoord? Ja.'' Om dan uit te leggen dat tegenwoordig olieprijzen geen recessie meer veroorzaken. Daarvoor is de economische afhankelijkheid van olie te gering geworden.

Tegenwoordig spelen meer zaken, andere zaken een rol. Kortom: de Opec acht zich dus van die medeplichtigheid ontslagen. Tenzij de vragensteller het over inflatie wil hebben – Opec's stokpaardje, dat Lukman ook al in juni bij de voorlaatste Opec-bijeenkomst bereed. De ,,excessieve'' belastingen, die de lidstaten van de EU op olieproducten heffen, ze maken het leeuwedeel van de prijs van brandstoffen uit! Waarmee hij de schuldvraag voor de protestacties naar een paar andere adressen heeft doorgeschoven.

Blijft de vraag waarom de Opec haar productie (overigens pas per 1 oktober aanstaande) verhoogt, hoewel ze meent dat er geen tekort, maar een overschot aan (zware) olie is. De Iraanse olieminister had het antwoord: ,,We hebben de productie verhoogd om de prijzen omlaag te brengen.''

De termijnmarkten geloven er niets van.Gisteravond sloot op de termijnmarkt in Londen de prijs van Brent (olie uit de Noordzee) voor levering in november nog steeds ruim boven de 30 dollar per vat. Londen gelooft dus in voorlopig stijgende prijzen en New York evenmin. Want West-Texas, naast Brent toonaangevend voor de mondiale olieprijzen, werd gisteravond maar liefst 5,4 procent duurder tot 35,92 dollar.

De Iraanse olieminister had nog een verklaring voor de productieverhoging. ,,We [Opec] willen geen ruzie met onze consumenten, we willen op voet van vrede met ze leven, we willen hen bij hun welvaartsverbetering helpen, en wij vragen hen onze situatie in ogenschouw te nemen, onze economie.''

Door de dramatische prijsval tot 10 dollar per vat in 1998 is de economie van de Opec-landen snel verslechterd. Ze zouden die inderdaad weer op poten kunnen zetten met de naar schatting 200 miljard dollar extra olie-inkomsten die ze dit jaar aan hun consumenten onttrekken. Blijft alleen nog de vraag of die dat als een gebaar van vredelievendheid zien.