Mooie kitsch

Sydney 2000: een feest? Wat de openingsceremonie betreft, was het dat zeker. Hooggestemder nog: er was sprake van een cultuurhistorisch manifest. De plechtigheid in het Olympisch Stadion had een liturgische uitstraling zonder voorgaande. Het was een hoogmis met drie Heren. Over de regisseur van dienst lag kennelijk het mandaat van de hemel. Een ballet van grasmaaiers, een tot technologische hijskraan verheven paard dat nog hinnikte ook, van binnen verlichte skeletten van haaien en walvissen die op den duur iets menselijks kregen, exotische dansen van schaars geklede aboriginals, een artistiek gevecht tussen water en vuur, kortom: mens, dier en hightech in elkaars verlengde en dat allemaal bezongen met de heftige vriendelijkheid van een paar Australische Celine Dions.

Je ziet het niet elke dag.

De rituelen namen de geschiedenis van het land mee. Staal en steenkool zaten substantieel in het choreografische pakket. De eerste houthakkers werden niet vergeten, de scheepsbouw deed mee, fruitplukkers en meloenboeren zagen hun alter ego's vreemde danspasjes maken en in de handen spuwen. Spelen met vuile handen dus.

Hoogtepunt was natuurlijk het aansteken van de olympische vlam. De organisatoren hadden deze keer de eer verdeeld. Vijf ouwe mutsen Australische medaillehouders, inmiddels zo rond als een atletiekbaan liepen, nou ja strompelden, een estafette met het Olympische vuur in het handje. Oud-kampioene Cathy Freeman, van aboriginele origine, mocht als laatste de olympische urne in brand steken. Het moment suprême was zeker niet vrij van kitsch en multicultureel snobisme en toch hield ik het niet droog. Het is al vaker gezegd: kitsch doet huilen. Deze keer was het wel veredelde kitsch.

Er was nog een cliché dat mij tijdens! de openingsceremonie zonder weerwoord liet. De Spelen zijn van de atleten, zei Samaranch. En op dat moment geloofde ik hem. De parade van spierbundels en gelukkige gezichten loog er niet om. Terecht kwamen de tribunes overeind voor de indrukwekkende stoet van zwemmers en tennissers, van gewichtheffers en volleyballers, voor frêle Anky. De aanblik van zoveel fysieke kracht en atletische schoonheid van gecultiveerde lijflustigheid verblijdde ook mij, oude man, tot een speelse strot.

Er was een schoonheidsvlekje.

Sydney 2000 zal de geschiedenis ingaan als de GSM-spelen. Tijdens de openingsceremonie hing zowat de helft van de paraderende atleten aan het mobieltje. Ze hadden wat af te tateren in de ruimte, de jongens en de meisjes. Het getuigde van weinig olympische ingetogenheid. Het had zelfs iets pathetisch. Je denkt dat topsporters in het buitenland meteen los van schors en moedervlek zijn, maar dat is niet zo. Kampioenen willen ook weten wat voor weer het in Zandvoo! rt is en of de blokkades van de truckers en enig ander maatschappelijk ongerief hun lief, moeder en vriendin in de va et vient van het leven niet al te zeer hebben gehinderd. Het zijn net mensen.

En dus liegt de voorzitter van het IOC wanneer hij beweert dat het dopingprobleem nagenoeg onder controle is. De statement van Samaranch heeft iets provocatiefs. Er schroeit een klank van demonstratieve zuiverheid doorheen. Het houdt als het ware de verplichting in om, deze keer op gezag van het IOC zelf, met een paar geruchtmakende dopinggevallen uit te pakken. Ik weet nu al wie de slachtoffers zullen zijn: de analfabeten van de armere landen. Type Ben Johnson.

Het dopingprobleem is minder dan ooit onder controle. Wie dezer dagen door het olympisch dorp wandelt, ziet te lange neuzen, te grote oren en handen als kolenschoppen. Het zijn oneffenheden waar de andere ledematen aanvankelijk niet op berekend waren. De proporties kloppen niet meer. Sommige atleten krijgen daardoor een cl! owneske aanblik. Ze zouden zo het circus in kunnen. Groeihormonen zijn als vet: ze zetten zich vast, en altijd op de verkeerde plaatsen.

Ach, wat maakt het uit. Gegeven dat de mens slecht is, waarom zouden sporters dan beter moeten zijn? List en bedrog geven de Spelen een bepaalde spanning. Elke jacht op winst is in wezen ordinair, dus ook de jacht op records. Het neemt de schoonheid van de inspanning niet weg. De vreugde om de verwachting ook niet. Lang voor de Spelen begonnen, galmden in het Holland Heineken Huis de kanonschoten van de polonaise de hemel tegemoet.