Korting voor huisvrouwen

De komende weken valt bij alle huisvrouwen een blauwe envelop op de mat. Wie dit Voorlopige Teruggaafformulier snel invult, krijgt maandelijks zo'n 275 gulden op haar bankrekening: de algemene heffingskorting.

Wat is de eerlijkste manier om gehuwden en samenwonenden fiscaal te behandelen? Vroeger telde de Belastingdienst de inkomens van man en vrouw gewoon bij elkaar op en dat gezamenlijke inkomen was de belastinggrondslag. In 1941 werd dit samenvoegingstelsel afgeschaft en kwam er een splitsingsstelsel. Opnieuw werden de inkomens van man en vrouw bij elkaar opgeteld, maar nu werd het totaalbedrag gedeeld door twee en werden beiden afzonderlijk belast. Het ligt voor de hand dat het samenvoegingstelsel noch het splitsingsstelsel gehuwde vrouwen aanmoedigt om te gaan werken, want hun doorgaans geringe inkomen wordt dan wel erg zwaar belast.

Sinds 1973 gaat het belastingstelsel uit van individuen; gehuwden betalen tarieven die gebaseerd zijn op hun persoonlijke inkomen. Dat wil echter niet zeggen dat het stelsel volledig geïndividualiseerd is, want partners mogen de belastingvrije voet (het bedrag waarover geen belasting wordt geheven, in 2000 ongeveer 9.000 gulden) aan elkaar overdragen. Voetoverheveling mag als één van de partners kostwinner is en de ander geen baan heeft, of een baan die minder oplevert dan het bedrag van de belastingvrije voet.

Net als vroeger het samenvoegingstelsel en het splitsingsstelsel is ook voetoverheveling voor gehuwde of samenwonende vrouwen een belemmering om buitenshuis te gaan werken. Zodra een vrouw gaat werken en zelf haar belastingvrije voet gebruikt, is haar man de dubbele voet kwijt. Dat leidt bij hem altijd tot een lager netto inkomen. Hoeveel dat scheelt, hangt af van de belastingschijf waarin hij valt. Bij iemand in de eerste schijf gaat het om zo'n 3.300 gulden. Het kan oplopen tot zo'n 5.400 gulden bij het huidige toptarief van 60 procent.

Omdat mannen vaak meer verdienen dan vrouwen en omdat vrouwen bovendien vaak in deeltijd werken, is het mogelijk dat de extra inkomsten van de vrouw nauwelijks opwegen tegen het verlies aan inkomen van de man. Als hij in het toptarief valt en zij in de eerste schijf, moet zij eerst een netto inkomensverlies van 2.100 gulden wegwerken voordat zij en haar partner er gezamenlijk op vooruit gaan.

Eind jaren tachtig bleek uit berekeningen van het Centraal Planbureau in welke mate de voetoverheveling een remmende factor is voor de arbeidsparticipatie van vrouwen: afschaffing ervan zou ertoe leiden dat 100.000 huisvrouwen een betaalde baan zouden gaan zoeken.

Het nieuwe belastingstelsel kent geen belastingvrije voet meer en daarmee verdwijnt ook de voetoverheveling. In plaats daarvan komt er een algemene heffingskorting van 3.321 gulden. De heffingskorting is bestemd voor alle werkenden en hun niet-verdienende partners. Bij werkenden wordt dit bedrag door de werkgever automatisch meegenomen bij het vaststellen van het netto loon.

De niet-verdienende partners – een groep van 1,2 miljoen mensen, hoofdzakelijk vrouwen – zijn de afgelopen maanden opgespoord door de Belastingdienst. Zij ontvangen binnenkort een Voorlopige Teruggaafformulier en als ze dit voor 1 december invullen wordt het bedrag van de heffingskorting direct in januari 2001 maandelijks rechtstreeks op hun bankrekening bijgeschreven. Wie geen formulier ontvangt, kan contact opnemen met de Belastingdienst. Uitbetaling van de heffingskorting is ook mogelijk via de jaarlijkse aangifte met een T-biljet, maar dat betekent wachten tot 2002.

De heffingskorting is bepaald op 3.321 gulden, een bedrag dat ongeveer overeenkomt met het bedrag dat mensen in de eerste schijf op dit moment als voordeel hebben van de belastingvrije voet. Het resultaat is dat de afschaffing van de belastingvrije voet en de invoering van de heffingskorting voor deze groep mensen waarschijnlijk neutraal is. Voor degenen die belasting betalen in de tweede of derde schijf, kan de heffingskorting nadelig zijn. Dit bedrag is immers lager dan het bedrag dat zij nu overhouden aan de belastingvrije voet.

Het Centraal Planbureau heeft opnieuw berekend wat de effecten zullen zijn. Als gevolg van het nieuwe belastingstelsel gaan 50.000 vrouwen extra werken. Voor het grote verschil met de onderzoeksresultaten van zo'n 10 jaar geleden, toen er 100.000 vrouwen extra zouden gaan werken, zijn twee verklaringen te bedenken. Bij het eerste onderzoek keek het Planbureau alleen naar de afschaffing van de belastingvrije voet en speelde de heffingskorting geen rol, dus dat betekende per definitie een inkomensverlies voor alle gezinnen met een alleenverdiener. Dat geldt niet voor de situatie in 2001. Bovendien is de arbeidsparticipatie van vrouwen door sociaal-culturele invloeden de afgelopen tien jaar sowieso al toegenomen.

Overigens gaat het bij het vaststellen van het netto inkomen in 2001 uiteraard niet alleen om het verdwijnen van de (dubbele) belastingvrije voet en het instellen van een algemene heffingskorting, want er verandert veel meer. Zo worden de tarieven verlaagd en de schijven verlengd. Het verdwijnen van de belastingvrije voet kan bijvoorbeeld best betekenen dat iemand die nu in de eerste schijf valt, straks in de tweede schijf terechtkomt. De eerste schijf mag dan verlengd zijn, die verlenging is minder dan de huidige belastingvrije voet. Dat kan een tegenvaller zijn, maar die wordt wellicht weer gecompenseerd door extra kortingen. Werkenden krijgen bijvoorbeeld een vaste arbeidskorting van zo'n 1.770 gulden en er komen ook heffingskortingen voor speciale situaties, zoals kinderkortingen en een combinatiekorting voor tweeverdieners met kinderen tot twaalf jaar. En natuurlijk spelen ook de privé-omstandigheden van belastingplichtigen een rol, zoals de aanwezigheid van een! hypotheek of een auto van de zaak.

Wie meer wil weten over de persoonlijke inkomenseffecten kan zijn of haar gegevens vrijblijvend invoeren op de internetsite van de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl). Daar is te lezen wat de netto effecten op maand- of jaarbasis zijn. Het is de verwachting van Financiën dat degenen die nu veel aftrekposten hebben daar niet vrolijk van worden, maar dat de meerderheid van belastingplichtigen er netto wat op vooruit gaat.