JOMANDA 4

Piet Borst verbaast mij met zijn belegen polemiek over alternatieve genezers (W&O, 26 augustus). Hij schrijft over hun schertstherapieën, over het ontbreken voor empirisch bewijs over de werkzaamheid ervan, en over het gebruik van schuldgevoel om invloed aan te wenden.

Nu is het zo dat veel reguliere artsen zelf alternatieve geneeswijzen hanteren, of nauw samenwerken met alternatieve genezers, bijvoorbeeld op het gebied van homeopathie, antroposofie of acupunctuur. Reden hiervoor is dat steeds meer artsen en patiënten de grenzen ervaren van de reguliere geneeskunde. Ook op het gebied van bijvoorbeeld kankertherapie, het specialisme van Piet Borst, zijn de praktische vorderingen de afgelopen jaren marginaal te noemen. Het ideaal om alleen geneeskunde te bedrijven die wetenschappelijk zinnig is bewezen gaat volledig voorbij aan de behoefte van mensen om steun, betekenis en troost te krijgen bij ziekte. (Jomanda biedt dat wel.)

Ook beschuldigt Borst alternatieve genezers van het opwekken van een schuldgevoel bij hun cliënten, om hen zo te bewegen zich open te stellen voor hun geneeswijze. Echter, ook als regulier genezer mag ik graag van deze techniek gebruik maken: bijvoorbeeld een roker mag ik graag een schuldgevoel aanpraten om hem te bewegen zich open te stellen voor mijn methode om hem van deze verderfelijke gewoonte af te helpen. En als deze patiënt zich ontrekt aan mijn invloed en zich enige jaren later meldt met kortademigheid of hartklachten denk ook ik: `eigen schuld, dikke bult'.

Piet Borst plaatst zich ten onrechte op een voetstuk, als goeroe van de moderne geneeskunde. Ook in het conservatieve artsenbolwerk breken post-moderne tijden aan.