Inburgering kan beter

Geachte heer Van Boxtel,

Ook ik heb veel reacties ontvangen op onze eerste openbare briefwisseling. Het is even wennen, maar het hoort er nu eenmaal bij. Eerlijk gezegd keek ook ik, net als de heer Breedveld van Trouw, enigszins op van uw opmerkingen als het gaat om de vraag of Nederland – al dan niet in Europees verband – mensen van buiten de Europese Unie zou moeten werven om te voorzien in het tekort aan arbeidskrachten. Het gaat mij zeker niet om het openzetten van de landsgrenzen voor iedereen, maar eerder om chirurgische maatregelen die tegemoet komen aan de wensen van het bedrijfsleven. Het valt mij op dat u daarbij vooral denkt aan hoogopgeleide mensen die direct achter de computer plaats moeten nemen.

Mijn gesprekken met werkgevers in de schoonmaaksector en in de zorg, leveren een ander beeld op. De schoonmaaksector kan op korte termijn duizenden mensen gebruiken die niet te krijgen zijn. Het politiek correcte antwoord dat nieuwe migratie niet aan de orde is, zolang we nog te maken hebben met veel WAO'ers en langdurig werkloze allochtonen, doet in mijn ogen geen recht aan de weerbarstige werkelijkheid van dit moment. Als zelfs de schoonmaaksector, waar men met een geringere opleiding aan de slag kan, geen mensen kan krijgen en bij ons radeloos om advies komt vragen, dan is er iets grondigs mis. Slaagt de politiek er niet in dit fenomeen te doorgronden en met passende maatregelen te komen, bijvoorbeeld op het gebied van de armoedeval, dan zullen werkgevers de Wet Arbeid Buitenlandse Werknemers gebruiken om toch aan mensen van buiten de EU te komen, zoals onlangs uit een NRC-inventarisatie is gebleken.

Inderdaad, de Wet Inburgering Nieuwkomers bestaat nog maar kort en het is heel moeilijk om zicht te krijgen op de resultaten. Dat neemt niet weg dat deskundigen het erover eens zijn dat een aantal verbeteringen nu al besproken zou moeten worden. Het gaat daarbij met name om het samenbrengen van de lessen Nederlandse taal en beroepsoriëntatie. Als we namelijk van meet af aan weten wat het beroepsperspectief van een nieuwkomer is, kunnen de lessen Nederlands die hem worden aangeboden, afgestemd worden op het toekomstige beroep.

Met deze aanpak zijn proeven genomen en de resultaten zijn goed. Ik zou daarom graag willen dat deze werkwijze in de toekomst standaard wordt gehanteerd. Dat de eerste generatie migranten de kans moet krijgen het Nederlands te leren, is een opvatting die ik zeker ondersteun. Echter, uw keuze om werkzoekenden en opvoeders prioriteit te geven, deel ik niet. Alle eerste generatie allochtonen zouden van een dergelijke voorziening gebruik moeten maken.

Tot slot de Wet Samen. Deze wet, die werkgevers verplicht jaarlijks te rapporteren hoeveel allochtonen zij in dienst hebben, is in mijn ogen een leeuw zonder tanden. De wet wordt niet nageleefd omdat op het ontduiken daarvan geen sancties staan. Het is interessant te lezen dat u van mijn organisatie verwacht dat we bedrijven die de wet niet naleven zouden moeten benaderen om alsnog met gegevens over de brug te komen en zonodig ook naar de rechter te stappen om zulks af te dwingen. Anders dan u in uw brief schrijft, is FORUM niet een instelling die van de staatssecretaris van VWS de taak heeft gekregen de belangen van allochtonen te behartigen.

Met de subsidie die wij ontvangen moeten wij ons primair bezighouden met het verzamelen, verrijken en verspreiden van kennis op het gebied van de multiculturele samenleving. De door u gewenste waakhondfunctie is meer iets voor de zelforganisaties van minderheden, dan voor ons. Wij hebben overigens tot nu toe voorrang gegeven aan dialoog met het bedrijfsleven om tot betere resultaten te komen. Daarom staan wij in contact met grote ondernemingen zoals banken en het grootwinkelbedrijf. Afgelopen woensdag nog hield ik een inleiding voor een groep ondernemers in Amsterdam. De rechter inschakelen of ermee dreigen, zou wel eens averechts kunnen werken. Desalniettemin bestuderen wij op dit moment of het zinvol is alsnog van deze wettelijke mogelijkheid gebruik te maken. Dat u van onze activiteiten op dit terrein niets merkt, vind ik jammer. Alleen al daarom is deze correspondentie nuttig.

Hoogachtend, Ahmed Aboutaleb