Geef inburgering de kans

Geachte heer Aboutaleb,

Onze brieven hebben elkaar inderdaad gevonden en men heeft kennelijk over onze schouders meegelezen, want ik kreeg veel reacties. Ook een rare. De journalist Breedveld van Trouw had uit mijn brief opgemaakt dat ik mijn stelling `Nederland is een immigratieland' had verlaten door voorrang te willen geven aan het potentieel dat we in eigen land nog niet hebben aangeboord.

Een merkwaardig misverstand. Immigratie is zeker een blijvend kenmerk van een modern land en het is maar beter om daar terdege rekening mee te houden, maar ik ben tegen het openzetten van de deur om iedereen toe te laten die dat zou willen. Daar moeten goede redenen voor zijn. Toelating slechts op grond van de benodigde vaardigheden (zoals in Canada en Duitsland) is tot op heden niet onze beleidslijn.

Ik vind dat het integratiebeleid er is om de mensen die we hebben opgenomen en die we nu en in de toekomst zullen opnemen, volop kansen op een redelijke arbeidsplek en een menswaardige samenleving te bieden. Daarom hebben we twee jaar geleden een inburgeringstraject ingevoerd dat nieuwkomers verplicht, Nederlands te leren, onze wijze van samenleven te leren kennen en hen te richten op een baan of verdere studie. Dat is niet het hele integratiebeleid, maar een eerste stap in het integratieproces.

In de publiciteit vangt dit beleid veel wind. De wet is echter nog geen twee jaar oud. Zij moest door 537 gemeenten samen met onderwijsinstellingen en arbeidsbureaus in uitvoering worden genomen. We komen de aanloopproblemen te boven.

In heel wat gemeenten loopt het goed en als het beleid bij overheden en instellingen is afgestemd en ingeburgerd, zullen we de vruchten plukken. Geen land in Europa heeft zo'n inburgeringsbeleid en u zult ook wel ervaren hebben dat elders met gretigheid wordt gekeken naar `het Nederlandse model'.

Maar we gaan verder met een vergelijkbare, zij het niet verplichte, voorziening voor mensen – met taalkundige lenigheid als `oudkomers' aangeduid – die hier al woonden en geen gebruik konden maken van `inburgering nieuwkomers'.

Deze groep is heel groot en divers en we richten ons tot diegenen die werkloos en/of opvoeder zijn. Een regeling voor oudkomers is geen kopie van het inburgeringsbeleid voor nieuwkomers. Iedereen is het erover eens dat we ook de oudkomers de kans moeten geven om zelfstandig te functioneren met nieuwe kansen op de arbeidsmarkt.

Het hebben van werk is niet het ultieme doel van het integratiebeleid. Maar als iemand niet zelf voldoende inkomen heeft en onvoldoende toekomstperspectief, is een zelfstandig burgerschap in onze samenleving moeilijker te realiseren.

Ik wil tot slot nog iets aan de orde stellen dat mij opviel met betrekking tot de Wet Samen: Stimulering Arbeidsdeelname Minderheden. Een wet die nog heel wat voeten in de aarde heeft en waarvoor collega Vermeend en ik in een recente nota nadere voorstellen voor verbeterde uitvoering hebben gedaan. Maar het is zeker een wet die minderhedenorganisaties de kans biedt om rapportages van bedrijven in te zien en de bedrijven die daar aanleiding toe geven, aan te spreken. In positieve of in kritische zin, door ze ten voorbeeld òf aan de kaak te stellen.

Ik denk dat de Wet Samen minderhedenorganisaties – waaronder uw eigen FORUM – een uitgelezen kans biedt om over de positie van etnische minderheden op de arbeidsmarkt met bedrijven in gesprek te raken. Ligt het nu aan mij dat ik daar zo weinig van merk?

Ik zie graag uw reactie tegemoet.

Met vriendelijke groet, Roger van Boxtel