G'day mate

De man bij wie ik gisteren in het olympische Sydney in de auto belandde, deed me denken aan die prachtige televisie-commercial van een voetbalwebsite met een taxichauffeur in India (of daar ergens in de buurt), die de naam van Ruud Gullit laat vallen als hij een Nederlandse klant in zijn auto krijgt. Dat is nog niet zo verrassend, maar daarna begint hij namen te noemen van minder bekende voetballers. Jan Vennegoor of Hesselink, Kees van Wonderen, enzovoort. Bovendien spreekt hij de namen goed uit. De Nederlander op de achterbank is geen voetballiefhebber en begrijpt dus helemaal niet waar de chauffeur het over heeft.

Ik zat gisteren dus ook in een taxi. De man achter het stuur zag al snel aan mijn onafscheidelijke accreditatie om mijn nek dat ik voor de Olympische Spelen naar Australië was gekomen. Hij vroeg uit welk land ik kwam en wat ik voor werk deed.

,,Denkt u dat Inge de Bruijn en Pieter van den Hoogenband gouden medailles zullen halen?'' Dat hij die namen kende – oké, hij sprak Van den Hoogenband wat raar uit – begreep ik nog wel. Zwemmen is voor de Australiërs de populairste en meest succesvolle olympische sport. Maar de man, blijkbaar een sportfanaat, had meer in zijn mars. Hij zei te verwachten dat de Nederlandse hockeyers wel weer zouden gaan winnen. En die blonde zeilster, dat was ook een goeie. ,,Jullie hebben toch ook een sterk meisje bij het taekwondo? Hoe heet ze ook al weer?'' Ik geef toe: ik moest hem het antwoord schuldig blijven. ,,Volgens mij heet ze Muskens'', zei de man. Ja, nu herinnerde ik het me ook weer. ,,Bent u eigenlijk wel journalist'', vroeg de chauffeur toen we op de plaats van bestemming waren aangekomen.