EEN ACHT 3

In het boek `De vliegkunst in het dierenrijk' van E.J. Slijper en uitgegeven bij E.J. Brill in 1950, wordt op bladzijde 119 e.v. beschreven dat de vleugelbaan van vogels en insecten 8-vormig is. Dit is in 1873 al aangetoond door Pettigrew en daarna door vele anderen. Om dan nu te schrijven dat natuurkundigen zich daar jarenlang het hoofd over hebben gebroken (W&O, 26 augustus), pleit niet voor hun kennis, tenzij hier de periode vóór 1873 is bedoeld.

Al eeuwenlang fascineert het vliegen de mens en al even zolang poogt hij het vliegen te verklaren. Het boek dat Slijper, destijds hoogleraar veterinaire anatomie, samen met Burgers, destijds hoogleraar aëro- en hydrodynamica aan mijn oude TH (Delft), heeft geschreven, doet daar in onze taal voor het eerst uitgebreid verslag van. Het mag als zodanig een standaardwerk worden genoemd, zij het dat er sinds 1950 zeer veel verder onderzoek op dit gebied is verricht waarvan vele publicaties blijk geven. Daardoor doet het boek van Slijper ietwat verouderd aan, maar de feitelijke inhoud is nog steeds juist.

Mevrouw Jane Wang heeft inmiddels krachtige computers tot haar beschikking waardoor zij kan rekenen aan de problemen die Burgers alleen maar met simpele benaderingen kon oplossen. Voor het overige is er dus niets nieuws gemeld.